Mara van Duijn
DOOR Vea Kaiser
17-11-2014

Toen ik het zware hotelkamergordijn opzijschoof, wist ik niet of het dag of nacht was. Volgens de klok op mijn mobieltje was het een paar minuten over acht, de hemel zag eruit alsof hij elk moment naar beneden kon komen. Hoewel, dat klopt eigenlijk niet, want de hemel was totaal uit zicht verdwenen, hij werd bedekt door een dik, grijs-bruin-zwart wolkendek dat rommelde, donderde en waterfonteinen uitspuugde. Mijn hotelkamer keek uit op een groot plein waar mensen zich vastklampten aan hun paraplu’s en hun gezichten verborgen in dikke sjaals en warme jassen, er was voor de verandering geen enkele fietser te zien. Eigenlijk was het perfect literatuurweer.

En al dacht de hemel boven Den Haag er anders over, voor mij scheen de zon. De avond had namelijk een heel leuke ontmoeting voor me in petto: ik kon eindelijk mijn redacteur en de andere lieve mensen van De Arbeiderspers, mijn Nederlandse uitgeverij, leren kennen. En met name mijn Nederlandse vertaler, Kor de Vries. We hadden gedurende bijna een jaar zeer intensief samengewerkt en het was het ontzettend spannend om hem nu eindelijk persoonlijk te ontmoeten. En ja, in het echt is hij is net zo geestig als ik me had voorgesteld. Vertalen (of het nou om een korte tekst of een boek gaat) betekent ook altijd loslaten. Als je de doeltaal niet op moedertaalniveau beheerst is het moeilijk te begrijpen wat iemand anders precies met je tekst heeft gedaan, hoe de tekst in die taal overkomt, laat staan dat je zicht hebt op hoe hij zich verder ontwikkelt. Het beste is dus om vertalers te hebben die je helemaal kunt vertrouwen, zoals dat het geval was bij Kor, en zoals nu het geval is bij Elli & Mara.

Afgezien hiervan werd de hele dag overschaduwd door een vervelend probleem: waarom moesten alle auteurs die ik per se wilde zien, precies tegelijkertijd met The Chronicles optreden? ‘Waarom, Olympische Goden, doen jullie me dit aan? Wat willen jullie me hiermee duidelijk maken?’ ging het de hele dag door mijn hoofd. Wat ik vooral jammer vond was dat de auteur van mijn lievelingsboek van dit jaar gelijktijdig met ons zou optreden. Nickolas Butlers debuutroman Shotgun Lovesongs was voor mij de leessensatie van het jaar. Ik had hem maar wat graag van dichtbij meegemaakt, gewoon om te ervaren hoe hij praat, hoe hij beweegt, hoe hij denkt, hoe zijn stem klinkt.

En waarschijnlijk had ik nog vier dagen gebaald dat ik zijn optreden had gemist, als ons eigen optreden niet zo ontzettend leuk was geworden. Ik voelde me plotseling weer klein, zoals in de tijd voordat mijn roman gepubliceerd was. Sinds mijn boek een bestseller is geworden, vinden mijn lezingen over het algemeen op grote podia plaats, met meestal meer dan honderd man publiek en duren ze zo’n anderhalf uur – wat dat betreft was het een bijzondere ervaring om opeens op te treden in het kader van een soort overzichtspresentatie van wat we tijdens The Chronicles hadden gedaan, waarbij korte fragmenten en mini-interviews gepresenteerd werden aan het publiek alsof we een muziekschoolklas waren en we aan het eind van het jaar aan onze ouders lieten horen wat we geleerd hadden. Het was alsof de laatste jaren van mijn leven nooit gebeurd waren. Een grappige tijdreis.

Het hoogtepunt van de avond moest toen nog komen. Mijn liefste, de beste man ter wereld, die om mij te kunnen zien zelfs naar Den Haag was afgereisd, stuurde me een sms’je: Kom naar de plek waar de boeken verkocht worden. Ik heb hem gevonden. Acuut gierden de zenuwen door mijn keel, ik spoedde me naar de foyer van de Koninklijke Schouwburg en inderdaad: daar stond mijn liefste, samen met Nickolas Butler. Het werd een zeer lange avond ongelooflijk geweldige gesprekken met de sympathiekste auteur die ik ooit heb ontmoet.

En dat is ook precies het leuke aan literatuurfestivals: weinig slaap, veel drank, waanzinnige inspiratiebronnen, geweldige ervaringen en ontmoetingen die je een leven lang bijblijven.

