E-mail:
Hi,
please belive me: i’m doing my best, i arrived home yesterday night (first day after The hague), today i have to finish a big text, do three meetings and i’ll stay at home in the evening and write it.
E-mail:
Hi,
please belive me: i’m doing my best, i arrived home yesterday night (first day after The hague), today i have to finish a big text, do three meetings and i’ll stay at home in the evening and write it.
C’est inattendu. Quelques jours après ton retour de La Haye, dans un roman de Kurt Vonnegut, soudainement : l’œil des tortues de l’autre fois, réinventé entre deux pages. Et, lorsque tu es arrivé devant la porte de chez toi au soir du dernier dimanche 16, en sortant du dédale littéralement : impossible de faire rentrer ta clé dans la serrure car la serrure est neuve.
Drie dagen festival, tien uur slaap. Toch blijf ik wakker in de trein naar huis: het is nog niet voorbij, er moet eerst veel worden opgeschreven in het kleine boekje met de harde kaft.
Algunas cosas salen mal cuando escribes a este ritmo. Dices Powerpoint cuando querías decir Excel. Escribes bare en lugar de bear.
En Amsterdam, fui a ver la exposición de Vivian Maier. También visité el museo Van Gogh. Después de la primera nube de entusiasmos (en donde le puse Vivian y Vincent a mis hijos hipotéticos) apareció, obligada, la pregunta del reconocimiento.
Als ich den schweren Hotelzimmervorhang zur Seite zog, wusste ich nicht, ob es Tag oder Nacht war.
“Dat boek kan ik ook voor je signeren, hoor.” Ik liet het boek van de Russische schrijver zakken en keek naar de jonge vrouw die me had aangesproken.
Un camarade poète itinérant a écrit un truc tendre et ça dit: Sur les portes des shops ouverts la nuit — sur la peau de ceux qui tiennent encore — sur les écrans de nos machines — sur les gouttes de flottes qui s’écoulent contre nos peaux une nuit qu’on était resté là pour se raconter des histoires : la tendresse.
Mit den Helden ist das ja so eine Sache. Manche Helden sind einfach Helden und werden für alle Zeiten Helden sein; Mahatma Gandhi, Martin Luther King oder Superman zum Beispiel.
Anoche descubrí un papelito con el que puedes pedir el desayuno al cuarto.
Tu as perdu la notion du temps et des tortues. Tu te souviens avoir marché le long de quelques couloirs souterrains (souterrains jusqu’à un certain point), dédale d’une pyramide à l’envers.
In een bepaald soort restaurant – ik heb het van horen zeggen – serveert men tussen de gangen een sorbet om het palet te neutraliseren.
Ein Bekannter, der aus Berufsgründen jährlich mindestens drei Mal den Erdball umrundet, behauptet immer, das beste Orakel für den Verlauf einer Reise, sei die Ansage des Piloten.
Desde mi última crónica, mi mamá llamó para decir que era broma. Lo de la maleta. Era broma.
Tu ne sais plus d’où ça vient, qui l’a prononcé ou écrit quelque part, dans quel but ou dans quelles circonstances, mais quelqu’un a dit, un jour, qu’il valait mieux…
Altijd wanneer ik de Nederlands-Belgische grens oversteek, van mijn woonplaats Brussel naar mijn geboorteland of terug, krijg ik berichtjes op een van mijn twee telefoons.
Lorsqu’on te demande ce que tu vas foutre là-bas, tu réponds que tu es dans le déni. Tu as vu le site web évidemment.
Auf Weltreise verliebte sich meine beste Freundin in einen Holländer, der daraufhin beschloss, nach Österreich zu ziehen.
Mientras yo escribo esto en Madrid, en el centro de Ámsterdam hay doscientos veinte departamentos en alquiler con tina en el baño.
Het was een genot om iets uit te doen. Ik begon met mijn gympen waar mijn voeten wit en klef uit tevoorschijn kwamen.
