Ik ben nu een week terug in Japan. Ik ben helemaal teruggekeerd naar het Japanse leven. Het onbeschrijfelijke zwevende gevoel dat ik had tijdens de reis ben ik kwijtgeraakt en met een sterke realiteitszin leef ik mijn leven weer zoals van tevoren. Het wordt gezegd dat vliegtuigen de grootste kans hebben om neer te storten tijdens het opstijgen en landen. Wanneer mensen zeggen dat hun vertrek echt vreselijk was, of dat er veel turbulentie was tijdens de landing of iets dergelijks, dan blijven deze opmerkingen in mijn hoofd hangen. Maar ik bevond me deze keer in een stormachtige drukte voor en na mijn buitenlandse zakenreis en ik had het steeds ongelofelijk druk gedurende mijn reis naar Den Haag.
In Japan proberen we aan het eind van het jaar zoveel mogelijk af te ronden. Dit noemen we “nenmatsu shinkou” (let: voortgang aan het eind van het jaar). Ik vraag me af of dit ook in het buitenland bestaat. Rond Oud en Nieuw zijn alle bedrijven gesloten en omdat ook de drukkerijen dicht zijn, gaat de voortgang van het werk sneller dan normaal. Dit wil zeggen dat de deadlines voor schrijvers naar voren worden geschoven. Ook al zijn de medewerkers van Japanse bedrijven workaholics, ze nemen in principe rond Oud en Nieuw toch hun opgespaarde vrije dagen op. Kort gezegd komt dit erop neer dat alle schrijvers in Japan rond deze tijd achtervolgd worden door hunnenmatsu shinkou deadlines en worstelen om deze te halen. Voor mij is dit natuurlijk precies hetzelfde. Ik dacht dat ik in Den Haag werd bevrijd van woorden, maar omdat ik 3 columns moest schrijven dacht ik er juist constant aan. Voor- en nadat ik terugkeerde naar Japan, was het alsof ik werd achtervolgd door woorden; mijn hoofd en het beeldscherm van mijn computer zaten er vol mee. Ik zou me natuurlijk druk maken als mijn beeldscherm sneeuwwit zou zijn, maar toch heb ik enigszins genoeg van dit leven waarin woorden zich overal verspreiden als een ziekte.
Mijn ochtend begint met de uitroep ‘opstaaaan’ van mijn dochter. Terwijl ik haar eten geef, haar sap laat drinken en haar klaarmaak om te vertrekken, luister ik naar de onhandige woorden die ze brabbelt met haar kinderstem; ik begrijp wat ze zegt en beantwoord haar eisen. Nadat ik haar bij de crèche heb afgezet, zet ik mijn computer aan en dompel ik me helemaal onder in een zee van woorden. Wanneer ik terugkeer uit deze zee van woorden, verbind ik mijn computer met het internet, schrijf en lees ik mijn werk e-mail en doe ik wat licht huishoudelijk werk. Ik lees het materiaal van mijn boek, laat mijn ogen over het manuscript gaan en ik geef me op de een of andere manier over aan de woorden. Wanneer ik in een café zit en iemand naast me iets interessants zegt, of wanneer ik iets interessants tegenkom, dan schrijf ik dat op. Wanneer ik mijn dochter ophaal en haar vraag ‘Wat heb je vandaag gedaan?’ en wanneer mijn man, die redacteur is, thuiskomt, beginnen we bijna automatisch over literatuur te praten. De wereld is gevuld met woorden. Soms zou ik wat tijd willen doorbrengen in een huisje in een tropisch land, zonder televisie, computer, tijdschriften, boeken of wat dan ook, ook al weet ik dat ik zelf een van de criminelen ben die woorden in de wereld verspreiden. Op dit moment in mijn leven kan ik alleen bevrijd worden van woorden wanneer ik bijvoorbeeld wat huishoudelijk werk doe of wanneer ik een bad neem. Wanneer ik mensen zie verlangen naar woorden, heb ik het gevoel alsof ze door iets bezeten zijn. Ik wil mijn tijd in rust doorbrengen. Dat dacht ik vroeger al toen mijn dochter constant huilde en schreeuwde, maar nu ze groter is geworden en ze de hele tijd van alles komt vertellen, kan ik het niet helpen dat deze gedachte nog sterker is.
Op momenten wanneer ik bijvoorbeeld een koffiehuis binnenga om het beetje vrije tijd dat ik heb rustig door te brengen en een kennis me aanspreekt, wanneer ik een bad neem en ik iemand hoor roepen ‘telefoon!’ of wanneer ik een presentexemplaar van een boek krijg dat ik eigenlijk niet wil lezen, denk ik “hou op”, maar volgens mij denkt iedereen dat soort dingen wel eens. Als ik naar huis ga wanneer ik de hele dag met mensen heb gepraat, wil ik thuis graag even wat tijd in stilte doorbrengen. Maar wanneer ik moe thuiskom na de hele dag door met mensen te hebben gepraat, zijn er ook nog momenten dat ik televisie wil kijken, een boek wil lezen en met mijn familie wil praten. Ik weet niet of het komt doordat we in een wereld leven die vol is met woorden, maar er is een deel van de mens dat alleen geheeld wordt door woorden. Er zijn ook andere dingen die me beter doen voelen, zoals lief over mijn hoofd geaaid worden, een massage krijgen of seks hebben, maar ik word alleen geheeld door dingen zoals het lezen van een boek, mensen die aandacht aan me besteden of een diep gesprek met iemand hebben. Ik vraag me af of mensen die worden samengesteld en gevormd door woorden, onwillekeurig ook zulke karaktertrekken hebben.
Iedere dag neemt mijn dochter haar plaatjesboek overal mee naar toe en zeurt dat ze het wil lezen, ze vraagt op een dag ongeveer vijftig keer “wat is dat?” en ze wilt de woorden die ze heeft onthouden gebruiken en terwijl ze deze in iedere situatie toepast, zuigt ze steeds meer woorden op. Terwijl we in Den Haag waren breidde haar woordenschat zich plotseling uit. Tot nu toe als we naar het buitenland gingen, maakte mijn dochter altijd grote sprongen voorwaarts in het Japans. Volgens mij is dat zeker omdat er een soort schema bestaat waarin het niet begrijpen van woorden gelijk staat aan het instorten van je ‘zelf’. Verder zorgt het zoeken naar woorden voor een afhankelijkheid van taal. Wanneer je je eigen uiterlijk ziet dat bepaald is door woorden, dan is dat als een mooi maar kwetsbaar wezen dat zich ontpopt als liefde voor de mens. Dus ik denk dat ik woorden veel zal blijven gebruiken, misbruiken en er verhalen mee zal blijven vertellen.