Laia Fàbregas
BRIEF AAN DE VERTAALSTER VAN DEZE BRIEF
10-11-2008

Beste Anna,

Ik ben gevraagd een aantal columns in het Nederlands te schrijven over ‘on being translated ‘. Ik heb de opdracht in het Engels ontvangen, en ik vraag me af hoe ik dat in het Nederlands moet verwoorden. Wat is ‘on being translated ‘? Is het ‘vertaald worden’? Is het ‘vertaald zijn’? Ik spreek Engels en Nederlands, maar geen van de twee is mijn moedertaal. Dus de nuances die schuilen in die drie Engelse woorden, en in hun mogelijke Nederlandse equivalenten, kan ik niet goed genoeg beoordelen.

Jij weet die dingen natuurlijk wel, want dat is jouw vak. Sinds mijn boek is vertaald, en ik contact heb gehouden met een aantal vertalers, bewonder ik jullie werk. Het intrigeert me zodanig, dat ik een paar maanden geleden een boek erover heb gekocht. Het is een essay van Umberto Eco, dat in het italiaans is getiteld: ‘Dire quasi la stessa cosa ‘. Ik heb het in het spaans gelezen (‘Decir casi lo mismo ‘), en ik durf te beweren dat Umberto Eco zegt dat vertalen is: ‘Bijna hetzelfde zeggen’.

Je gaat bijna hetzelfde zeggen als ik. Je zal mijn dagelijkse columns voor The Chronicles vertalen naar het Engels, en dan zullen we twee teksten hebben die bijna hetzelfde zeggen. Is het niet moeilijk om ‘bijna hetzelfde’ te zeggen zonder ‘iets anders’ te zeggen? En kun je ‘bijna hetzelfde zeggen’, als je niet eens bent met de tekst van de ander? Met andere woorden, kun je als vertaler een tekst vertalen waar je niet achter staat?

Ik realiseer me wel dat ik je een reeks vragen aan het stellen ben, en dat je geen antwoord kunt geven. Dat vind ik jammer, want jij bent nou juist iemand die aan de andere kant staat van het ‘on being translated ‘, en dus een ander inzicht heeft.

Omdat ik via mijn brieven (die als columns gekleed gaan) geen dialoog met je kan onderhouden, voel ik de neiging om de grenzen van het vertaalvak af te tasten. Ik ben niet van plan een onmogelijke opdracht voor je te maken, maar ik ben wel benieuwd naar hoe je sommige dingen kan oplossen. Maar hou je daar wel van? Wil je met mij zoeken naar de grenzen van het vertalen?

Jammer, weer stel ik je vragen, en weer realiseer ik me dat je ze niet kan beantwoorden, dat jouw antwoord op deze brief slechts een vertaling van al mijn vragen zal zijn. Of… Ik heb een idee.

Ik stel je het volgende voor: we gaan via een code communiceren.

In elk van mijn volgende brieven zal ik één vraag aan je stellen. Die vraag zal je impliciet in je vertaling kunnen beantwoorden.
Hoe?
Ik zal altijd het woord woordenboek ergens in de tekst gebruiken. Je hebt twee opties om dit woord te vertalen. Als je het vertaalt als dictionary, zal je antwoord op mijn vraag ‘ja’ zijn. Als je het vertaalt als lexicon, zal je antwoord op mijn vraag ‘nee’ zijn.
De eerste vraag is: Wil je met mij zoeken naar de grenzen van het vertalen?

Ik kijk ernaar uit om je straks te ontmoeten in Den Haag. Prettige reis naar Nederland en vergeet je woordenboek niet!

Laia

Alle verhalen van Laia Fàbregas
NAVERTELLEN
01-12-08

Beste Anna,

Voordat ik in Den Haag aankwam, had ik me voorgesteld dat ik je meer aan het woord zou laten. Ik had gedacht dat ik je overdag zou vragen om jouw gedachten te laten gaan over ‘vertalen’. Daarna zou ik schrijven wat ik dacht dat je bedoelde, om je aan het einde van de column te vragen of ik het goed had geformuleerd. Maar ik deed het uiteindelijk niet. Er waren zo veel indrukken elke dag, dat ik het al moeilijk genoeg vond om mijn echte gedachten te ordenen.

