Ik hoop dat iedereen een fijn weekend heeft en van het festival geniet. Op vrijdag stond er een gesprek met mijn Italiaanse vertaalster, Claudia Durastanti, op het programma. Ze heeft mijn roman geweldig vertaald en ik ben erg blij met de manier waarop het boek in Italië is ontvangen. Mijn uitgever Edizioni Atlantide heeft het boek een prachtig omslag gegeven en was fantastisch om mee samen te werken. Het is een van de eerste vertalingen die verschenen is, dus ik heb recensies voorbij zien komen en ben een paar keer geïnterviewd over de Italiaanse publicatie. Meestal e-mailen ze me de vragen in het Engels, geef ik antwoord en worden mijn antwoorden vervolgens vertaald en opgeschreven.
Gisteren gaf ik zo’n interview. Ik vind het altijd interessant om met internationale lezers over Ierse literatuur te praten. Niet-Engelstaligen hebben over het algemeen minder vooroordelen over wat Iers is, omdat de Ierse diaspora zich vooral concentreert in Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Australië, dus terwijl die landen bepaalde beelden over ‘het moederland’ hebben overgenomen van Ierse immigranten, bekijkt de rest van de wereld ons minder bevooroordeeld, als ze al naar ons kijken. (We zijn maar een klein landje. Ik geloof niet dat andere landen beseffen hoe klein we zijn. Nog geen vijf miljoen inwoners! Hoezo weten mensen dat Ierland bestaat? Hoezo weten Ieren überhaupt dat Ierland bestaat?)
Over de diaspora gesproken, iets anders waaraan ik gisteren heb gewerkt is een artikel over een project van fotografe Tami Aftab, die Iers, Pakistaans en Engels is. Haar grootmoeder verliet Ierland als tiener en Tami maakte de terugreis samen met de vrouwen uit haar familie voor de afronding van een fotoproject dat ze in opdracht deed. Het is een verhaal dat genoegdoening geeft, want afgaande op wat Tami me heeft verteld toen ik haar interviewde, is haar carrière als kunstenares precies wat haar grootmoeder haar zou hebben toegewenst. Zoals voor veel Ieren geldt, zowel hier als verder van huis, zat creativiteit al bij haar in de familie voordat er ooit geld mee te verdienen viel. Mijn vader houdt erg van fotografie, maar zou er nooit van hebben durven dromen om te proberen er de kost mee te verdienen en mijn grootmoeder verslond boeken, maar is nooit op het idee gekomen om zelf te schrijven, dus mijn eigen ervaringen klonken door in Tami’s verhaal.
Waar ik nu tegen aanloop bij het schrijven van het stuk is dat ik al op het dubbele van het totale aantal woorden zit, omdat Tami zo gepassioneerd over het project vertelde. Ik kijk ernaar uit om het, zodra ik erin geslaagd ben mijn woordenvloed in te dammen en het goede te bewaren, in te leveren en te delen, en dat iedereen haar prachtige foto’s kan zien. Ik kan nauwelijks geloven dat ik deze zin typ, maar ze heeft Leitrim stijl gegeven. (Mijn familie van vaderskant komt allemaal uit Leitrim, dus ik mag dat zeggen en zou iedereen die niet uit Leitrim komt neerknuppelen als ze zo’n uitspraak zouden doen.)
Verder signeer ik boekmerken en stuur ik ze weer terug naar mijn uitgever, zodat ze in boeken geplakt kunnen worden. Ik ben helemaal niet goed in zulk soort dingen en reageer verbaasd en met enige argwaan als ik het een keer weet klaar te spelen. Als ik dingen op de post moet doen, ben ik er altijd heilig van overtuigd dat zich elk moment een logistieke ramp kan voltrekken en dat ik al mijn bezittingen dan per ongeluk naar Moskou blijk te hebben opgestuurd.
Ik ben ook iets heel bijzonders aan het voorbereiden om naar mijn agent te sturen, maar ik ga niet vertellen wat. Ik denk dat ik de belofte van duistere hints uit mijn eerste blog waarschijnlijk niet waar ga maken. Ik weet niet waarom ik zo geheimzinnig doe – het maakt me niet zo’n goede blogger – maar het maakt het wel makkelijker om mijn werk gedaan te krijgen en daar gaat het uiteindelijk om.