Ik ben voortdurend na het denken over wat het woord ‘grens’ voor mij betekent. Het is een waar raadsel. Gister begon de eerste dag van het festival: muziek en literatuur overspoelden het centrum van Den Haag. Ik stelde het me voor als inkt die iemand in schoon water schonk. Als Oost-Indische inkt, die door een andere vloeistof heen groeit, tot het er zich uiteindelijk helemaal mee verbindt. Onderweg naar het theater, waar we later die avond samen met de andere auteurs en de vertalers zouden optreden, legde Yan Ge mijn Chinese horoscoop aan me uit: we kwamen er achter dat we in hetzelfde jaar geboren waren, in dezelfde maand, slechts een paar dagen na elkaar en dat we volgens de Chinese horoscoop allebei ratten waren (muizen, zei Yan Ge, want van ratten houdt ze niet). We zijn doelgericht, harde werkers, koppig en in ons zit een aanhoudende onrust. We verzamelen en vergaren dingen, we zijn zoiets als mentale kapitalisten. Ik heb horoscopen nooit geloofd, dat iets schijnbaar onbelangrijks als een geboortedatum, twee mensen aan de andere kant van de planeet kan verbinden. Maar later op de avond was ik daar toch niet helemaal zeker van.
Tijdens het interview kreeg ik de vraag wat deelname aan dit festival voor me betekent, wat er voor mij interessant aan is. In gebroken Engels antwoordde ik iets onbelangrijks en pas veel later realiseerde ik me, dat de titel van dit evenement zelf mijn levensthema zou kunnen zijn. Dat er daadwerkelijk onrust in me zit, die me dwingt tot voortdurende beweging. Tot het steeds opnieuw formuleren van mijn leven, het zoeken van nieuwe doelen, mezelf ontwikkelen, vooral bewegen, niet stil blijven staan. Grenzen overschrijden.
Misschien heeft het echter niets te maken met een horoscoop, maar met de vorm van de huidige euroamerikaanse cultuur in het algemeen. We zijn ingesteld als machines om grenzen te overschrijden. Heel onze huidige wereld is gericht op ontwikkeling, op zelfontplooiing, het hele economische systeem staat op de magische illusie van oneindige groei. We zijn daadwerkelijk een beetje een beschaving van neuroten. De geschiedenis, die ons voortdurend in de nek hijgt, verklaart onze ontwikkeling, dwingt ons steeds tot verdere stappen. Zelfs ons leven nu ziet eruit als een project. Alsof we op het moment van onze dood iemand de afrekening voor zouden moeten leggen, het itinerarium van ons pad, van ons geheugen, als een of andere uitheemse vlinderverzameling.
Ik realiseerde me dat ik, behalve over deze dingen, eigenlijk nergens anders over schrijf. Over hoe de cultuur, waarin we geboren zijn ons vormt en misvormt, hoe het de manier bepaalt waarop we ons zullen ontwikkelen. Mijn eerste boek was een dichtbundel genaamd Strychnine. Ik heb geprobeerd in die teksten de breekbare grens te vangen waarachter de kinderjaren eindigen. Ik was toen negentien, ik bewoog me in het merkwaardige niemandsland en probeerde al die oude, vage herinneringen te verzamelen, die in zekere zin bij iemand totaal anders hoorden. Ik was in die tijd ontzettend geїnteresseerd in het geheugen. Het geheugen als menselijke levensmilieu. Het geheugen als een kapitaal dat verzameld moet worden. Herinneringen die bouwmateriaal zijn geworden waarmee we ons leven opbouwen. Want iemand zonder geheugen heeft in zekere zin nooit geleefd.
We komen nieuwe mensen tegen, geven ons geheugen aan elkaar door, wisselen de scherven en splinters van ons leven uit, roepen het verleden op terug in het licht. Soms heb ik het gevoel dat de hele westerse beschaving in het teken van de rat is geboren: we zijn doelgericht, ontzettend harde werkers, we groeien tot in het oneindige, handelen in onze tijd, we expanderen. Alle grenzen die we overschrijden, stellen alleen maar nieuwe limieten, die weer moeten worden overschreden. We zijn op een duizelingwekkende reis naar het oneindige. De vraag is, of met ons ook de rest van de planeet dit op lange termijn zal volhouden.