Als ze je vragen wat je daar uit gaat spoken, antwoord je dat je het niet weet. Je hebt de website uiteraard gezien. Ze vragen je om iets te schrijven. Je hebt een witte pagina geopend in het witte kader van de verlichte MacBook, de regelafstand heb je op 1.5 gezet en je hebt een velletje papier weggegooid, ook al wit, waarop iemand (jijzelf waarschijnlijk) heeft geschreven Marc z.s.m. terugbellen. Maar Marc is al z.s.m. teruggebeld want dat velletje ligt er al maanden. Toch kun je er niet toe komen om het weg te gooien, dat velletje: je weet niet eens wat het daar doet. Het behoort noch tot het heden, noch tot de ruimte die de jouwe is wanneer je de mandibels van de witte laptop activeert. Maar dat heb je niet gezegd. De vraag is je trouwens ook niet gesteld, en witte laptops hebben geen mandibels. Het woord mandibel, als aanduiding voor insectenkaak, is door een ander uitgevonden om naar nog weer andere werkelijkheden te verwijzen dan de jouwe (en toch gebruik je het). Op de voorkant van het velletje had je in rood op wit, met viltstift, een duivelshoofd getekend, en zoals zo vaak was je, met je tekenkwaliteiten die jammer genoeg zijn wat ze zijn, halverwege gestopt, uit angst om het afbeeldingsproces te voltooien. Laatst zei je alles put me uit. Het gaat mijn krachten te boven. Alles mat me af en zelfs iets bedrieglijk eenvoudigs kan ik niet. Vraag: wat dan bijvoorbeeld? Antwoord: antwoord geven op deze vraag. Soms zou je willen dat het antwoord op willekeurig welke vraag met graffiti op een muur van de stad geschreven stond en dat die muur in jouw plaats zou spreken (want muren hebben monden van verf, waarmee ze probleemloos kunnen uitspreken wat menselijkerwijs niet hardop kan worden gezegd). Bijvoorbeeld de liefde is dood. Het holt van muur tot muur door Parijs. En vlakbij de Galeries Lafayette, deze zin: wij conformeren niet. Maar wie zit er achter die graffiti? Welke ogen, welke gezichten? Je hebt nog nooit een verfspuitbus aangeraakt. Waarom zou je ook als je de duivels die uit de spray komen niet weet te voltooien? Misschien is het een kwestie van zelfvertrouwen? Misschien heeft het met bijgeloof te maken, zoals wanneer je met een knokkel op tafel klopt en, bij wijze van nabootsing, afkloppen zegt. Of wanneer je hetzelfde doet, maar dan in bedekte vorm, met de knokkel in je vuist en je vuist in je vuist, tijdens een wedstrijd, welke wedstrijd dan ook, vlak voor een corner of een gevaarlijke vrije trap, op de rand van het strafschopgebied zoals de stemmen van de kenners op tv zeggen, en jij, in de taal van je gedachten, zonder je mond te openen of een klank uit te stoten, herhaalt: ze scoren niet. En meestal werkt dat. Als dat niet zo is, zal niemand het hele palet aan kleine handelingen die instinctief uit bijgeloof voortkomen in twijfel trekken. Toch gebeurt er wel degelijk iets als ze scoren. Het duurt misschien slechts een fictie van een seconde, maar dat is lang genoeg om de betekenis van de wereld, zoals we die geconstrueerd dachten te hebben, aan het wankelen te brengen. In het bijzonder: weet je zeker dat je Marc destijds hebt teruggebeld? En waarvoor dan?