Sholeh Rezazadeh
09-11-2020

Een van de artiesten heeft het over vechten. Hij zegt dat leven een constant gevecht is tegen je eigen angsten. En om die angsten goed te kunnen bevechten moet je ze eerst leren kennen en accepteren. Ik krijg er spierpijn van.

‘Wat doe je dan met je angsten?’ vraagt de wind.

‘Ik verlaat ze’ antwoord ik kijkend naar de wolken.

‘Met of zonder koffer?’ vraagt hij.

‘Met, denk ik’ en voordat hij door naar de volgende vraag gaat zeg ik: ‘Met een koffer vol brandende kaarsen voor de donkere nachten.’

‘En als je koffer te zwaar voelt of te licht?’

‘Gooi ik hem in de zee.’

‘En waar ga je dan naartoe?’

‘Als het over vertrek gaat is de bestemming niet eens van belang?’

De wind is weg. Zijn luisterend oor ook.

De hele stad is vol vechters en reizigers met een kapje op de mond en vrees in de ogen. Het is druk. Dat komt door de zon. Dat de zon schijnt lijkt hier het belangrijkste wat er kan gebeuren en iedereen moet het waarderen. In de eerste dagen dat ik hier woonde, was het raar dat de mensen alleen maar voor de zon naar buiten kwamen. Maar later, toen de seizoenen voorbijgingen en ik de afwezigheid van de zon merkte, besefte ik me pas hoe belangrijk die was. Net zoals een lieve moeder die je iedere ochtend wakker maakt en lachend zegt dat je ontbijt klaarstaat. Zelfs als je niks om haar zou geven staat ze altijd klaar voor je. Ik zal het er met mijn druppels over hebben. Wat weten ze van de zon of de wolken? Moeten ze meer van de zon houden of juist van de wolken? Wat is een wolk zonder zon en wat is een waterdruppel zonder wolk?

‘Wat is een schrijver zonder lezer en wat is een festival zonder publiek?’ vraag ik me af wanneer ik in de lege theaterzaal zit achter de grote zwarte beesten die ons opnemen. De raaf staat achter ons en ik heb het gevoel dat mijn woorden toch hun weg kunnen vinden. Ik praat en lees voor en zie de onzichtbare oren en ogen die mijn woorden opvangen. Ik zie dat de woorden aan het vechten zijn.

‘Hoop’ is de betekenis van haar naam. Ik ben altijd benieuwd naar de betekenis van de namen maar vraag het niet aan de mensen zelf omdat het kan dat ze het niet weten. En je zal je leeg kunnen voelen als iemand aan je vraagt wat je naam betekent terwijl je het niet weet. Ik zoek het zelf op en meestal kom ik zoete, zachte beelden tegen. Na een kort gesprek met haar in de eetzaal wil ik met Hoop afspreken om in de stilte in de natuur te wandelen. Ik heb het gevoel dat het niet ongemakkelijk zal voelen met haar. En als je bij iemand durft om een stilte te laten vallen, niet omdat er te weinig te vertellen is maar omdat de woorden niet mooi of krachtig genoeg zijn voor de energie en de emotie die er tussen jullie is, kun je die persoon een vriend noemen. Het klinkt goed, een vriendschap met Hoop.

‘Met de kaarsen in je koffer bedoel je een hoop voor het licht?’ Vraagt de wind ‘of bedoel je een gevecht tegen het donker?’

Ik laat stilte vallen.

Sholeh Rezazadeh
16-11-20

Deelnemen aan Crossing Border was als een wandeling in de herfst in het bos.

Talen liggen verspreid als een kleurrijk bladerdek, gedachten en gevoelens als de wolken die in elkaar lopen. Op de tak van de aller grootste boom zat een raaf in de verte te staren. ’s Nachts mocht ik midden in dit bos bij het vuur zitten, verhalen vertellen onder het genot van een kopje thee samen met Wijsheid.

Tijdens het wandelen in dit kleurrijke bos stond ik vaker stil bij hoe zinloos en onnodig landsgrenzen zijn en hoe wij, als mens, op elkaar lijken. Hoe makkelijk we elkaar terugvinden in de taal van kunst.

Ergens zijn we allemaal te vinden, in niemandsland. Met ons kleine verdriet wat al lang weg had moeten zijn, maar blijft zitten. Met een oude hoop die niet sterven mag. Met een zware vishaak in onze mond die nog naar zoute zee ruikt.

‘Tegenwoordig zijn er mensen die als vissers met grote magneten al het metaal uit de grachten vangen. Spullen die bewust of per ongeluk in het water zijn gegooid. Fiets, laptop, telefoon, anker, hamer en wat al niet meer.’

