Iannis Goerlandt
PROLOOG
BY Thomas von Steinaecker
02-11-2009

1
Wat voorafging
Versie 1: God schiep de hemel en de aarde en bevolkte haar met dieren en twee mensen. Adam en Eva. Volgens deze theorie zou de hele mensheid van dit oerpaar afstammen, Kaïn, Abel, Set, David, Jezus, Beethoven, Hitler, Koningin Beatrix en Barak Obama. Versie 2: Ongeveer twee derde van de levensduur van het universum verstrijkt, tot er in het heelal door de implosie van een zonnenevel opnieuw een – in verhouding tot het totale aantal hemellichamen evenwel verwaarloosbaar klein – aantal planeten ontstaat, waaronder één van categorie S, de S van Small. De Aarde. Door een miljoenen jaren aanhoudend asteroïdenbombardement verzamelt er zich water op haar hard geworden korst. Ongeveer eenzelfde tijdsspanne gaat voorbij voor er zich een atmosfeer heeft gevormd. Na nog eens miljoenen jaren trekt het water zich terug. Generaties na generaties eencelligen sterven bij een poging om hun thuis, de oeroceanen, te verlaten om over het dode, vroeger felgekleurde, maar nu grijs geworden koraal aan land te kruipen. Enkele miljarden verstikken, nog eens miljarden worden tegen de kusten gespoeld en verpletterd, de luttele die in de loop der jaren wat schamele centimeters aan het water kunnen ontsnappen, drogen uit in de zon. Zeer laat in de geschiedenis van het universum beginnen sommige ex- eencelligen resp. -zeebewoners met longen lucht te ademen en op poten scharrelend de intussen dichtbegroeide Aarde te verkennen. Wat volgt, is eigenlijk al de coda of de epiloog: dinosaurussen vreten elkaar op, tot ze in het door een meteorietinslag opgejaagde stof verstikken; uit de enige overlevenden, zoogdieren niet groter dan muizen, ontwikkelen er zich apen; uiteindelijk, over een relatief korte periode, de mens.

2
Nu
De jongeman vraag zich af of hij op zijn reis naar Den Haag zijn rode koffer of zijn blauwe tas moet meenemen. Het voordeel van de koffer: die heeft wieltjes om hem voort te rollen, zo spaar je krachten. Het nadeel: je moet hem met één arm de trap op tillen. De blauwe tas kan je over je schouder dragen. Wellicht raak je zo gemakkelijker de trap op, maar op lange termijn kan een dergelijke belasting van de schouder tot een hernia leiden. En wie heeft dáár zin in, denkt de jongeman. In het noorden is het weer haast niet te voorspellen midden november, d.w.z. over drie weken, d.w.z. over een halve eeuwigheid. Wat eigenlijk betekent dat er pas op het laatste moment kan worden gepakt, zodat de keuze rode koffer of blauwe tas tot net voor het vertrek zal worden uitgesteld. De jongeman denkt: dan waren mijn overwegingen hierover eigenlijk tijdverspilling, twee minuten van mijn leven heb ik aan onnodige gedachten verkwist, gedachten die ik over drie weken toch nog eens zal hernemen als ik mijn definitieve keuze moet maken, heel deze gedachtestroom is eigenlijk volstrekt overbodig, hij is voorbarig en door de onvoorspelbaarheid van het weer zinloos. Even ergert de jongeman zich.

3
En in de volgende aflevering
De jongeman moet beslissen. Welke keuzes zal hij maken? Wat denk jij? Het bekijken van het schilderij ‘Het meisje met de parel’ van Vermeer zal bij de jongeman vreemde herinneringen oproepen. Zweetaanvallen! Angst! Verwarde gevoelens! Dan zorgt een concert van de groep ‘Yo La Tengo’ voor een onverwachte wending. Vreugde! Opluchting! Een minutenlange gelukstoestand! Heeft Spinoza gelijk? Bestaat de wereld uit één substantie, God genaamd? De jongeman gaat op zoek naar het antwoord op deze vraag. Bovendien: passie! Ontgoocheling! Vergetelheid! En: Escher.

