BY Sam Byers
02-11-2013

Met reizen heb ik een eigenaardige relatie: ik doe altijd mijn uiterste best om minstens één helft van mezelf thuis te laten. Ik breng namelijk vrij veel tijd door met mijn schrijvers-ik, en al kunnen we het best goed vinden, voor mij is naar het buitenland gaan de uitgelezen kans om voor een paar dagen een beetje de ruimte te krijgen. In bepaalde opzichten is dit ironisch, aangezien schrijvers-ik mijn thuiszijn over het algemeen beschouwt als de uitgelezen kans om exotische oorden te ontdekken.

Schrijvers-ik mag als huisgenoot en collega dan best goed te pruimen zijn, hij is niet de meest aangename reisgenoot. Hij is te kil, te onverbiddelijk. Schrijvers-ik vindt iets pas mooi als het net zo mooi uit de verf komt in wat hij schrijft. Als het hem überhaupt al is gelukt het huis uit te komen. Hij is nogal een huismus. Geef hem een laptop en een voorraadje cafeïne en je hebt er geen kind aan.

Net als bij iedere lange relatie staat of valt mijn huwelijk met schrijvers-ik met of we elkaar genoeg ruimte geven. Reizen is daarvoor de ideale gelegenheid: ik mag ronddwalen in de wereld die schrijvers-ik soms volledig voor me verborgen dreigt te houden, terwijl schrijvers-ik eventjes niet hoeft te schrijven. Na een verzoenend tripje lijken schrijvers-ik en ik vaak met frisse genegenheid te communiceren, alsof we na een tijdje uit elkaar te zijn geweest opnieuw in staat zijn, al is het maar voor even, om dezelfde ervaringen te delen, zelfs hetzelfde te denken. Hierna volgt vaak een productieve periode waarin we allebei met hernieuwde gezamenlijke energie het project te lijf gaan dat we moeten afmaken, wat dit ook moge zijn. Op een bepaald moment, soms na weken, soms na maanden, worden we langzaamaan weer helemaal gek van elkaar en is een tactische scheiding vereist. Schrijvers-ik is immers nogal bazig en ik ben nogal lui, dus een zekere spanning is in feite onvermijdelijk.

Tijdens het Crossing Border Festival zullen beide ikken samen reizen, maar ze zullen verschillende dingen doen. Ik verheug me erop Antwerpen en Den Haag een keer te bezoeken en, voor zover mijn schema dit toestaat, zoveel mogelijk concertjes te pakken. Ondertussen wordt van schrijvers-ik verwacht dat hij met andere schrijvers en vertalers optrekt en een dagelijkse column schrijft over zijn indrukken. Hoe dan ook, als een persoonlijke grens al niet overschreden moet worden, dan moet hij op z’n minst behoedzaam benaderd worden. Misschien moeten we maar aparte hotelkamers nemen. Misschien zal een van ons wel van de gelegenheid gebruikmaken om ietsje eerder op te staan om te gaan ontbijten en zo een stukje kostbare tijd van de ander te jatten. Aangezien het momenteel nog onduidelijk is wie van ons twee de leiding zal hebben, is het zeer waarschijnlijk dat dit tot onenigheid zal leiden.

Of toch niet? Zelfs de meest hermetische grens kan, onder de juiste omstandigheden, toch verrassend poreus blijken, en misschien voorziet Crossing Border nu al wel in precies het soort aanmoediging dat beide Sammen nodig hebben om tijd met elkaar te kunnen doorbrengen. Schrijvers-ik – opgewonden en afgeleid als hij is door het inpakken – heeft me wel dit stuk laten schrijven, en het is míj gelukt het af te maken zonder dat hij me aan de lopende band kwam storen.

We zullen voorzichtig moeten zijn. Als dit zo doorgaat wordt het nog lastig om ons uit elkaar te houden. Straks denken ze nog dat we een en dezelfde persoon zijn.

En dat willen we geen van beiden.