Na de gekke dagen van vorige week, ben ik nu weer terug in mijn huis, in mijn leven. Ik zie vrienden, ik bel met mijn ouders… Iedereen vraagt hoe het was. Ja… Hoe was het? Hoe kan ik het uitleggen? Hoe vertaal ik de ervaringen voor mensen die er niet waren?

Ik ga het proberen…

Er was een klein wereld in het centrum van Den Haag.
Er was een groot gezin, met zes vertaalsters en vier schrijvers, en Helen, die de weg wees.
Er was een hotel en er was een schouwburg waar je vaak dezelfde mensen tegenkwam, mensen die we kenden van de programmaboekjes.
Er waren mensen die we bewonderden en mensen waarvan we nooit eerder hadden gehoord.
Er waren gekleurde linten die ons overal toegang verleenden.
Er waren gekleurde papiertjes die we voor eten en drinken konden ruilen.
Er waren podiummomenten voor bijna iedereen. Zelfs voor de vertaalsters.

De schrijvers verdwenen elke dag tussen twee en vijf. Ze schuilden in hun kamers om gedachten op schrijft te zetten.
De vertaalsters verdwenen tussen vijf een acht, soms ook tot later. Ze schuilden in hun kamers om de gedachten van de schrijvers om te zetten in hun eigen taal.
En de volgende dag waren we weer compleet.
En Helen wees ons de weg.

Ik denk dat dit het was.

Ik ben benieuwd hoe het voor jou was…

Vond je het moeilijk om de deadlines te halen?
Werkte je soms voor het slapen gaan nog aan je vertaling?
Vond je het spannend om op een podium een stuk van mijn boek in het Engels voor te lezen?
Vind je het nu moeilijk om mensen thuis álles uit te leggen wat we hebben meegemaakt?
Heb je nieuwe goede schrijvers of muzikanten ontdekt?

O ja, en er waren ook
woordenboeken,
woordenboeken,
woordenboeken
en woordenboeken,
en nog meer woordenboeken…

Maar ik heb er geen gezien.

Had jij een echte woordenboek meegenomen?

Ik denk dat als we deze vreemde brievenwisseling nog een tijdje zouden voortzetten, we straks de woorden dictionary en lexicon niet meer zouden kunnen lezen zonder ‘ja’ en ‘nee’ erin te zien. Goede tijd om af te sluiten.

Ik wens je een plezierige allerlaatste vertaling.

Laia

VERTALEN
22-11-08

Beste Anna,

Everything comes to an end… De laatste crossingborderdag. Alle talen dansen door elkaar in mijn hoofd. Gisteren heb ik bijna twee uur lang naar een Italiaans gesprek tussen Federica en een journalist zitten luisteren. Na een uur kon ik hen helemaal volgen. Dat is echt geen wonder, ik beheers al twee Romeinse talen, dus een derde kan er makkelijk bij.

Ik heb nog nagedacht over het bezoek dat we gisteren aan het Vredespaleis hebben gebracht. We zaten aan een heel grote tafel met een donkerrood tafelkleed. We kregen koffie en ik was bang om op het tafelkleed te morsen. We hebben naar Steve geluisterd, een vertaler die ons alles over vertalen kon vertellen. (De alliteratie in deze laatste zin zullen de Engelse lezers wellicht niet kunnen ervaren… En toch is het een mooi moment voor alliteratie).

Steve vertelde ons over zijn drie gouden regels die van een vertaler een goede vertaler maken.

Regel 1. De vertaalde tekst moet alle informatie van het origineel bevatten. Niet meer en niet minder.

Regel 2. De vertaalde tekst moet zo simpel en helder mogelijk zijn (in de zin van gebruiksvriendelijkheid).

Regel 3. De vertaalde tekst moet gelezen worden alsof die oorspronkelijk in de doeltaal geschreven was.

Na de regels te hebben opgesomd, vatte Steve het allemaal samen in een krachtige zin: een vertaler moet goed kunnen schrijven in zijn of haar moedertaal.

