Ik weet niet hoe de balans op te maken van mijn ‘Crossing Border-ervaring’.
Moeten we van alles wat we beleven de balans opmaken?
Het was verrassend, het was geinig, het was leuk. Buiten was het koud. Mijn hotelkamer keek uit op een straat met in het midden een trambaan. Er waren een Engelsman, een Argentijnse en een Nederlander, en nog een heleboel andere mensen. Een schouwburg die het midden hield tussen rococo en modern. Underground rockbandjes.
Overdag wandelde ik door de straten en keek ik naar MTV. Op een dag ben ik een winkelcentrum binnengegaan. Ik heb een pet en een T-shirt gekocht. Ik heb ook een coole trui gekocht. Een grijze, heel zachte, met daarop de afbeelding van een paars met blauw strand. Sinds ik terug ben draag ik niks anders meer… Deze informatie is cruciaal voor het vervolg van mijn epiloog…
Ik ben een boekwinkel binnengegaan. Het viel me op dat schrijvers in Nederland vaak met hun foto op de kaft van hun boeken staan. Dat vond ik grappig. Ik besefte dat mijn gezicht op de kaft van de Nederlandse uitgave van mijn boek stond. Daar moest ik ook om lachen. Op aanraden van een huismoeder die naast me in de rij stond, heb ik voor het eerst een Fristi gedronken. Het was niet echt fantastisch, maar ik zei dat ik het lekker vond.
’s Avonds heb ik passages in het Frans voorgelezen voor mensen die er niets van begrepen. Dat heb ik twee keer gedaan. Het voelde een beetje ongemakkelijk. De tweede keer zou ik ondertiteld worden, maar om een mij onduidelijke reden gebeurde dat niet. Ik heb bier gedronken uit een plastic beker. Ik heb een interview gegeven in het Engels.
Ik heb van iedereen afscheid genomen. Er hing mist en mist en nog meer mist.
Ik weet niet wat ik verder nog moet zeggen. Dus stop ik hier. Pech voor degenen die op de ontknoping zaten te wachten van het verhaal over de coole grijze trui.