Hallo mensen, het is weer ochtend. Het voelt alsof er getennist wordt in mijn hoofd. Stop met tennissen alsjeblieft. Ga dat even ergens anders doen. Vecht tot jullie er dood bij neervallen.
Dat is pas vechten. Gister vertelde een man me dat hij tien jaar in de gevangenis had gezeten omdat hij gevochten had. Ik weet niet of je de waarheid spreekt, dacht ik. Hij moest steeds lachen. Ik hoop dat het niet waar is, dacht ik. Ik wil dat je bent wie ik graag wil dat je bent, dacht ik. Hoe vaak zullen mensen zoiets denken? Hoe vaak luisteren mensen niet naar anderen en pikken er dan alleen uit wat ze willen geloven? Hier zijn wat dingen die ik wilde geloven, maar wat me niet lukte:
– die man probeert me niet te verkrachten
– ik hoef niet naar de wc
– deze mensen vinden me niet verschrikkelijk
– deze mensen zullen niet het podium oprennen en me genadeloos aftuigen totdat ik stop met voorlezen uit mijn boek
Het werkte allemaal niet. Maar het weerhoudt je er niet van toch zo te denken. Als ik een sigaret wil denk ik altijd ‘je wilt geen sigaret’, zelfs nog op het moment dat ik naar buiten loop om er een op te steken. Ik houd mezelf voor de gek. Lekker theatraal, baby.
O, en ik heb helemaal niet zo vaak als ik wil mijn armen gespreid en ‘Den Haag, baby’ geschreeuwd. Misschien doe ik dat vandaag wel. Oké, wacht. Ik ga uit mijn ramen hangen en dat schreeuwen. Ik daag mezelf uit.
Ik heb het gedaan. Ik ben de beste. Buiten zijn een heleboel mensen aan het skateboarden. Sinds ik hier ben, zit ik al de hele tijd naar ze te kijken. Ze zitten op de trappen en praten met elkaar en moeten steeds lachen. Daarnet nog keek iemand naar me toen ik aan het schreeuwen was. We waren heel ver van elkaar vandaan, maar onze blikken troffen elkaar. Dit is wat ik dacht: je zult nooit een belangrijke rol in mijn leven spelen en ik nooit in dat van jou maar nu zijn we allebei hier dus laten we elkaar aankijken en iets proberen te begrijpen van hoe we allebei los van elkaar ons leven leiden op deze aarde waar we hamburgers eten en lofzangen aanheffen en een baan krijgen als ‘politieagent’.
Ik wou dat iedere keer dat ik naar iemand keek, ik direct alles over het leven van diegene zou weten. Ik wou dat we niet altijd dingen hoefden uit te leggen als ‘ik kom uit Bulgarije en ik heb sociologie gestudeerd aan de universiteit’. Laten we allemaal leven in elkaars hart.
Gister zei iemand manatee en dat was grappig.
Manatee.
We gingen naar de ‘afterparty’ en de DJ was erg slecht en de enige drankjes die je kon bestellen waren ‘wijn’ en ‘bier’ en ‘al gemixte bacardi-cola in blikjes’. Het was leuk. Ik glimlachte naar mensen en liep wat rond. Ik heb veel met Adam Levin gepraat en ik vind hem een van de beste schrijvers op de hele wereld en ik denk dat de manier waarop ik praatte overeenkwam met de manier waarop een twaalfjarig meisje zou praten met Justin Bieber. Sorry, Adam. Het is spannend en koud hier. Iedereen is iedereen.