‘Eerst bouwen jullie een land in het water, dan maken jullie er grachten in, om vervolgens zo boos of dronken te worden dat jullie dingen in het water gooien, daarna bedenken jullie weer iets om die spullen uit het water te halen! Gek toch?’ zeggen de druppels.

Vervelen heet het. Er zijn mensen die als ze zich vervelen een bos, een land in brand zetten,’ mompel ik.

‘Kun je niet iets bedenken om de uitgestrooide tranen, hoop, dromen en geluk uit de grachten te halen? Er zijn zeker genoeg mensen die dit in het water gooien of hebben laten vallen. Als druppels uit een rivier weten we hier alles van.’

‘Waarom zou je die dingen willen vangen?’

Ze geven geen antwoord.

Meer dan zestigduizend ogen hebben Crossing Border van achter de schermen gezien, las ik. Als vissers zaten ze achter hun schermen om wat geluk, kleur, idee en uitzicht te vangen. Met een haak of met een magneet. Zonder grens, zonder woord.

Mijn wandeling is voorbij. Maar het bos blijft bestaan en de geur van dit bos zal bij mij blijven. Zelfs op een hete zomerdag midden in een woestijn zonder bomen.

 

09-11-20

Een van de artiesten heeft het over vechten. Hij zegt dat leven een constant gevecht is tegen je eigen angsten. En om die angsten goed te kunnen bevechten moet je ze eerst leren kennen en accepteren. Ik krijg er spierpijn van.

‘Wat doe je dan met je angsten?’ vraagt de wind.

‘Ik verlaat ze’ antwoord ik kijkend naar de wolken.

‘Met of zonder koffer?’ vraagt hij.

‘Met, denk ik’ en voordat hij door naar de volgende vraag gaat zeg ik: ‘Met een koffer vol brandende kaarsen voor de donkere nachten.’

‘En als je koffer te zwaar voelt of te licht?’

‘Gooi ik hem in de zee.’

‘En waar ga je dan naartoe?’

‘Als het over vertrek gaat is de bestemming niet eens van belang?’

De wind is weg. Zijn luisterend oor ook.

De hele stad is vol vechters en reizigers met een kapje op de mond en vrees in de ogen. Het is druk. Dat komt door de zon. Dat de zon schijnt lijkt hier het belangrijkste wat er kan gebeuren en iedereen moet het waarderen. In de eerste dagen dat ik hier woonde, was het raar dat de mensen alleen maar voor de zon naar buiten kwamen. Maar later, toen de seizoenen voorbijgingen en ik de afwezigheid van de zon merkte, besefte ik me pas hoe belangrijk die was. Net zoals een lieve moeder die je iedere ochtend wakker maakt en lachend zegt dat je ontbijt klaarstaat. Zelfs als je niks om haar zou geven staat ze altijd klaar voor je. Ik zal het er met mijn druppels over hebben. Wat weten ze van de zon of de wolken? Moeten ze meer van de zon houden of juist van de wolken? Wat is een wolk zonder zon en wat is een waterdruppel zonder wolk?

‘Wat is een schrijver zonder lezer en wat is een festival zonder publiek?’ vraag ik me af wanneer ik in de lege theaterzaal zit achter de grote zwarte beesten die ons opnemen. De raaf staat achter ons en ik heb het gevoel dat mijn woorden toch hun weg kunnen vinden. Ik praat en lees voor en zie de onzichtbare oren en ogen die mijn woorden opvangen. Ik zie dat de woorden aan het vechten zijn.

‘Hoop’ is de betekenis van haar naam. Ik ben altijd benieuwd naar de betekenis van de namen maar vraag het niet aan de mensen zelf omdat het kan dat ze het niet weten. En je zal je leeg kunnen voelen als iemand aan je vraagt wat je naam betekent terwijl je het niet weet. Ik zoek het zelf op en meestal kom ik zoete, zachte beelden tegen. Na een kort gesprek met haar in de eetzaal wil ik met Hoop afspreken om in de stilte in de natuur te wandelen. Ik heb het gevoel dat het niet ongemakkelijk zal voelen met haar. En als je bij iemand durft om een stilte te laten vallen, niet omdat er te weinig te vertellen is maar omdat de woorden niet mooi of krachtig genoeg zijn voor de energie en de emotie die er tussen jullie is, kun je die persoon een vriend noemen. Het klinkt goed, een vriendschap met Hoop.

‘Met de kaarsen in je koffer bedoel je een hoop voor het licht?’ Vraagt de wind ‘of bedoel je een gevecht tegen het donker?’