Dat klonk goed bedacht, en waar. Maar iets maakte dat zijn theorie niet helemaal lekker aanvoelde. Liesbeth duidde dat goed aan: ze zette haar vraagtekens bij regel 2.

En zo kom ik terug bij alliteratie. De regels van Steve zeggen niets over het behouden van bepaalde vormen in de tekst. Hij legt de nadruk op gebruiksvriendelijkheid. Dat is ook begrijpelijk, want hij had het helemaal niet over literair vertalen, maar over teksten die rechters moeten helpen tot een vonnis te komen.

Ik denk dat literaire vertalers regel 2 net anders zouden formuleren. Of er misschien een vierde regel aan toe zouden voegen. Want de vorm van een tekst, bijvoorbeeld een alliteratie, moet ook een plek krijgen in de vertaling.

Umberto Eco schrijft hierover in zijn boek ‘Dire quasi la stessa cosa’. Volgens Eco zal de vertaler van een tekst, in het geval van een onmogelijke combinatie van vorm en inhoud, een afweging moeten maken, en zich moeten afvragen: Kan ik zowel vorm als inhoud behouden? Zo niet, is het dan belangrijker om de inhoud te behouden of de vorm? Kan ik een van de twee iets aanpassen om ze allebei ‘bijna’ te behouden, of laat ik er één verloren gaan ten gunste van de ander? Dit lijken me heel erg moeilijke vragen.

Goed, dit is de laatste column/brief die onder tijdsdruk geschreven en vertaald moeten worden. Ik wil het je niet te moelijk maken, maar wat denk je, is het mogelijk om iets te doen met mijn alliteratie? Je zult er meer dan een woordenboek voor nodig hebben…

Ik wens je een goede laatste dag!
Laia

VEEL TALEN.
21-11-08

Beste Anna,

Ik denk ook niet dat we beter af zouden zijn met een wereldtaal. Een taal is niet het equivalent van een andere taal, hoewel we soms denken dat het wel zo is. Elke taal is een andere benadering van de werkelijkheid. Elke taal heeft unieke woorden. Ik zou niet willen dat miljoenen unieke woorden zouden verdwijnen.

Gisteren schreef Helen een lijst Nederlandse woorden voor Chris. Er stond: gezellig, bakfiets, bitterballen en jas. Van de vier woorden was er alleen maar één met een equivalent in het Engels. Gezellig, bakfiets, en bitterballen moesten uitgelegd worden. En nu zal je misschien drie vervelende voetnoten moeten gebruiken om deze drie woorden aan de Engelse lezers te kunnen uitleggen.

Unieke woorden definieren een cultuur. Dinsdagavond liep ik samen met Abdellah en Federica achter Helen en Chris, op weg naar BorderKitchen. Opeens liepen Abdellah en Federica niet meer naast me. Ze waren gestopt naast een lantaarnpaal waaraan verschillende fietsen waren vastgeketend. Ik liep en paar stappen terug en ging naast hen staan. Ze keken allebei verwonderd naar één van de fietsen: een bakfiets met een transparant tentje erop. Ze vroegen me wat het was. Toen heb ik Engelse woorden gebruikt om een Nederlands object aan een Frans-Marokkaanse schrijver en een Italiaanse schrijfster uit te leggen. Nu weten ze waar dat object voor dient. Ik heb ze het woord niet geleerd. Ze hebben ook geen equivalent woord in hun eigen taal geroepen. Ze hebben dat woord gewoon niet nodig. Een wereldtaal zou vol zijn met woorden die veel culturen niet zouden gebruiken.

Maar vandaag dacht ik nog dat we een soort van wereldtaal al hebben. Ik doel op lichaamstaal: alle kleine dingen die we zeggen met een gebaar van een hand, of met de positie van onze armen, of door de ogen ergens toe te richten, of alleen al door de buigingsgraad van onze schouders.