Ik wil het geweldige team van Crossing Border bedanken voor de uitnodiging voor dit fantastische festival, voor de enorme gastvrijheid en een weekend dat ik nooit zal vergeten.

All translations from Mara van Duijn
17-11-14

Toen ik het zware hotelkamergordijn opzijschoof, wist ik niet of het dag of nacht was. Volgens de klok op mijn mobieltje was het een paar minuten over acht, de hemel zag eruit alsof hij elk moment naar beneden kon komen. Hoewel, dat klopt eigenlijk niet, want de hemel was totaal uit zicht verdwenen, hij werd bedekt door een dik, grijs-bruin-zwart wolkendek dat rommelde, donderde en waterfonteinen uitspuugde. Mijn hotelkamer keek uit op een groot plein waar mensen zich vastklampten aan hun paraplu’s en hun gezichten verborgen in dikke sjaals en warme jassen, er was voor de verandering geen enkele fietser te zien. Eigenlijk was het perfect literatuurweer.

En al dacht de hemel boven Den Haag er anders over, voor mij scheen de zon. De avond had namelijk een heel leuke ontmoeting voor me in petto: ik kon eindelijk mijn redacteur en de andere lieve mensen van De Arbeiderspers, mijn Nederlandse uitgeverij, leren kennen. En met name mijn Nederlandse vertaler, Kor de Vries. We hadden gedurende bijna een jaar zeer intensief samengewerkt en het was het ontzettend spannend om hem nu eindelijk persoonlijk te ontmoeten. En ja, in het echt is hij is net zo geestig als ik me had voorgesteld. Vertalen (of het nou om een korte tekst of een boek gaat) betekent ook altijd loslaten. Als je de doeltaal niet op moedertaalniveau beheerst is het moeilijk te begrijpen wat iemand anders precies met je tekst heeft gedaan, hoe de tekst in die taal overkomt, laat staan dat je zicht hebt op hoe hij zich verder ontwikkelt. Het beste is dus om vertalers te hebben die je helemaal kunt vertrouwen, zoals dat het geval was bij Kor, en zoals nu het geval is bij Elli & Mara.

Afgezien hiervan werd de hele dag overschaduwd door een vervelend probleem: waarom moesten alle auteurs die ik per se wilde zien, precies tegelijkertijd met The Chronicles optreden? ‘Waarom, Olympische Goden, doen jullie me dit aan? Wat willen jullie me hiermee duidelijk maken?’ ging het de hele dag door mijn hoofd. Wat ik vooral jammer vond was dat de auteur van mijn lievelingsboek van dit jaar gelijktijdig met ons zou optreden. Nickolas Butlers debuutroman Shotgun Lovesongs was voor mij de leessensatie van het jaar. Ik had hem maar wat graag van dichtbij meegemaakt, gewoon om te ervaren hoe hij praat, hoe hij beweegt, hoe hij denkt, hoe zijn stem klinkt.

En waarschijnlijk had ik nog vier dagen gebaald dat ik zijn optreden had gemist, als ons eigen optreden niet zo ontzettend leuk was geworden. Ik voelde me plotseling weer klein, zoals in de tijd voordat mijn roman gepubliceerd was. Sinds mijn boek een bestseller is geworden, vinden mijn lezingen over het algemeen op grote podia plaats, met meestal meer dan honderd man publiek en duren ze zo’n anderhalf uur – wat dat betreft was het een bijzondere ervaring om opeens op te treden in het kader van een soort overzichtspresentatie van wat we tijdens The Chronicles hadden gedaan, waarbij korte fragmenten en mini-interviews gepresenteerd werden aan het publiek alsof we een muziekschoolklas waren en we aan het eind van het jaar aan onze ouders lieten horen wat we geleerd hadden. Het was alsof de laatste jaren van mijn leven nooit gebeurd waren. Een grappige tijdreis.

Het hoogtepunt van de avond moest toen nog komen. Mijn liefste, de beste man ter wereld, die om mij te kunnen zien zelfs naar Den Haag was afgereisd, stuurde me een sms’je: Kom naar de plek waar de boeken verkocht worden. Ik heb hem gevonden. Acuut gierden de zenuwen door mijn keel, ik spoedde me naar de foyer van de Koninklijke Schouwburg en inderdaad: daar stond mijn liefste, samen met Nickolas Butler. Het werd een zeer lange avond ongelooflijk geweldige gesprekken met de sympathiekste auteur die ik ooit heb ontmoet.

En dat is ook precies het leuke aan literatuurfestivals: weinig slaap, veel drank, waanzinnige inspiratiebronnen, geweldige ervaringen en ontmoetingen die je een leven lang bijblijven.