Iannis Goerlandt
MONOLOOG VAN DE WOORDEN IN DE LEGE FOYER VAN DE KONINKLIJKE SCHOUWBURG IN DE OCHTEND VAN 22 NOVEMBER 2009
01-12-09

In het begin

Zegt men

Waren we bij God

Hoe dan ook

Nu zijn we

Op ieders lippen

En overal

Waar er gekletst wordt, gediscussieerd, men brult, jammert, fluistert

Met droge lippen, volle

En snel als het geluid

Vliegen we

Botsen tegen

Meubels, muren

Stoten ons

Aan buiken, handen, boezems, halzen

Trekken aan het lelletje

Vlak bij de toegang

Tot de schelp

Door de donkere gang, waar we de trom roeren, het aambeeld laten tinkelen en

Roef! zoef! door het labyrint roetsjen

De hersenen  in

Doen lachen, doen wenen, doen hoofden heffen, antwoorden en veel meer

Denk eraan

Niets was er zonder ons

Woorden

Sta even bij ons

Stil

 

 

GESPREK TUSSEN DE KLEINE EN DE GROTE HERSENEN VAN EEN DUITSE SCHRIJVER TIJDENS HET CROSSING BORDER FESTIVAL IN DE FOYER VAN DE KONINKLIJKE SCHOUWBURG (ZATERDAG, 21 NOVEMBER 2009)
22-11-09

KH: Awel makker, wat scheelt er? Waar zit ge nu weer op te broeden?

GH: Bah, ik amuseer mij hier eigenlijk geweldig, maar …

KH: Ai, is ‘t weer van dat? Kunt gij nu niet één keer gewoon genieten? Der is altijd wel iets dat u niet aanstaat.

GH: Hola vriend. Ik moet mij tegenover jou niet verantwoorden, hé.

KH: Allez kom gast, shoot. Wat gaat er u niet? Ge weet: ik ben der voor u. Gij de filosofie, ik zorg wel dat alles blijft draaien. Zeg eens?

GH: Mij stoort het eventgehalte van alles.

KH: Hoezo?

GH: Wel, ik amuseer mij hier geweldig: ik heb al een paar fantastische groepen gezien die ik anders zeker nooit had leren kennen. Maar ik heb zo het gevoel dat bij zulke manifestaties het gevaar bestaat dat het kader in feite belangrijker is dan hetgeen er gepresenteerd wordt, de afbeelding als het ware. Daarnet tijdens het optreden was iedereen op de eerste rij aan het filmen – ze bekeken het concert alleen maar via hun gsm. Dat is een van die fenomenen die je steeds vaker ziet. Kunst als event. We gaan enkel kijken als de verpakking klopt. We kopen het boek in de eerste plaats als de cover en de foto van de auteur en zijn of haar biografie ons aanstaan – en pas dan, als een van de vele factoren, als het verhaal en de stijl goed zitten. Strips heten nu graphic novels, hoewel niemand precies kan uitleggen wat dat dan wel mogen zijn – als het maar cool klinkt.

KH: Dat is ‘t leven, makker. Wij reageren nu eenmaal op oppervlakkige prikkels. Pas daarna gaan we dieper op de zaak in.

GH: Kan zijn. Maar ik heb gewoon het gevoel dat niemand nog die tweede stap zet. Het event fêteert het kortetermijngeheugen. Events markeren de crisis van het duurzame. Om met Walter Benjamin te spreken: vandaag is alles louter belevenis, er zijn geen ervaringen meer. En daarmee gerelateerd: niet alleen bestaat bv. voor boeken het gevaar dat alles wat er rond gebeurt belangrijker wordt dan hetgeen erin staat – maar wat met teksten die minder goed in de context van een sexy event passen? Je weet dat ik altijd precies die boeken erg goed vind die op het eerste gezicht extreem onsexy en lastig lijken. Musil, Proust, en – we zijn tenslotte in Nederland – veel van Bordewijk.

KH: Ge ziet dat echt te zwart in, makker.

GH: Pff, jij altijd met je onverbeterlijke optimisme en je ‘het leven gaat verder’-gejingle …

KH: Ge hebt het toch zelf gezegd: werken of kunstenaars over wie je anders nooit iets gehoord zou hebben kunnen door zo’n kader, zoals gij dat noemt, plots onverwachts in de spotlights komen te staan. Bovendien komt kwaliteit op den duur altijd wel bovendrijven. Of niet misschien?

GH: Muzikanten als Harry Nilsson en Judee Sill, of de schrijver Hermann Broch – ken jij die? Nee, dat dacht ik al. Die kent vandaag niemand meer, hoewel die echt geniaal waren. Dat kwaliteit zou bovendrijven en zo is voor mij een typisch idee voor kleine hersenen. Maar ik heb wel een soort theorie, misschien bestaat er toch een oplossing.

KH: Awel, nu ben ik eens echt benieuwd zie.

GH: De tendens dat we steeds meer op prikkels reageren zullen we niet kunnen tegenhouden. Jij niet en ik niet.

