‘Heb je een boek gekocht?’
‘Ja,’ zeg ik dolgelukkig.
(Ik ben namelijk een beetje koopziek).
‘Welk boek precies?’
‘Dat van Margo Jefferson. Ze is hier ook op het festival.’
‘Cool. Hoe heet het?’
‘Sorry?’ zeg ik alsof ik de vraag niet heb verstaan.
‘Hoe heet het boek?’
‘Eh… het zijn haar memoires.’ Ik aarzel. ‘Wacht, ik laat het je zien.’
Instemmend geknik, geïnteresseerde blik.
De avond daarop, op weg naar het Humanity House, begint het pijpenstelen te regenen. Ik vind toevlucht in de inrit van een parkeerkelder, rook een sigaret en luister. Het gekletter van regendruppels. Vloekende meisjes op weg naar huis. Turkse popmuziek uit een langsrijdende auto. Het blijft regenen. Ik vis het boek waarvan ik de naam niet kan uitspreken uit mijn tas, sla het open: ‘I was taught to avoid showing off.’
Een ijzersterke zin. Een eerste zin die het hele verhaal omvat: privileges, status, de angst voor verlies. Voorop een lachende vrouw in een chic mantelpak. Witte handschoenen. Jaren vijftig.
Ik zit op de houten trap van het Humanity House en staar naar de saffierblauwe schoenen van Margo Jefferson. De zeventigjarige kleedt zich eenvoudig en best wel cool. Haar afro heeft een gouden schijnsel, als de kroon van een koningin. Toen ze klein was, moest ze haar haar laten stijlen, vertelt Jefferson ons meteen aan het begin. Dat vonden haar ouders heel belangrijk.
‘We moesten er niet alleen wit uitzien. Het was een heel specifieke witte look waar we ons op richtten.
De Afro-Amerikaanse toneelcriticus is opgegroeid in een gezin uit de upper middle class in het Chicago van de jaren vijftig. Ze woonde in een goede buurt, ging naar een goede school en had witte vriendinnen – in schril contrast met de meeste andere zwarte kinderen van haar generatie. En in de kern gaat Jeffersons boek precies daarover. Over een leven dat indruist tegen het stereotype, maar toch altijd weer met dat stereotype wordt geconfronteerd. Over de verdringing van ethnische afkomst door sociale klasse.
Ze vertelt hoe haar werd geleerd om in taal en gedrag zo min mogelijk op te vallen, zo perfect mogelijk te zijn.
‘Als ik op school een slecht cijfer had, zei mijn moeder: “Nu denkt je docent dat zwarte kinderen dom zijn.” We waren representanten van een hele bevolkingsgroep. Alles wat we deden was symbolisch,’ zei ze.
Later was Jefferson actief in de Black Powerbeweging. Haar geprivilegieerde jeugd weerhield er haar uiteindelijk niet van om te protesteren tegen ongelijke machtsverhoudingen. Als vrouw, als zwarte vrouw ervaart ze onderdrukking namelijk ook in zogenaamde ‘verlichte’ contexten.
De boektitel die ik niet kan uitspreken luidt overigens Negroland. En Jefferson ontleende hem aan juist die tijd van empowerment waarin de Black Powerbeweging het woord ‘Negro’ (met hoofdletter N) als politieke begrip gebruikte. Later veranderde die geuzennaam ‘Negro’ in ‘Black’, en ten slotte ‘Afro-American’. De boektitel, zo verklaart Jefferson, beoogt wel degelijk om een bepaalde historische periode expliciet te beschrijven.
‘En ja, dat ongemak is de bedoeling.’
Ik denk dat ik niet de enige zal zijn die bij het lezen in de tram overweegt de titel af te dekken.