We hebben vanmiddag gelunchd met de buitenlandse pers van Crossing Border. Ik heb verschillende buitenlandse journalisten gesproken en het volgende gebeurde met twee journalisten. Op exact hetzelfde moment dat ik in het Engels zei dat mijn boek vertaald zou worden naar hun taal, verplaatsten ze hun blik geruisloos van mijn gezicht tot zo’n twintig centimeter naast mijn hoofd. Hun ogen zochten een onbepaald punt in de verte, waardoor het gesprek abrupt eindigde.

Het was een taalloze reactie. En het was me volstrekt duidelijk. Mijn ogen gingen ongevraagd ook een ander doelwit zoeken.

Lichaamstaal is vele malen sterker dan de gewone talen. Met gewone taal kun je nog altijd zeggen: ‘Sorry… Ik heb je niet goed gehoord’, of ‘Ik denk dat ik je niet goed heb begrepen…’ Met lichaamstaal kan dat niet. Ik kan niet vragen: ‘Sorry, zou je me kunnen uitleggen wat je hebt bedoeld door je ogen naar de verte te richten?’

Maar misschien had ik dat wel moeten doen, misschien had ik het moeten benoemen (zoals ik geleerd heb in mijn managementtrainingen toen ik nog op een kantoor werkte). Wat denk je, Anna, zal ik het doen, de volgende keer?

Laia

PS De lunch met de pers duurde tot bijna half vier. Ik heb maar anderhalf uur gehad om deze brief te schrijven, ik heb geen tijd meer om het woordenboek ergens in te schrijven…

EEN TAAL.
20-11-08

Beste Anna,

Het was bijzonder om mijn brief in het Engels te lezen. Ik herkende mijn woorden in je vertaling, maar jij was ook duidelijk aanwezig. Je hebt al meer gezegd dan ‘bijna hetzelfde’!

Nu is de eerste anderhalve dag achter de rug. We hebben een tijdje met elkaar doorgebracht: vier schrijvers en zes vertalers uit verschillende landen en van verschillende afkomst. We praten met elkaar en we switchen snel en zonder erbij na te denken tussen Nederlands en Engels, soms vallen er Spaanse, Franse of Italiaanse woorden tussen. Het klinkt als een soort Esperanto: eerst zeg ik dit, then I just say something else, en aan het einde nog una palabra en español, omdat ik dat niet snel genoeg in mijn hoofd kan vertalen, en ik hoop dat Abdellah of Federica het gewoon snappen en het woord in het Engels voor mij kunnen vinden.

In deze mengelmoes van talen vroeg ik me af of we beter of slechter af zouden zijn als we slechts één taal zouden hebben voor iedereen in de wereld.

Ik stel me voor dat in een wereld van internet en globalisering, een wereldtaal zich niet makkelijk zou splitsen tot verschillende talen (zoals in het verleden is gebeurd met, onder andere, het Latijn). Er zouden zeker dialecten ontstaan, maar voor de rest zouden we allemaal dezelfde woorden gebruiken.

Ik realiseer me ook dat ik door deze hypothese te opperen, in één klap jouw beroep van de aardbodem heb laten verdwijnen. Sorry daarvoor. Ik ben maar aan het fantaseren. Maar nu dat ik het al heb gedaan… Wat denk je: zouden we elkaar beter begrijpen als we slechts één taal zouden hebben? Ik stel me dan een wereld voor waarin tussen de zes- en zevenduizend talen verdwijnen, miljoenen – miljarden – woorden uitsterven. Boekwinkels reduceren hun kasten vol taalcursussen en woordenboeken tot één plank.

Ik vraag me af of er minder misverstanden zouden zijn, of juist meer. Misschien zouden vertalers dan blijven bestaan in de vorm van mediators. Mensen die andere mensen helpen om elkaar beter te begrijpen. Juist omdat het hebben van alleen één taal de communicatie nog ingewikkelder zou maken. Hoe minder woorden in de wereld, hoe belangrijker het zou zijn om de betekenis en nuances van de gebruikte woorden goed te beheersen. Vertalers zouden taalexperts zijn, die alle hoeken van de taal kennen en die de juiste betekenis perfect kunnen uitleggen.