KH: Gij en uwe zin voor humor …

GH: Maar eens het event aan de orde van de dag is, zal hetgeen in geen enkel kader past plots ongemeen interessant worden. Dan wordt het kader de afbeelding en omgekeerd. Events fêteren immers het permanent nieuwe, en als alles nieuw is, is niets nog nieuw. In plaats daarvan zou er dan, in een plotse omkering, een ongeziene aantrekkingskracht uitgaan van het complexe, het veeleisende, het duurzame. De ervaring wordt een belevenis …

KH: Makker, echt, zijn dat uw doorgesmolten zekeringen die ik riek? Wat mij betreft gaat er meer een aantrekkingskracht uit van ‘Monster of Folk’ en die attractieve Conor Oberst. Wat peist ge?

GH: Heb ik een keuze? Het benenwerk is jouw winkel. Zet ze maar rustig in gang. Ik denk nog even verder …

20 NOVEMBER 2009, 21:01
21-11-09

In de Lange Houtstraat laat mijnheer Andriessen zijn golden retriever Spot uit. Tussen de zwarte bomen fonkelt het geeloranje licht van de straatlantaarns. Het is mistig. Sporadisch getoeter, gelach uit de kroegen. Spot hurkt om een boodschap te doen.

Intussen

speelt Annie Clark, die zich St. Vincent noemt, een riff op haar elektrische gitaar; ze drukt met haar rechtervoet op een knop, de riff wordt geloopt – daarbij zingt zij en start met haar vrije hand de gereedstaande orgelsample, die crescendo het nummer binnensluipt; ze zet de drumcomputer aan. De song roept een dromerige sfeer op. De gitaarsound is hard, Clarks stem krachtig, maar de harmonieën en de klank van het orgel zijn zacht als suikerspin. Clark speelt in zaal “Waterloo”.

Intussen

een paar honderd kilometer verderop, op het voormalige slagveld van Waterloo, resulteert de wrijving van de luchtmassa’s tegen de balustrade van het boven een van de belangrijkste historische Europese strijdtonelen uittorende panoramaterras in een fluitend geluid. Een roodborstje steekt zijn kopje eerst omhoog en daarna terug in zijn verenkleed. Overdag hebben weer honderden toeristenschoenen de botten van de Franse en Pruisische soldaten enkele millimeters dieper de grond in gedrukt.

Intussen

kijkt het zogeheten meisje met de parel in het Mauritshuis met lichtjes geopende lippen door het donker van zaal 16 naar de overkant, naar de kerktoren van Delft in het schilderij van de schilder van wie ook zij een creatie is. Om de drie seconden knippert aan het plafond het rode lichtje van het alarmsysteem.

Intusssen

probeer ik me aan een term van de Amerikaanse hedendaagse auteur John Barth te herinneren, cosmopsis denk ik, maar klopt dat wel?, die naar een toestand van volstrekte verlamming bij een confrontatie met een groot aantal keuzemogelijkheden verwijst, of korter, naar pathologische besluiteloosheid – ik zou na de volgende song van St. Vincent de Waterloo kunnen verlaten en naar God Help the Girl in de Buchanan kunnen gaan of naar The Low Anthem in de Royal of naar buiten de Lange Houtstraat in of verder naar St. Vincent luisteren, die me vreemd genoeg aan mijn kennis Céline herinnert – is het mogelijk dat Céline een Amerikaanse tweelingzus heeft over wie ze mij totnogtoe niets heeft verteld? – of misschien is het gewoon Céline zelf, die een dubbelleven leidt? Ik probeer mij van deze kinderachtige gedachten af te leiden door te proberen me verder te herinneren of Barths term nu cosmopsis of cosmosis was.

Intussen

staat de 18-jarige Sara van den Berg besluiteloos in een aangepaste kamermeisjesoutfit (een korte roze mini-jurk, een scheef opgezet roze hoedje) voor de zogenaamde Book ‘n’ Bar in de foyer van de Koninklijke Schouwburg. Het idee van de marketingafdeling van boekhandel Paagman was om op het Crossing Border Festival hun waar op een ‘ongewone’ manier te presenteren, ‘hip en sexy’, wat tot de keuze van deze outfit leidde, die naast drie andere promohostesses vanavond ook Sara van den Berg heeft aangetrokken. Op een over haar schouders hangend tablet biedt ze boeken aan. Tijdens de optredens is er nauwelijks iemand in de foyer. Sara van den Berg weet niet goed of het wel een goede beslissing was om deze promojob te aanvaarden en zo in een vanuit feministisch perspectief beschouwd bedenkelijke positie te zijn verzeild geraakt.

