‘Samuel Beckett deed het’, zei ze. ‘Toen hij naar Frankrijk ging om daar les te geven.’
Schrijven in het Nederlands. Buiten het veilige bereik van mijn moedertaal. Nog nooit aan gedacht. Zou ik het durven?
En nu zit ik hier om 4 uur ’s nachts. Slapeloze nacht. Zou ze ook wakker liggen? Zouden haar gedachten door haar hoofd blijven spoken zoals de mijne of rijpt haar blogpost in alle rust, ergens onbewust in haar diepe slaap?
Schrijven in een andere taal om dichter bij je eigen waarheid te komen. Om af te zien van al die lagen die je moedertaal met zich meedraagt. Misschien een vanzelfsprekend idee voor iemand die vier verschillende talen heeft geleerd in de eerste zeven jaar van haar leven, zoals te lezen is op de website van haar uitgever. En gelijk heeft ze. Toch?
Soms zitten de grenzen diep van binnen. Zo diep dat je de stem van een ander nodig hebt om zelf op het idee te komen (of is het gewoon gebrek aan creativiteit?). En dan is het durven geloven in je eigen stem. Wat maakt die waardevol? Of waardevoller dan die van je buur? Moet dat per se de vraag zijn?
Mijn eerste roman is nog niet eens verschenen. Kan ik mezelf een schrijver noemen? Of moet ik mezelf eerst bewijzen door een tweede boek te publiceren zoals ze het suggereert voor zichzelf? Is het schrijven op zich niet voldoende om van jezelf een schrijver te maken? Ik dwaal hier vol bewondering tussen jonge, succesvolle schrijvers en kan alleen maar dromen van hun vrijheid – tijd om te schrijven vooral, niet voortdurend moeten vechten om hier en daar een uurtje te vinden tussen vertaalopdrachten en andere verplichtingen. En dan dat rare idee om zelf een blogpost te schrijven, in het Nederlands nog wel. Hoewel ik hier voornamelijk mijn vertalerspet op heb is de schrijver in wording nooit ver te zoeken.
Dixit Wiki: ‘Het oplichterssyndroom, bedriegerssyndroom of bedriegersfenomeen is een term die in de jaren 1970 werd geïntroduceerd door psychologen en onderzoekers om mensen te beschrijven die niet in staat zijn hun prestaties te internaliseren. Ondanks externe bewijzen van hun competentie, blijven mensen met het syndroom ervan overtuigd dat ze bedriegers zijn en hun succes niet verdienen. Blijken van succes worden afgedaan als geluk, timing of het resultaat van het misleiden van anderen waardoor die denken dat zij intelligenter en competenter zijn dan ze zelf geloven. Het oplichterssyndroom komt meer voor bij succesvolle vrouwen.’
Moet ik me getroost voelen door die laatste zin? Geen garantie dat het van toepassing is op mijn geval natuurlijk.
Soit. Schrijven kun je relatief geheim doen, je kunt het voor jezelf houden. Zal ik dit morgen de wereld in durven sturen? Of eindigt het in de prullenmand?
Ergens diep van binnen voel ik dat ik straks de slaap zal kunnen hervatten. Crossing Borders on different levels.