Ik wil het geweldige team van Crossing Border bedanken voor de uitnodiging voor dit fantastische festival, voor de enorme gastvrijheid en een weekend dat ik nooit zal vergeten.

15-11-14

Het hele helden-gebeuren is een moeilijk geval. Sommige helden zijn nu eenmaal helden en zullen dat altijd blijven, Mahatma Gandhi, Martin Luther King of Superman, om er maar een paar te noemen. Odysseus is voor de één een held (de Grieken), voor de ander een sluwe vos (de Trojanen). Bepaalde individuen, zoals Obama of Lance Armstrong kunnen een tijdlang helden zijn, totdat ze hun betovering verliezen. En dan zijn er nog de persoonlijke helden. De helden uit je jeugd zijn waarschijnlijk andere dan de helden waar je als volwassene tegen opkijkt, en gisteren overkwam het me dat ik binnen een uur tijd een nieuwe held vond en een oude kwijtraakte.

Tijdens literatuurfestivals is het vaak zo dat je enigszins terloops een optreden bezoekt, bijvoorbeeld omdat je de aankondiging interessant vond klinken en je even een kijkje wilde nemen zonder vooraf een speciale connectie met het optreden te hebben. In zo’n stemming was ik toen ik naar het optreden van Michail Schischkin ging. Het maakte me niet zoveel uit wat er zou gebeuren, het enige wat ik hoopte was dat hij het niet te veel over de inhoud van zijn boek zou gaan hebben, want niets is saaier dan schrijvers die het hebben over de inhoud van hun boeken (mezelf meegerekend). Maar zodra hij van wal stak, was ik gefascineerd. Schischkin behoort tot een uitstervend soort schrijvers: een groot verteller en spraakmakende intellectueel die de huidige tijd met een kritische blik tegemoet treedt. Iemand met een heldere mening. Duitse auteurs wordt vaak, en terecht, verweten dat ze, als een stelletje verwende kinderen, alleen maar geïnteresseerd zijn in de volgende literatuurprijs of in de Bundesliga-uitslagen. Schischkin was een positieve verrassing, een voorbeeld van een schrijver die vragen wil beantwoorden, maar ook buiten de ivoren toren van de literaire wereld een belangrijke rol in de maatschappij wil spelen.

Ik had een nieuwe held gevonden en verheugde me des te meer op het liveoptreden van een oude held van me, Paolo Giordano. Jarenlang was ik onder de indruk geweest van zijn vermogen om, jong als hij is, zo veel lezers met zijn verhalen te betoveren. Maar live bleef van die betovering weinig over. Op het podium zat een arrogante Italiaan, die sprak alsof hij zwaar onder invloed van drugs was en het ontzettend belangrijk leek te vinden om te vertellen hoe hij het vijfjarige zoontje van zijn vrouw duidelijk had willen maken dat het kind in ‘zijn villa’ was komen wonen, en niet andersom. Ik weet niet of ik hem hiermee tekortdoe. Misschien is het wel een sympathieke vent en had hij ook intelligente dingen te vertellen, maar kon ik dat er niet uithalen, omdat de schrijver voor hem zoveel intelligentere dingen had gezegd. Omdat de familieanekdotes uit het dagelijkse leven van een voormalig natuurkundige – die in weerwil van zijn beroep de komeetlanding niet interessant vond, omdat er vijf miljoen exemplaren van zijn debuutroman zijn verkocht – nogal banaal lijken, nadat iemand kort daarvoor had gesproken over het dilemma van Russische intellectuelen op de drempel van een Derde Wereldoorlog.

Nou, dat is dan misschien ook het gevaar van literatuurfestivals, dat oude helden hun betovering verliezen. Maar tegelijkertijd krijg je er op zo’n festival wel iets voor terug: nieuwe helden.

En naderhand besefte ik eens te meer dat ik nooit een heldin zal zijn, daar ben ik niet moedig genoeg voor. In de Koninklijke Schouwburg waren zo veel mensen dat ik claustrofobisch werd en naar buiten moest vluchten. Dat was jammer, want dat betekende voor mij het einde van de avond, maar tegelijkertijd voelde ik me ook blij, ik bedoel, hoe geweldig is het als je bij een literatuurevenement claustrofobisch wordt? Dat betekent ten slotte dat literatuur gehoord wordt, dat literatuur leeft en dat ze mensen in beweging brengt. En is dat niet precies wat een held zou moeten doen?