Ik probeer zelfmoord te plegen op de eerste dag van maart, een zondag. Ik heb het niet gepland. Op de één of andere manier sta ik ineens zomaar in de badkamer met bonzend hart naar het waterachtige licht door de geribbelde vensterruiten te kijken, ik weet dat ik het ga doen, en opeens lijkt het allemaal te kloppen.
Eind september 2008 ontving ik een e-mail van ene ELMONSTRO met als onderwerp ‘Hallo, Alina! Charkov hier!’ ELMONSTRO bleek in het echt Kiril te heten en te schrijven voor de Charkov-editie van de krant Komsomolskaja Prawda, wat hij voor me vertaalde als ‘De ware Komsomol’. Hij had ontdekt dat ik in Charkov was geboren en wilde me interviewen over mijn nieuwe album, een verzameling covers van de Sovjetpunkzanger Yanka Dyagileva. ‘Als jij wil,’ schreef Kiril, ‘onthul dan alle nieuws over jouw creatie aan ons.’
Grootvader vertelde dat hij bijna was gestikt toen hij voor het eerst naar Silezië werd gebracht. De veewagons waarin hij en de andere boeren helemaal vanuit Oost-Polen naar het westen werden vervoerd, waren van boven tot onder met planken dichtgetimmerd.
Toen Ada stierf waren de kleren nog niet droog. Het elastiek van de broek was nog vochtig, de sokken opgezwollen
Oorlog is herhaling. Geweren die je herlaadt en die je leegschiet. Lijk na lijk komt onder kleine kruizen terecht. Alfonse Maubard is een invalide.
Het begon met twee naar elkaar uitgestoken handen. Ik was een jaar of zes. De eerste blijvende herinnering van mijn leven: de hand van mijn vader, eeltig, zwart, ruw, stoffig en gehard door het werk in de velden
We waren kinderen uit de middenklasse van een gemiddeld Westers land, twee generaties na een gewonnen oorlog, één generatie na een geflopte revolutie. We waren niet rijk en niet arm, we wensten de aristocratie niet terug, we streefden geen enkele utopie na en de democratie kon ons niet meer schelen. Onze ouders hadden gewerkt, maar nooit ergens anders dan op kantoor, op school, bij de post, in het ziekenhuis of bij de overheid. Onze vaders droegen geen kiel en geen stropdas, onze moeders geen schort en geen mantelpak. We waren grootgebracht en opgevoed met boeken, films, liedjes – met de belofte dat we individuen zouden worden.
Schubben zijn ontzettend lastig: wat een priegelwerkje. Ik prik steeds gaatjes in mijn vinger met het gekke pennetje dat ik van oom Ben mag lenen. Het lijkt op iets wat de tandarts gebruikt, dus ik heb oom Ben er nog niet naar gevraagd. Misschien is het wel beter als ik niet weet waar het eigenlijk voor bedoeld is.
In hun online fotoalbum kon je ze nog het beste bewonderen. Het was nooit de bedoeling geweest ze daadwerkelijk aan te raken, ik had ze amper gezien. De meisjes stonden met zijn vijftienen op de foto of voor de afwisseling een keer in hun eentje.
‘Oké, waar hou je van?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Muziek, dansen, katten, de wereld redden, waar hou je van?’
‘Dansen? Peppino, je denkt toch niet dat ik een nicht ben?’
De vetzak smeet bij wijze van antwoord zijn .44 Magnum met korte loop op het smerige bureau, waarna hij met de rug van dezelfde hand de jongen tegenover hem in zijn gezicht sloeg.
Ik was elf jaar oud toen ik wist wat ik het meest wilde in het leven: meer. Deze openbaring deed zich voor op kerstavond 1991 om drie uur ’s nachts. Ik keek op mijn te strakke horloge met tekenfilmfiguur, een kerstcadeautje van mijn broer (gekocht door mijn moeder) van twee jaar geleden en liep toen stilletjes met ingehouden adem aan de zijkant van de treden naar beneden, zodat ze niet kraakten.