Ik laat stilte vallen.

07-11-20

‘November’ wil je niet zijn. Zo net voor december, net voor de laatste maand van het jaar. Zo betekenisloos, zo verdwaald, zo afwachtend.

Je wil ‘november’ niet zijn waarin de kerstverlichting op straat er niet gezellig maar belachelijk uitziet omdat het november is en niet december. Omdat het te vroeg is. Waarin niemand kan wachten totdat het echte feest begint. Je bent geen begin of einde. Je bent noch vroeg noch laat. Geen herfst, geen winter. En ‘een warme, zonnige november’ wil je al helemaal niet zijn. Zo ongeloofwaardig, zo ongepast.

De zon schijnt en het gelach van de meeuwen is hier harder te horen. Mijn druppels denken dat het door hen komt en ik vertel ze niet dat het is omdat we gewoon dichterbij de zee zijn. Ik ben bang het woord ‘zee’ te gebruiken waar ze opgewonden van zullen raken en aan het einde, aan het bereiken moeten denken. ‘Als je niet aan het einde blijft denken, gaat de tijd gemakkelijker,’ antwoord ik als ze me vragen wanneer we terugkeren naar de met water gevulde grachten van Amsterdam. Ze missen het water. Ergens vlakbij de zee.

Een van de schrijvers op het festival vertelde over haar dove moeder. Over haar fulltimebaan als vertaler, de vertaler van de rustige en zwijgende taal van haar moeder en de gillende, haastige taal van de rest van de wereld. De schrijver lacht en haar lach is als de zon in november. Zo stoer en zo zwak. En ik denk: is dat niet wat schrijven betekent?: het vertalen van de stilte. Het vertalen van alles wat niet in de uitgesproken woorden past.

Crossing Border krijgt toch subsidie om door te gaan, lees ik op internet. De raven zijn blij en de meeuwen lachen harder. De boom op de poster van het festival, op het bureau van mijn hotelkamer, is ook blij. Met de bergen wortels van andere omgekapte bomen onder zich laat hij zijn geopende armen zien. Hij laat zijn jonge en oude bladeren zien. Hij is niet bang voor het einde. Hij houdt van kleine, grote, groene, gele, rode bladeren en geeft niet om de afgekapte takken.

06-11-20

Schrijven in een andere taal is als naar een feest gaan waar je niemand kent. Zonder bang te zijn dat je er gek uitziet, doe je waar je zin in hebt. Drinken? Dansen? Verzonnen verhalen vertellen? Of juist jouw alle eerlijkste gedachten delen? Je kent de mensen niet goed, dus je bent niet bang voor hun oordeel. Je kent de woorden, de grammatica niet zo lang dus je bent niet bang om ze te gebruiken op een manier dat jij het wil, dat het beter bij je moedertaal, je cultuur past. Je bent niet bang om de diepste en ingewikkeldste woorden uit te spreken. Wanneer je je pijnlijke verhalen in een vreemde taal vertelt, voelt het minder eng dan in je moedertaal. De woorden dragen lichtere emoties waardoor het je minder energie kost om de zware verhalen die al jaren in je keel zitten op te tillen en weg te gooien.

‘Vijftien jaar lang heb ik geen woord verteld over een van de grootste pijn in mijn leven. Mijn taal waarvan ik alle hoekjes kende, liet het niet toe. Maar in het Nederlands schreef ik er een boek over. Ik werd dronken, ziek, duizelig in dit feest en danste totdat mijn hele lichaam pijn deed. Ik maakte vrienden en proefde vreemde en nieuwe smaken. In het feest van schrijven in een andere taal mocht ik mijn zware rugzak even neerzetten en dansen met blote voeten zonder enige angst of aandacht voor mensen die naar mij keken.’ zeg ik tegen de druppels van Aras rivier die nu in mijn hotelkamer in het centrum van Den Haag, in een kan, naar de lege straten staan te staren. Op de achtergrond is muziek van de livestream van het festival via mijn laptop te horen maar ik denk nog steeds aan de woorden van een van de festival gasten over de rol van eigenervaring en onderzoek in het schrijven van een boek.

Zaterdag ga ik over mijn werk vertellen in Theater aan het Spui. Alle stoelen zijn bezet door onze grote ongenode gast die onderuitgezakt en boos naar ons kijkt. Ik zeg tegen mijn druppels dat ze niet jaloers hoeven zijn op de grote raaf in de studio. Ik ben niet van plan om een raaf mee naar huis te nemen, niet omdat hij er te slim voor is maar omdat het te gevaarlijk is voor een boom die net haar wortels heeft afgeveegd om een vogel als huisgenoot te hebben.