Intussen

heeft Spot zijn zaakjes op orde. Vrolijk kwispelend volgt hij zijn baasje, dat tijdens het vaak haast eindeloze wachten op Spot een paar passen verder is gelopen.

20 november 2009, 21:02  

MS. Found in a Bottle
20-11-09

Mijn naam is Bunny Steiff – van knuffelfabrikant Steiff. Ik weet niet hoeveel tijd mij nog rest voor ik uit elkaar val of door de vissen wordt opgevreten, nog afgezien van de vraag of het stuk karton de inkt waarmee ik dit neerpen wel zal vasthouden en men mijn zinnen zal kunnen ontcijferen – als deze boodschap überhaupt al wordt gevonden … maar laat ik om duidelijk te maken hoe ik in deze onaangename situatie verzeild ben geraakt beginnen bij het begin. Ik aanschouwde het licht van hal E in de speelgoedfabriek Steiff te Giengen op 22 augustus 2009. Mijn romp vulde men met wol en pluche, met de hand werden daaraan, met steken die geen pijn deden, mijn armen en benen genaaid, tenslotte werd mijn kop vastgehecht. Mijn maten waren 20 x 12 cm (incl. oren). Ik was af. Maar om me ook officieel een pluchen konijn van Steiff te mogen noemen, moest ik daarna nog de beroemde Steiff-tests doorstaan. Alleen zij maken van pluchen dieren Steiff-dieren. Mijn vacht van alpaca, mohair en pluche werd aan de Steiff-brandtest onderworpen; Steiff-medewerkers drukten met hun duimen in mijn glazen ogen en smeten me uit alle macht op de grond om er zeker van te zijn dat ik ook op lange termijn de dagelijkse omgang met kleine kinderen zou kunnen verdragen. Ik slaagde met glans en kreeg datgene waarnaar alle pluchen beesten verlangen: de gouden knoop in mijn lange opstaande konijnenoor met het logo van mijn maker en die ene zin die voor ons knuffels alles betekent: “Voor kinderen is alleen het beste goed genoeg.”

Samen met meer dan 100 pluchen soortgenoten werd ik wat later per vrachtwagen naar die plaatsen gebracht die wij knuffels het vagevuur noemen: speelgoedwinkels. Hoe lang staan wij daar soms op de schappen! En hoe onzeker is toch ons bestaan! Want hoe zal het kind dat ons cadeau krijgt ons behandelen? Want dat is wat we zijn: cadeaus. We brengen blijdschap en plezier. Gelukkig heeft Steiff er als bedrijf voor gezorgd dat hun creaties niet mogen worden aangeboden in van die onzalige glazen toestellen op tochtige perrons of in koopcentrumportieken waarin jongelui en dronkaards  met een grijparm naar slordig door elkaar gehutselde doosjes snoep, knuffelbeesten of gouden ringen kunnen hengelen. Kortweg: míjn lotsbestemming zou een souvenirafdeling  in de luchthaven van München worden, en niet een kind dat me met een blije glimlach in zijn armpjes sloot, maar een al wat oudere schrijver die me wellicht kocht in een sentimentele bui. In het vliegtuig legde hij me zelfs op zijn schoot terwijl hij in een reisgids las. Hij vertelde me over een stad in de buurt van Den Haag waar de huizen 30 cm hoog zijn en men met slechts enkele passen de hele wereld kan doorkruisen. En dat er daar veel kinderen zijn. Misschien was deze plaats, Madurodam, wel speciaal voor knuffels gemaakt, dacht ik, en misschien zou ik daar op een dag ook wel willen wonen. Vooral toen mijn eigenaar me vertelde dat de stad in 1950 was gebouwd door een ouderpaar dat hun zoon had verloren in een concentratiekamp niet ver van München. Madurodam is de wereld zoals die zou moeten zijn. Een nog ongeschonden wereld. Maar in de huizen van Madurodam passen enkel wij knuffels (en baby’s misschien). De wereld van de mensen echter staat vol concentratiekampen. Deze indruk werd bevestigd toen mijn eigenaar mij ‘s avonds meenam naar een evenement waar een Rus en een Italiaan in het Engels spraken over de menselijke begerigheid en hoe graag de mensen elkaar omwille daarvan ombrengen. Ik heb vaak medelijden met de mensen en ben blij dat ik een knuffel ben – een knuffelkonijn van de firma Steiff.

Maar toen, tegen elven, na de manifestatie, gebeurde het ongeluk. Door een onoplettendheid van mijn eigenaar, die, melancholisch geworden, bij het Mauritshuis in een zwarte vijver staarde, gleed ik ongemerkt uit zijn tas en rolde over de grond het water in. Terwijl ik onstuitbaar zonk, keek ik in de angstig opengesperde ogen van mijn eigenaar.

