Die teksten had ik nog in Polen moeten schrijven, rustig gezeten in de stilte van ons huisbibliotheekje. Als ik op dat in zijn eenvoud geniale idee was gekomen, had ik nu (oftewel toen) de verzameling essays van Susan Sontag uit de kast kunnen pakken, de beroemde tekst ‘Vertaald worden’ kunnen lezen, het een en ander van Sontag kunnen overschrijven, een treffend citaat toe kunnen voegen en vooral op de een of andere manier de chaotische gedachten kunnen ordenen die sinds gisteren in mijn hoofd krioelen. In het Haagse hotel waar ik deze woorden schrijf, heb ik helaas dit mij nu zo nodige boek niet bij de hand (de organisatoren hebben de deelnemers – in het bijzonder de “kroniekschrijvers” – van vrijwel alles voorzien, maar niet van de verzamelde essays van Susan Sontag). Van dat essay kan ik me alleen de titel herinneren; ik ben er dus absoluut zeker van dat iemand die wijzer is dan ik al heeft geschreven over het onderwerp waarmee ik de confrontatie aan moet gaan terwijl ik tot improvisatie ben veroordeeld. Ik had het thuis moeten doen… Maar thuis krioelden die chaotische gedachten nog helemaal niet in mijn hoofd, want thuis had ik de gelegenheid nog niet om Charlotte en Tuesday mijn teksten te zien vertalen.
Vertaald worden… Weten dat men vertaald gaat worden. Dat al weten tijdens het schrijven. Toen ik mijn oude verhalen schreef, had ik nog niet dat ene greintje hoop dat ze ooit lezers zouden bereiken die niet Poolstalig zijn (maar ook de Poolstalige bevonden zich meer in een sfeer van vluchtige fantasieën). Als ik dat geweten had, had ik nog wel een paar keer over elke zin nagedacht. Hoe vaak heb ik niet iets gedachteloos neergekalkt, in het Pools kon het nog wel door de beugel, maar vertalers zijn genadeloos. ‘Waar lagen die augurken: onder de stoel of boven de stoel?’ vraagt een van hen me in een e-mail. Eerlijk gezegd had ik niet eerder de topografie van mijn verhaal zo nauwkeurig uitgetekend. Welk schilderij van Vermeer bedoelde je? Welke Poolse dichter had een Nederlandse periode? Hoe ging het precies met die penalty van van Basten? In weer een andere e-mail (die ter informatie naar mij was doorgestuurd) bedankt de redacteur de vertaalster hartelijk voor het attenderen op de verwijzing naar Macbeth in de tekst van Miłkowski. Ik moet haar toch eens vragen om ook mij die verwijzing te laten zien.
Om niet vertaald te worden… Om niet te weten of men vertaald gaat worden. Vrijuit schrijven, zonder beperkingen. Jezelf uitsluitend vragen stellen over de essentie van het bestaan, en niet over de plaats van een pot augurken. Er niet aan denken hoe het in het Engels zou klinken, hoe het in het Nederlands zou klinken… Als men weet dat een tekst vertaald gaat worden, doemen er, vrees ik, twee soorten verleiding op. Ten eerste: zo schrijven dat het makkelijk is. Zo schrijven dat het goed te vertalen is, dat het goed klinkt in het Engels. Glad schrijven, zonder oneffenheden, zonder scherpe randen, zonder hobbels.
De tweede soort verleiding is uiteraard het tegengestelde van de eerste. Niet makkelijk schrijven. Laat die vertalers hun ongeoefende melktanden maar breken op de poreuze schaal van mijn breedbandfrase. Laat ze maar nadenken waar die augurken liggen. Laat ze mijn enige echte en definitieve lezers worden, pijnlijk en diepgaand als een wortelkanaalbehandeling. Alleen de vertaler is namelijk degene die van mijn lied de hele gedachte aanhoort. (Let op vertaalsters: dit is een cryptocitaat uit Mickiewicz).
De vertalers zelf weten zich met het probleem van de gigantische verantwoordelijkheid veel beter raad. Desnoods vertalen ze het niet. Ik heb me altijd afgevraagd waarom de Poolse nazi die mij door het oordeel van de kiezers vertegenwoordigt bij het Europees Parlement daar eigenlijk geen opschudding veroorzaakt. Nu weet ik: dat is te danken aan de tolken. Bijvoorbeeld hij ‘zet aan tot rassenhaat’ (zo staat dat geloof ik in de wetboeken). De tolk zegt echter zonder met zijn ogen te knipperen: ‘This matter has to be reconsidered carefully’. En dat is alles. Rust. De passieve partij. Applaus.
Ik ben me er dus van bewust dat ik hier in principe van alles neer kan zetten. In de versie van Charlotte en Tuesday zal ik uiteindelijk toch overkomen als een beheerste, scherpzinnige, evenwichtige en doorgewinterde humanist.