24-09-20

Het regent. De boom voor mijn huis kleedt zich langzaam uit en maakt zich klaar voor een lange slaap. Waarover gaat hij dromen? Misschien is de lente de droom van de boom voor mijn huis die keer op keer uitkomt?

Enkele herfsten geleden, toen ik nog maar net in Nederland woonde, zei Wind tegen mij: ‘Crossing Border is iets voor jou. Het gaat over muziek, literatuur en verrassende artiesten. Daar moet je zijn.’ Ik lachte, vergat, fietste in de wind en regen en leerde Nederlands. Elke keer wanneer het buiten te koud en te donker werd kleedde ik me langzaam uit en sloot mijn ogen om weg te dromen.

‘We kunnen de kindertijd, de jeugd, de ouderdom en de dood van onze huisdieren meemaken. Het samen zien vloeien van tijden zonder de kracht om de tijd te stoppen en zonder controle over de dood is een vreemd gevoel dat tot uiting komt in het hebben van een huisdier. Dit is even aantrekkelijk als eng. De aantrekkelijke liefde van het huisdier, met de altijd eenvoudige relatie en de overdreven waardering. Maar het onvermogen om ons huisdier te vereeuwigen. Ik ben altijd jaloers geweest op mensen die hun huisdier niet zo serieus nemen dat ze bang zijn om het te verliezen, of in ieder geval een relatie aangaan ondanks de aankomende tragedie. Daarom besloot ik om in plaats van een huisdier een ​​kan gevuld met rivierwater in mijn huis te zetten. Een kan vol druppels die weten wat stromen en passeren betekent. Ze zijn bergen overgestoken, hebben gesproken met vissen, mos, rotsen. Ze hebben de maan omarmd, de sterren. Over de bezwete lichamen van kinderen op een zomermiddag gegleden en de eenzaamheid van de visser gezien. Ik wil een paar druppels van een rivier een tijdje in mijn huis hebben en ze mijn leven laten zien, dat ze mij over de bergen vertellen en over de kracht van dromen. Maar wanneer ze er genoeg van hebben zal ik ze weer laten gaan om verder te stromen.’

Als ik dit tegen Wind zeg, vraagt hij niet of ik wel zeker ben van het woord ‘rivier’ en ‘huisdier’ in één zin.‘

‘Welke rivier?’ vraagt hij.

‘Aras, de rivier die de grens vormt tussen Iran en Azerbeidzjan.’

Hij knikt alsof hij wil zeggen: ‘Wat een goede keuze’, maar zegt: ‘Waarom niet de Amstel?’

Ik weet dat hij het antwoord op deze vraag kent. Maar hij houdt ervan om vragen te stellen waarvan hij het antwoord weet, alleen om voor zichzelf bevestigt te zien dat hij over een grote, intelligente mensenkennis beschikt. Hij weet nog steeds niet dat dit bij mij niet werkt. Ik antwoord niet, trek mijn wenkbrauwen op, glimlach en kijk naar de geduldige Amstel, die voor ons ligt.

‘Wanneer je van een afstandje naar de rivier kijkt, de rivier die door de hoge besneeuwde bergen stroomt, die de stilte van de bossen doorbreekt, die de hardste rotsen verzacht en in de armen van de zee valt, een zee die waarschijnlijk niet eens beseft dat er water aan hem wordt toegevoegd, dan zul je zien hoeveel moed er in elke druppel zit. Als je tegen de sneeuw op de toppen van de bergen vertelt wat een moeilijk pad ze voor zich hebben liggen, zullen ze waarschijnlijk helemaal niet willen smelten en aan de reis beginnen.’

‘Heb je deze druppels daarom mee naar huis genomen? Om dit soort filosofische verhalen voor hen te weven?’ lacht hij.

Hij weet dat ik niet verdrietig word van zijn grappen. Dat ik zijn woorden niet serieus neem, maar zijn luisterend oor wel. Ik loop richting de trein zonder te zeggen dat ik naar Crossing Border ga.

In de trein zie ik zonnebloemen die lachen, kraaien die de wereld voorzichtig observeren, paarden die aan hun veulens denken terwijl ze door hun schermen scrollen en honden die zo snel mogelijk naar buiten moeten. Ik zie wolken die niet bang zijn om te huilen.

Denkend aan mijn huisrivier veeg ik mijn vochtige wortels van me af en ruim de vallende bladeren op. Ik ben wakker. Het is niet meer donker of koud.