Het duurde even voor ik erachter kwam dat ik mijn koffer was vergeten. En om één of andere mysterieuze reden durfde ik niet meteen aan de taxichauffeur te vragen rechtsomkeert te maken. Hoe verder ik van huis verwijderd raakte, hoe belachelijker de situatie werd. Dus raapte ik al mijn moed bij elkaar en biechtte alles op aan de chauffeur. Tien minuten later was ik onderweg naar het Crossing Border festival. Op de buitenspiegel van de taxi stond te lezen: Objects in the mirror are closer than they appear. Daar moest ik een beetje om lachen en voor ik er erg in had was ik op het vliegveld aangekomen. Ik ben altijd al een ramp in reizen. Niet in staat een mededelingenbord fatsoenlijk te lezen. De jongen die op het perron een sigaret staat te roken terwijl de trein weer vertrekt, de jongen bij wie de detectiepoortjes afgaan, de jongen die toch zeker wist dat hij zijn paspoort had meegenomen. Tja, dat ben ik.
Op het vliegveld hoor ik over de mist. Overal hangt mist. In Parijs, in Amsterdam. Door de vochtige atmosfeer kunnen de ijzeren monsters niet opstijgen. Zwaargewicht tegen vedergewicht. Op het vliegveld heerst paniek. Iedereen moet ergens naartoe. Niemand heeft tijd om te wachten. Uiteindelijk verlaat mijn vliegtuig Frankrijk. Boven de wolken staat de zon als een kogelinslag. Het bloed stroomt langs de horizon. Achter de nevel loopt de dag ten einde.
De landing, wij danken u met onze maatschappij te hebben gevlogen. Ik ben al eerder in Amsterdam geweest. Ik ken de Nederlandse gastvrijheid. De vlag is zoals de Franse, maar dan omgekeerd. Niet al te veel ontheemd, maar toch een beetje. Het is al donker. Ik kijk ernaar uit om de andere schrijvers te ontmoeten, om mijn entree op het terrein te maken. En dan kom ik ze tegen, in een straat van een mij onbekende stad. Ik ben blij te zien dat ze jong zijn. Andere levens, andere landen, andere bestemmingen, en toch, dezelfde drang als ik. Dat betekent dat er nog anderen zijn, dat ik niet alleen ben. Wat het minder eng maakt. Ik weet niet of zij dat ook denken. Wederzijds respect, we maken deel uit van hetzelfde team. De paden die we bewandelen zullen verschillend zijn, maar ik weet zeker dat we iets met elkaar gemeen hebben. Je schrijft niet zomaar. Je moet een beetje gek zijn, een beetje eenzaam, een beetje dromerig, een beetje van dat alles. Hoe dan ook, ze komen sympathiek over.
Met de anderen op weg naar het concert, begin ik het principe van het Crossing Border festival te begrijpen. Er zijn de grenzen die ik vanochtend met het vliegtuig ben overgestoken (de Franse, de Belgische…). Ik had het niet in de gaten. Tegenwoordig heb je niet meer in de gaten dat je een grens passeert. Het gaat snel. Boven de wolken ben je je nergens van bewust. En dan zijn er nog die andere grenzen. Tussen talen, tussen kunstuitingen… En die zijn veel moeilijker te passeren. Maar gisteren, ergens in Den Haag, op weg naar het concert, hebben we gelachen, gepraat. Gisteravond hebben onze paden elkaar geraakt en vergaten we allemaal dat er borders bestaan. Er was alleen nog het festival.