In Den Haag ben ik eenendertig geworden, vreemd genoeg is je eenendertigste verjaardag veel belangrijker dan je dertigste. Vanwege dit ouder worden heb ik met mijn dochter een van de meest kenmerkende herinneringen uit mijn kinderjaren gesimuleerd. We hebben samen naar een tekenfilm gekeken. De Sovjetfilm Cipollino werd getekend in 1961 op basis van het kinderboek Le avventure di Cipollino van Gianni Rodari. De regie werd verzorgd door Boris Dezkin. In Cipollino (van het Italiaanse cipolla – ui) worden verhoudingen in de maatschappij op dialectische wijze aan de kaak gesteld, in de gedaante van fruit en groente.
In een ver koninkrijk woedt een klassenstrijd tussen de groenten en de vruchten. Cipollino, de vrolijke working class-Ui, trapt tijdens een militaire parade per ongeluk op de tenen van prins Citroen. Cipollino’s oude, zwakke vader neemt de schuld op zich en wordt meteen in de gevangenis gegooid. De geruchten in het koninkrijk worden aangedikt, die ‘oude’ Ui zou een aanslag hebben beraamd, een gevaarlijke terrorist was het, die opgesloten moest worden en nooit meer mocht vrijkomen. Wat Cipollino intussen het meest zorgen baart, is dat zijn vader door misdadigers wordt omringd. Maar bij een bezoek aan de gevangenis antwoordt zijn vader hem doodkalm: ‘Welnee, dat zijn hier allemaal eerlijke mensen.’
Er volgen nog andere onrechtvaardigheden, de hut waarin Pompoen woont, wordt in beslag genomen omdat hij zogenaamd illegaal werd gebouwd. Er wordt een waakhond in gezet, die bij alle verdachte personen moet aanslaan. De groenten radicaliseren, Pompoen en andere vrienden van Cipollino duiken onder. Met behulp van een list lukt het hen zelfs om de hut van Pompoen opnieuw te veroveren en in het bos te verstoppen, ook Cipollino’s vader wordt uit de gevangenis bevrijd. Prins Citroen en zijn handlanger Tomaat verscherpen de controles en starten een grootscheepse opsporingsactie, die beslist wat weg heeft van de huidige, allesomvattende digitale onderzoeken. Een beroemde onderzoeker uit het buitenland wordt uitgenodigd en de adel (Kersen) vlucht uit voorzorg weg uit het koninkrijk. Cipollino en zijn helpers worden gesnapt, net zoals veel onschuldige burgers. Muzieknoten worden geconfisqueerd, met als reden dat het gecodeerde berichten zouden zijn, en Pompoens hut in het bos wordt ontdekt. Tussen haakjes: de geweldige muziek bij de film komt van Karen Soerenovitsj Chatsjatoerjan, een leerling van Sjostakovitsj.
De adellijke Kersen zijn twee oudere juffers, die net als Siamese tweelingen of toch juist als kersen een aaneengegroeid hoofd hebben. Hun neef, kleine Kers, is een gevoelige, tengere en goedgelovige jongen in korte broek. Natuurlijk verraadt hij zijn tantes en kiest partij voor de revolutie. In een Griekse tragedie zou hij voor dit verraad bitter hebben moeten boeten, Freud zou nog preciezer op zijn tantes zijn ingegaan, maar het communisme beloont hem eenvoudigweg.
Uiteraard loopt alles goed af, en goed betekent in dit geval: wereldrevolutie en de opbouw van een nieuwe, rechtvaardigere samenleving. Tomaat ontploft, de twee Kersen blijven in het buitenland en iedereen bouwt. Ik had altijd al iets tegen die kleine Ui en ik denk er al een paar jaar over na wat dat zou kunnen zijn. De kleine Kers genoot altijd al mijn volle sympathie, misschien omdat hij er zo breekbaar en intellectueel uitziet, de held daarentegen alleen maar onbehouwen. Misschien maakt hij gewoon een minder dreigende indruk. Toch heb ik de tekenfilm al zo’n veertig keer gezien en kort voor het happy end is mijn dochter in slaap gevallen.