14-11-14

Een kennis die beroepshalve jaarlijks minstens drie keer om de aarde vliegt, beweert altijd dat de mededelingen van de piloot de beste voorspellers zijn voor het verloop van de reis. Hij is ervan overtuigd dat, zoals de oude Romeinen de toekomst aflazen aan de vlucht van trekvogels, de moderne mens profetische uitspraken kan doen aan de hand van de uitdrukkingswijze en de woordkeus van de piloot. De piloot op mijn vlucht naar Amsterdam was jong, knap en buitengewoon goedgehumeurd. Toen we het Nederlandse luchtruim binnenvlogen maakte hij ons erop attent dat er turbulentie op komst was en nog terwijl hij dit zei viel het vliegtuig een paar meter omlaag – jonge meisjes gilden het uit, de oude dame naast me begon te bidden en onze piloot barstte uit in uitbundig gezang: “That’s the way, aha aha, I like it, aha aha.” Mijn veelvliegende kennis zou hierop waarschijnlijk zeggen dat ons een turbulent weekend te wachten stond.

****

Toen een Amerikaanse in de shuttle van het vliegveld naar Den Haag me vroeg: „Are you a writer or are you a musician?“, was het festival voor mij echt begonnen. In het normale leven doe je de boodschappen of ben je student, ben je trampassagier of krantenlezer; de functies die je dagelijks vervult, veranderen vaak van uur tot uur, maar op literatuurfestivals voel je je de hele dag op en top schrijver. Dagenlang alleen met literatuur, muziek etc. bezig te zijn doet je de wereld om je heen vergeten. En dat is nu juist het mooie, dat je, net als tijdens de oud-Griekse feestelijkheden ter ere van de god Dionysus, even kunt ontsnappen aan de sleur van alledag en je je aandacht een poosje uitsluitend op de hogere kunsten kunt richten. En hoe luidt het in Euripides’ Bakchai ook weer: “Kom hierheen en laat ik je hoofd met klimop omkransen. Zalig is hij die in groot geluk met ons eer verleent en zichzelf in dienst stelt van de god Dionysus.”?

***

In het Euripides-citaat slaat dat ‘in dienst van Dionysos’ natuurlijk op het ter ere van hem gehouden, meerdaagse theaterfeest en niet per se op de wijn die daarbij geconsumeerd werd. Maar omdat die twee dingen op de een of andere manier toch aan elkaar verbonden zijn, was ook onze eerste officiële festivalbijeenkomst de welkomstborrel. De vertalers en auteurs konden elkaar onder het genot van een drankje leren kennen, terwijl er al vroeg in de avond harde, maar geweldige muziek uit de boxen schalde en iedereen vrolijk stond te babbelen.

Ik ben al vaker op literatuurfestivals geweest, maar nooit eerder maakte ik mee dat het organisatieteam zo jong en vriendelijk was, de festivaldirecteur zo vlot en het bier zo voortreffelijk. Het was nog niet eens echt begonnen en nu al wilde ik niet meer weg. Een gedachte die alleen maar sterker werd, toen ik op weg naar het avondeten langs de prachtige huizen liep, door de chique straten in het betoverende decor van Den Haag. “Zalig is hij die in groot geluk”, weerklonken Euripides’ woorden in mijn hoofd, totdat ik in het restaurant een blik op mijn handtas wierp: een klodder parkietenpoep had mijn tas besmeurd. Ik neem alles terug: Den Haag, jij en ik worden geen vrienden. Je vogels schijten op ons.

***

Maar afgezien van dit incident stond de hele avond in het teken van het overschrijden van grenzen. Aan de tafel, die zuchtte onder het gewicht van een grote hoeveelheid voortreffelijke Indonesische heerlijkheden, was een mengelmoes van talen te horen. De witte wijn was gekoeld, de kip was kruidig, het rundvlees mals en de bonen in koksmelk waren een eigen lofzang waardig. Echter, voordat ik me verlies in het dwepen met de Indonesische keuken, moet ik het over echt belangrijke zaken hebben: de kennismaking met mijn vertaalsters Mara en Elli. Als ik zelf vertaal uit het Oudgrieks, knutsel ik altijd mijn ‘eigen’ tekst in elkaar, maar Elli en Mara zijn werkelijk geweldige vertaalsters, want zij doen er echt alles aan om mijn tekst zodanig in het Engels c.q. het Nederlands te vertalen dat de charme en de eigenheid van de tekst in de andere taal zo goed mogelijk overkomen. Enigszins beschamend was het natuurlijk, dat zij allebei niet alleen schriftelijk, maar ook mondeling het Duits beter beheersen dan ik. Elli met een perfect Berlijns accent, Mara in keurig Hoogduits, en daarmee voel ik me de geluksvogel van dit evenement, want mijn gebrekkige Duitse teksten zullen opgepoetst en tegelijk in Elli’s uitmuntende Engels en Mara’s geniale Nederlands te lezen zijn.

