Het was hartverwarmend om het Crossing Border festival zich deze week te zien ontvouwen. Er is zo’n bruisende selectie van stemmen bijeengebracht. De Engelstalige literaire wereld kan oogkleppen op hebben, dus ik bewonder literaire gemeenschappen die in hun evenementen blijk geven van het besef dat niet de hele wereld in het Engels plaatsvindt. Zelfs binnen de Engelstalige bubbel hebben bijvoorbeeld Amerikaanse critici de neiging Ierse romans te lezen alsof ze zich in Brooklyn afspelen. Ik streef ernaar om romans te benaderen vanuit de aanname dat ik niet alles zal begrijpen. Er hoeft niet per se een probleem bij mij of bij de tekst te liggen, er is eerder sprake van wrijving waaruit blijkt dat ik bijleer.
Diezelfde betrokkenheid is een van de genoegens van vertaald worden. Het is een eer om te zien hoeveel zorg de vertaler aan mijn werk besteedt, en de moeite die een lezer van een vertaling soms moet doen om cultuurspecifieke kwesties te begrijpen getuigt ook weer van een bijzonder soort aandacht. Bovendien kan ik mensen zich het hoofd laten breken over de klinkerhutspot ‘Naoise’.
Het laatste wat ik voor Crossing Borders heb gedaan was mezelf opnemen terwijl ik uit mijn debuutroman voorlees. Ik moet toegeven dat ik iedere keer weer het eerste hoofdstuk doe, omdat ik dan geen context hoef te geven of het plot hoef te beschrijven. Een veelgehoorde misvatting is dat het feit dat je boeken schrijft ook betekent dat je er goed over kunt praten. Ik ben niet goed in praten, daarom schrijf ik juist. Soms kom ik toch niet onder het praten uit, vooral wanneer ik door iemand geïnterviewd wordt die mijn werk niet gelezen heeft (dat komt vaker voor dan je zou denken), maar ik doe het liever niet omdat ik dan onvermijdelijk een interpretatie meegeef. Tegenwoordig wordt er van alles uit de kast gehaald om mensen te vertellen hoe ze boeken moeten lezen. Veel daarvan ligt buiten de macht van de auteur; buiten de pagina’s om kies ik niets, van de manier waarop het boek wordt beschreven tot de auteurs met wie ik word vergeleken, dus ik kan die dingen negeren, omdat ik ze niet in de hand heb gehad. Ik ben chaotisch en heb geen spanningsboog, dus je zou dingen negeren een natuurlijke gave kunnen noemen.
Het spreekt vanzelf dat dit een enge week is, aan het einde van een eng jaar. Moet je gruwelen en absurditeiten aankaarten als die je het meeste hebben beziggehouden, maar je er niets zinnigs aan toe te voegen hebt? Mijn angst en paniek zijn die van iedereen. Als we geen van allen aan een gevoel kunnen ontsnappen, weet ik niet of het een blijk van solidariteit zou zijn als ik alles nog eens zou herhalen; het voelt eerder als een nodeloze echo. Maar de blog zou op een vreemde manier niet kloppen als ik het helemaal niet zou noemen, dus bij deze: ik ben bang.
Het was leuk om mijn laatste blogpost te zien verschijnen en Madelons vertaling te zien. Ik moet toegeven dat ik geen Nederlands spreek, al staat het wel op het lijstje van talen die ik ooit wil leren (99% van de dingen die ik in mijn leven van plan ben, ga ik ‘ooit’ doen). Het is denk ik lastig om geïnteresseerd te zijn in Engels en niet ook geïnteresseerd te raken in de meeste andere talen, want het heeft van alles wel wat opgezogen (deels natuurlijk dankzij het charmante enthousiasme waarmee de Britten het geëxporteerd hebben). Als Ierse vind ik het beladen om in het Engels te schrijven. Ik beheers het Iers maar amper. Ik zou er nooit met literaire precisie in kunnen laveren, en zelfs als dat wel zo was, zou ik geen groot lezerspubliek hebben. Er bestaan epistemologische waarheden over mijn volk en ons verleden waar ik nooit toegang toe zal krijgen omdat ze in de Ierse taal zijn opgesloten. Maar goed, ik zal het meeste over de meeste dingen ook nooit te weten komen, dus dat is een opbeurende gedachte om mee te eindigen.
Ik kijk uit naar de rest van het festival dit weekend!