‘Waldeinsamkeit’ is een Duits woord voor ‘eenzaamheid in het bos’. Toen ik laatst in Duitsland was, vroeg ik een paar mensen ernaar. Ze zeiden dat het niet bestond. Ik zei van wel. ‘Wij zijn Duitsers,’, zeiden ze. ‘Het bestaat niet.’ Ik begon te vloeken in mijn hoofd omdat ik het woord gebruikt had in een boek en voelde me dom. Het woord bestaat wel. Het is gemunt door de romantische dichter Ludwig Tieck. Ik zeg het zelf wel eens als ik niet kan slapen. Het is een bruikbaar woord.
Er zijn een heleboel andere bruikbare, onvertaalbare woorden. ‘Frotteur’ is Frans voor ‘een man die in menigten graag zijn kruis tegen vrouwen aanwrijft’. Ik doe niet anders. Ik wrijf langs hun achterwerken en als ze zich omdraaien dan draai ik me ook om en schreeuw naar de persoon achter me ‘niet duwen’. Ik ben nog nooit gearresteerd.
En ‘Mamihlapinatapai’ is een Yaghan woord dat beschrijft wat er gebeurt ‘wanneer twee mensen elkaar op een veelbetekenende manier aankijken en beiden een gesprek willen beginnen maar geen van hen het initiatief wil nemen’. Dat is een mooie. Erg romantisch. Het gebeurt wel eens bij mij en sexy vrouwen wanneer ik ze aan het Frotteuren ben in de trein. Het woord zegt dat door in de kleine dingen moed te tonen, Grote Goede Dingen kunnen gebeuren. Misschien dat Grote Goede Dingen daarom niet zo vaak gebeuren.
Ik heb ook een partij Oudengelse woorden gevonden die misschien niet gigantisch bruikbaar lijken, maar in ieder geval fijn voelen om te zeggen. ‘Kench’ betekent ‘luid lachen’ en ‘Jollux’ betekent ‘dik persoon’. Hardop uitspreken voelt als timmeren met je mond. Kench. Jollux. Ik kenchte om de jollux.
Maar je moet wel ‘stealth’ zijn als je een jollux kencht, tenzij de jollux een ‘bancer’ is. Deze komen allebei uit The Instructions van Adam Levin (die op Crossing Border komt. Ik plas altijd een beetje als ik me voorstel dat ik hem zie). ‘Stealth’ betekent gewoon ‘iets doen in het geheim’ (oké, geen nieuw woord, maar op een nieuwe manier gebruikt), en ‘bancer’ betekent volgens mij ‘debiel’.
De zin van het opnoemen van al deze woorden is dat ik ze boeiend vind en dat ik ze ga gebruiken. Ik ga daar op Crossing Border mee beginnen, als ik me in staat voel een beetje moed te tonen. Er is een reden waarom we niet gewoon hompen vlees en gekookte groenten eten. Het is saai. Altijd dezelfde woorden gebruiken is ook saai. Woorden zijn leuk en gruwelijk. Er zijn er zoveel. Het vinden van oude, verloren of ongebruikte woorden en ze gebruiken wanneer je kunt, klinkt als iets positiefs. Als het adopteren van een zwerfkat of het verzorgen van een vergeten graf.
Ik herlees dit nu. Een heleboel woorden zijn rood onderstreept. Ik weet niet goed of het nu gemeen of juist aardig is een stuk vol onvertaalbare woorden aan een vertaler te geven. Dat doe ik echter wel. Het spijt me. Dit is te gek.
ps. ‘Absenen mistatengwar’ betekent ‘sorry voor de typefouten’ in de taal van Tolkiens Quendi Elven. Dat vond ik op de website van een online rollenspel. Ik vraag me af hoe vaak dat op een dag gezegd wordt.