Proloog
04-11-14

Op wereldreis werd mijn beste vriendin verliefd op een Nederlander, die daarop besloot naar Oostenrijk te verhuizen. Omdat mijn beste vriendin vrij neurotisch is en hij haar niet te veel wilde belasten, trok hij, tot hij een eigen woning had gevonden, tijdelijk in mijn woonkamer, die toch al weken leeg staat omdat ik hoognodig mijn tweede roman moet inleveren en geen tijd heb voor wonen. We moesten plechtig beloven niet over haar te praten, per slot van rekening weet en ken ik haar vanaf de kleuterschool. Maar afgezien van haar hadden we niks gemeenschappelijks en dus hadden we het avondenlang over onze landen.

We stelden vast dat Nederland twee keer zo klein is als Oostenrijk, maar twee keer zoveel inwoners heeft. Hij legde me uit waarom het Nederlandse voetbal zo geweldig is en ik aan hem waarom Wenen een Oost-Europese en geen West-Europese stad is. Slechts twee kwesties hebben we nooit kunnen ophelderen: ik snap niet waarom bijna alle Nederlandse gerechten gefrituurd worden en hij begrijpt niet waarom de meeste Oostenrijkers geen Engels kennen.

Ook al konden we deze vragen niet beantwoorden, het belangrijkste was dat ze ter sprake kwamen. Tot aan het moment waarop het Nederlandse vriendje van mijn beste vriendin aan me vroeg waarom alle Oostenrijkers, zodra ze Engels proberen te spreken als slechte Falco-imitators klinken, was ik me helemaal niet bewust van de beroerde vreemdetalenkennis van mijn landgenoten, : inderdaad, we kennen echt allemaal geen Engels. En Remco verging het net zo, alleen al vanwege het feit dat ik geen frituurpan in de keuken heb staan, zag hij in dat niet al het eten een tweede dood in het frituurvet hoeft te sterven om het eetbaar te maken.

Het leuke aan ontmoetingen met mensen uit andere culturen is dat je niet alleen iets van de andere cultuur leert, maar ook hoeveel je over jezelf weet. En dat geldt niet alleen voor intermenselijke relaties, maar ook voor de literatuur.

Toen ik mijn eerste roman schreef, wist ik eigenlijk nauwelijks wat ik aan het doen was. Maar toen ik met vertalers ging samenwerken, begon ik oog te krijgen voor hoe mijn taal eigenlijk in elkaar zit. Opeens begreep ik hoe ontzettend dubbelzinnig de structuur van Duitse zinnen is. Ik ontdekte hoeveel betekenisnuances en eigenaardigheden het Oostenrijks-Duits kent, en ik verbaasde me erover voor hoeveel woorden er in andere talen helemaal geen uitdrukkingen bestaan. En ik begreep ook dat vertalen eigenlijk ‘het je eigen maken’ betekent. Toen ik de Nederlandse vertaling van mijn boek voor het eerst in handen kreeg, had ik het gevoel dat dit boek maar voor 40% van mij was en voor 60% van vertaler Kor de Vries, maar dat we samen iets heel nieuws tot stand hadden gebracht. Het was alsof mijn boek groter was geworden zonder dat ik daar iets voor had hoeven doen.

Juist vanwege de uitwisseling, vanwege het verleggen van grenzen, het leren kennen van het onbekende, maar ook het verwerven van nieuwe inzichten over mezelf, verheug ik me nu al op de tijd in Den Haag.

Literatuurfestivals betekenen meestal: veel interessante auteurs, geweldige muzikanten, collega’s uit de hele wereld leren kennen, te weinig slapen, te veel drinken – en van Crossing Border verwacht ik dat het bijzonder intensief wordt, ik heb nu al moeite om te kiezen welke optredens ik ga overslaan en welke ik ga bekijken, er staan te veel interessante dingen op het programma.

In mijn wildste fantasieën is alles versierd met honderden tulpen en zijn er waarschijnlijk twee keer zoveel mensen als bij een Duitse lezing, op maar half zoveel ruimte. In mijn fantasie ontmoet ik Arnon Grunberg en kan ik hem eindelijk vertellen dat ik graag een kind van hem zou willen. En zo niet, dan is het ook goed, of misschien wel beter. Hoe dan ook, ik ga een geweldige tijd tegemoet