‘Het is verschrikkelijk wat er nu allemaal in Turkije gebeurt.’
‘Voor Aziatisch eten moet je in Den Haag zijn.’
‘Waarom staat daar een piano?’
‘De laatste trein naar Amsterdam gaat om 23.20.’
‘Zullen we het niet over Erdogan hebben?’
‘Ik heb niks tegen feminisme, ik heb alleen iets tegen wit feminisme.’
‘Waarom schrijf je niet in het Turks?’
‘Ik dacht dat Duitsers bekrompen waren, maar Nederlanders zijn zelfs daarin beter.’
‘Een derde van de vrouwen ziet eruit als Marine Le Pen.’
‘Berlijn is een stad waar je je prima in je eentje kan redden.’
‘Elke Nederlander verstaat Duits.’
‘De tekst was een half uur te laat.’
‘Kun je Beeldende Kunst ook in deeltijd studeren?’
‘We zijn elkaar helaas misgelopen.’
‘Tot ik ging studeren had ik eigenlijk nooit koffie gedronken.’
‘Normaal gesproken haat ik festivals, maar dit festival is echt chill.’
‘Waar koop je wiet in Berlijn?’
‘We hebben elkaar via internet leren kennen.’
‘Kom, we gaan naar de boekwinkel om te kijken of ze mijn boek hebben.’
‘Marokkanen hebben niet zo’n hecht netwerk als Turken.’
‘Dat bedoelde ik niet zo.’
‘Wat wordt er nu in Nederland gelezen?’
‘Ik doe een residency in een verzorgingstehuis.’
‘Deze band is eigenlijk te goed om nu weg te gaan.’
‘Ik begrijp deze zin niet.’
‘Waarom ben ik altijd zo moe?’
‘Als ik deze show zie, krijg ik het gevoel dat ik niet eens vijf procent van mijn lichaam gebruik.’
‘We moeten eens afspreken als je in Amsterdam bent.’
‘Mijn boek wordt op dit moment in het Turks vertaald.’
‘Het stinkt hier echt in deze rookruimte.’
‘Wil je nog een biertje?’
‘Ik ben een week geleden getrouwd.’
‘Het ontbijt is echt goed.’
‘Dat ding is eigenlijk zwart en niet blauw.’
‘Is er nog iets van de catering over?’
‘Je jurk is prachtig.’
‘Geen idee waar ik over moet schrijven.’
‘Het doet er niet toe of het klopt, ik schrijf fictie.’
‘Ben je al eens bij zee geweest?’
‘Ik kan niet slapen als ik te veel heb geblowd.’
‘We zitten al vier uur te eten.’
‘Zal ik je een tip geven?’
‘Nee.’
‘Ik weet niet zo veel van Latijns-Amerikaanse literatuur.’
‘Je tekst is heel mooi geworden.’
‘Ik miste het eenzaam zijn.’
‘De vertaler moet ook eigen keuzes maken.’
‘Hema is de beste winkel ter wereld.’
‘Heb je een sigaretje, mooie vrouw?’
‘Hier gaan mensen graag uit.’
‘Het is zo’n bedrijfsevenement, stelt niet zo veel voor.’
‘Oké, zeg dat zo nog een keer, maar dan korter.’
‘Say my name, say my name.’
‘I am flying to Dublin but I still have 5 hours or so.’
‘Kan je deze zin niet beter in het Engels schrijven?’
‘Literatuur ontstaat uit literatuur.’
‘Ik weet het, ik kijk alsof het ontzettend moeilijk is om die plek te vinden, maar dat valt mee.’
‘Weet je de weg terug?’