En nog iets: nadat alle oude boeken vertaald zouden zijn naar de nieuwe wereldtaal, zou literair vertalen niet meer nodig zijn. Hoe voelt dat voor je… Zou je in deze hypothetische wereld willen leven, zonder je Engels-Nederlands woordenboek, zonder je beroep, maar wetende dat je over de hele wereld kan reizen en met iedereen een praatje kan maken?

Morgen vertel ik je wat ik van dit toekomstbeeld vind.

Goede crossingborderdag,

Laia

PD. Ik weet het, ik had gezegd één vraag per brief… Toch zijn het er twee geworden.

BRIEF AAN DE VERTAALSTER VAN DEZE BRIEF
10-11-08

Beste Anna,

Ik ben gevraagd een aantal columns in het Nederlands te schrijven over ‘on being translated ‘. Ik heb de opdracht in het Engels ontvangen, en ik vraag me af hoe ik dat in het Nederlands moet verwoorden. Wat is ‘on being translated ‘? Is het ‘vertaald worden’? Is het ‘vertaald zijn’? Ik spreek Engels en Nederlands, maar geen van de twee is mijn moedertaal. Dus de nuances die schuilen in die drie Engelse woorden, en in hun mogelijke Nederlandse equivalenten, kan ik niet goed genoeg beoordelen.

Jij weet die dingen natuurlijk wel, want dat is jouw vak. Sinds mijn boek is vertaald, en ik contact heb gehouden met een aantal vertalers, bewonder ik jullie werk. Het intrigeert me zodanig, dat ik een paar maanden geleden een boek erover heb gekocht. Het is een essay van Umberto Eco, dat in het italiaans is getiteld: ‘Dire quasi la stessa cosa ‘. Ik heb het in het spaans gelezen (‘Decir casi lo mismo ‘), en ik durf te beweren dat Umberto Eco zegt dat vertalen is: ‘Bijna hetzelfde zeggen’.

Je gaat bijna hetzelfde zeggen als ik. Je zal mijn dagelijkse columns voor The Chronicles vertalen naar het Engels, en dan zullen we twee teksten hebben die bijna hetzelfde zeggen. Is het niet moeilijk om ‘bijna hetzelfde’ te zeggen zonder ‘iets anders’ te zeggen? En kun je ‘bijna hetzelfde zeggen’, als je niet eens bent met de tekst van de ander? Met andere woorden, kun je als vertaler een tekst vertalen waar je niet achter staat?

Ik realiseer me wel dat ik je een reeks vragen aan het stellen ben, en dat je geen antwoord kunt geven. Dat vind ik jammer, want jij bent nou juist iemand die aan de andere kant staat van het ‘on being translated ‘, en dus een ander inzicht heeft.

Omdat ik via mijn brieven (die als columns gekleed gaan) geen dialoog met je kan onderhouden, voel ik de neiging om de grenzen van het vertaalvak af te tasten. Ik ben niet van plan een onmogelijke opdracht voor je te maken, maar ik ben wel benieuwd naar hoe je sommige dingen kan oplossen. Maar hou je daar wel van? Wil je met mij zoeken naar de grenzen van het vertalen?

Jammer, weer stel ik je vragen, en weer realiseer ik me dat je ze niet kan beantwoorden, dat jouw antwoord op deze brief slechts een vertaling van al mijn vragen zal zijn. Of… Ik heb een idee.

Ik stel je het volgende voor: we gaan via een code communiceren.

In elk van mijn volgende brieven zal ik één vraag aan je stellen. Die vraag zal je impliciet in je vertaling kunnen beantwoorden.
Hoe?
Ik zal altijd het woord woordenboek ergens in de tekst gebruiken. Je hebt twee opties om dit woord te vertalen. Als je het vertaalt als dictionary, zal je antwoord op mijn vraag ‘ja’ zijn. Als je het vertaalt als lexicon, zal je antwoord op mijn vraag ‘nee’ zijn.
De eerste vraag is: Wil je met mij zoeken naar de grenzen van het vertalen?

Ik kijk ernaar uit om je straks te ontmoeten in Den Haag. Prettige reis naar Nederland en vergeet je woordenboek niet!

Laia