Ik ben Naoise, ik ben een Ierse schrijfster en mijn debuutroman Exciting Times is eerder dit jaar verschenen.[1] Het zijn vreemde tijden, zoals elke werk-e-mail inmiddels automatisch voor je aanvult. Tegelijkertijd heeft het publicatieproces van een roman van nature al iets unheimisch. Ik had de eerste versie in 2017 af, dus het voelt enigszins vervreemdend om getuige te zijn van de vlaag verse reacties op iets dat ik al zo lang geleden heb gemaakt.
Ik las laatst een artikel van Martin Amis waarin hij literaire fictie in de jaren zeventig omschrijft als een ‘onzichtbare en onschuldige bezigheid’, zonder alle ‘nevenactiviteiten’ die auteurs tegenwoordig ondernemen; geen evenementenprogramma, geen pers, geen profielschetsen, misschien een paar recensies.
Dit vergeten we als we bespreken welke invloed de pandemie op boeklanceringen heeft gehad. De focus ligt steeds op wat er is veranderd, op wat er nu digitaal wordt gedaan, op wat er volledig is geschrapt, maar als ik naar Amis’ omschrijving kijk, krijg ik de indruk dat de huidige uitgeefwereld veel meer wegheeft van die uit 2019 dan van het hermetische tijdperk vóór de inbelverbinding. Rond deze tijd vorig jaar begonnen de eerste interviews, nu geef ik nog steeds interviews en volgend jaar zal ik er waarschijnlijk ook nog genoeg geven. In mijn ogen is publiceren in 2020 nog altijd een proces waarbij je maar beter van je eigen stemgeluid kunt houden.
Verder probeer ik gewoon door te gaan. Ik werk nu voornamelijk aan m’n tweede of derde roman, afhankelijk van hoe je het bekijkt. Vóór de roman die ik nu aan het schrijven ben, heb ik een boek geschreven dat ik niet wil laten uitgeven, dus laten we mijn huidige manuscript de tweede roman noemen die anderen zullen lezen.
Daarnaast schrijf ik korte verhalen en cultuurkritische stukken voor verschillende publicaties en ga ik binnenkort fotografe Tami Aftab interviewen over een persoonlijk project waarvoor ze haar Ierse grootmoeder en haar familieverhaal vastlegt. Ik heb verschillende digitale auteursevenementen gedaan en begin oktober heb ik het Cheltenham Literature Festival bijgewoond. Ik sprak daar in een panel met Camilla Pang en Abigail Bergstrom over neurodiversiteit en in een ander panel met Octavia Bright over mijn eigen roman. Ik was nooit eerder in Cheltenham geweest, maar ik heb me laten vertellen dat de coronaproof versie veel minder drukbezocht was dan normaal. Wat er aan sappige, terloops opgevangen gespreksflarden ontbrak, werd goedgemaakt in bewegingsruimte.
Persoonlijk worstel ik met de situatie, zoals iedereen. Ik maak me zorgen over mijn familie, mijn vrienden, en over hoe het met de wereld gesteld is. Soms zou ik willen dat ik een meer visionaire schrijfster was. Maar ik schrijf nu eenmaal het beste over mensen en dingen die niet zouden moeten bestaan maar toch bestaan, zonder dat ik per se een uitweg bied, behalve lachen om de regelrechte absurditeit ervan. Ik moet er maar op vertrouwen dat er een rol voor zwarte humor is weggelegd in een ecosysteem waarin andere schrijvers andere dingen doen. Ik denk dat deze houding in elk geval te prefereren is boven mezelf ophemelen als een soort profeet. Ik schrijf romans en ben blij als mensen ervan genieten.
Mensen zijn vaak benieuwd naar mijn ‘werkroutine’. Soms verzin ik er een, omdat die vraag me het gevoel geeft dat ik er een zou moeten hebben. Maar mensen die iets kunnen, hebben vaak de grootste moeite om te vertellen hoe ze het precies doen, en zo ben ik als het op schrijven aankomt. Mensen leren schrijven is een kunst op zich.
Ik kijk ernaar uit om de komende weken meer blogs te schrijven. Ik verklap liever niet al te veel over work-in-progress, maar misschien geef ik hier en daar wel een duistere hint.
[1] De Nederlandse vertaling (Opwindende tijden, vertaald door Lisette Graswinckel) verschijnt op 29 oktober.