Ik heb besloten in de luttele uren die me nog resten voor mijn wel vuur-, maar niet waterbestendige vacht uiteenvalt met een oude balpen die op de bodem van de vijver lag stukje bij beetje mijn levensverhaal op een weggeworpen stuk karton neer te schrijven. Ik kan al voelen hoe de gouden knoop in mijn oor langzaam loskomt. Wat was ik nu graag in Madurodam! Ik [onleesbaar] niet in deze wereld blijven [onleesbaar] Toch [hier breken de aantekeningen af]

PROLOOG
02-11-09

1
Wat voorafging
Versie 1: God schiep de hemel en de aarde en bevolkte haar met dieren en twee mensen. Adam en Eva. Volgens deze theorie zou de hele mensheid van dit oerpaar afstammen, Kaïn, Abel, Set, David, Jezus, Beethoven, Hitler, Koningin Beatrix en Barak Obama. Versie 2: Ongeveer twee derde van de levensduur van het universum verstrijkt, tot er in het heelal door de implosie van een zonnenevel opnieuw een – in verhouding tot het totale aantal hemellichamen evenwel verwaarloosbaar klein – aantal planeten ontstaat, waaronder één van categorie S, de S van Small. De Aarde. Door een miljoenen jaren aanhoudend asteroïdenbombardement verzamelt er zich water op haar hard geworden korst. Ongeveer eenzelfde tijdsspanne gaat voorbij voor er zich een atmosfeer heeft gevormd. Na nog eens miljoenen jaren trekt het water zich terug. Generaties na generaties eencelligen sterven bij een poging om hun thuis, de oeroceanen, te verlaten om over het dode, vroeger felgekleurde, maar nu grijs geworden koraal aan land te kruipen. Enkele miljarden verstikken, nog eens miljarden worden tegen de kusten gespoeld en verpletterd, de luttele die in de loop der jaren wat schamele centimeters aan het water kunnen ontsnappen, drogen uit in de zon. Zeer laat in de geschiedenis van het universum beginnen sommige ex- eencelligen resp. -zeebewoners met longen lucht te ademen en op poten scharrelend de intussen dichtbegroeide Aarde te verkennen. Wat volgt, is eigenlijk al de coda of de epiloog: dinosaurussen vreten elkaar op, tot ze in het door een meteorietinslag opgejaagde stof verstikken; uit de enige overlevenden, zoogdieren niet groter dan muizen, ontwikkelen er zich apen; uiteindelijk, over een relatief korte periode, de mens.

2
Nu
De jongeman vraag zich af of hij op zijn reis naar Den Haag zijn rode koffer of zijn blauwe tas moet meenemen. Het voordeel van de koffer: die heeft wieltjes om hem voort te rollen, zo spaar je krachten. Het nadeel: je moet hem met één arm de trap op tillen. De blauwe tas kan je over je schouder dragen. Wellicht raak je zo gemakkelijker de trap op, maar op lange termijn kan een dergelijke belasting van de schouder tot een hernia leiden. En wie heeft dáár zin in, denkt de jongeman. In het noorden is het weer haast niet te voorspellen midden november, d.w.z. over drie weken, d.w.z. over een halve eeuwigheid. Wat eigenlijk betekent dat er pas op het laatste moment kan worden gepakt, zodat de keuze rode koffer of blauwe tas tot net voor het vertrek zal worden uitgesteld. De jongeman denkt: dan waren mijn overwegingen hierover eigenlijk tijdverspilling, twee minuten van mijn leven heb ik aan onnodige gedachten verkwist, gedachten die ik over drie weken toch nog eens zal hernemen als ik mijn definitieve keuze moet maken, heel deze gedachtestroom is eigenlijk volstrekt overbodig, hij is voorbarig en door de onvoorspelbaarheid van het weer zinloos. Even ergert de jongeman zich.

3
En in de volgende aflevering
De jongeman moet beslissen. Welke keuzes zal hij maken? Wat denk jij? Het bekijken van het schilderij ‘Het meisje met de parel’ van Vermeer zal bij de jongeman vreemde herinneringen oproepen. Zweetaanvallen! Angst! Verwarde gevoelens! Dan zorgt een concert van de groep ‘Yo La Tengo’ voor een onverwachte wending. Vreugde! Opluchting! Een minutenlange gelukstoestand! Heeft Spinoza gelijk? Bestaat de wereld uit één substantie, God genaamd? De jongeman gaat op zoek naar het antwoord op deze vraag. Bovendien: passie! Ontgoocheling! Vergetelheid! En: Escher.