In Japan schrijf ik niet tot ik besluit dat ik wil schrijven. Ik denk na over wat ik wil schrijven, over wat ik kan schrijven, over wat ik zou moeten schrijven. Ik bedenk het plot en dan pas begin ik te schrijven. Voordat ik daadwerkelijk begin, staar ik naar mijn computer, naar de hemel, naar mijn voeten, of schrijf ik notities op, krabbel ik memo’s. Wanneer je in Japan gevraagd wordt om een essay te schrijven, ligt de deadline gewoonlijk meer dan een maand later. Voor een kort verhaal is de marge twee à drie maanden en voor een serie of iets dat nieuw geschreven wordt krijg je meestal meer dan een jaar de tijd. Wat ik hiermee wil zeggen, is dat het schrijven van deze serie columns het moeilijkste is dat ik toe nu toe gedaan heb.
Ik was verbaasd toen ik gevraagd werd om drie dagen achter elkaar een column te schrijven, maar ik dacht dat ik het op de een of andere manier wel voor elkaar zou krijgen. Toen ik echt probeerde te beginnen, voelde ik echter een steek van angst dat ik dit niet zou kunnen.
De deadline van de column van vandaag was vijf uur. Het is nu half acht. Ik doe mijn uiterste best, maar het schrijven van columns is op dit moment een gevecht met mezelf en met mijn huilende en gillende dochter. Ik kan niet schrijven terwijl zij door de kamer rondloopt; ik had gedacht te kunnen schrijven nadat ik haar in bed had gestopt, maar ze heeft toen nog meer dan een uur op haar bed rondgescharreld. Er zat niks anders op dan mijn man te vragen op haar te letten en zelf naar de hotellobby te gaan om daar te schrijven. Na ongeveer twintig minuten kwam mijn man echter alweer met de kleine in de kinderwagen naar beneden. Omdat ze bleef huilen en schreeuwen, zei hij. Uiteindelijk zit ik nu te schrijven terwijl ik mijn dochter negeer die een stukje verderop in de armen van mijn man naar me roept: ‘Mama, kom terug!’.
Het was om te beginnen een fout om mijn dochter mee te nemen naar dit festival. In Japan wordt het ook erg hectisch met zowel de zorg voor mijn dochter als mijn werk, maar tijdens een reis zijn er geen mensen die je een handje kunnen helpen. Dit is de eerste keer dat ik gedwongen ben om mijn werk en de verzorging van mijn dochter op een specifieke manier met elkaar te verenigen.
Doordat ik vastzit aan het ritme van mijn dochter die door de jetlag om zes uur ’s avonds al slaapt en ’s nachts om drie uur wakker wordt, ben ik moe en lijkt het alsof ik moet overgeven. Toch zal ik, nadat ik klaar ben met het schrijven van deze column en mijn dochter naar bed heb gebracht, zoals afgesproken naar het festival gaan. Wanneer ik terugkom op mijn kamer pak ik mijn spullen in, haal ik mijn make-up eraf en ga ik naar bed. Maar zelfs als ik dan zal mijn dochter me om drie uur ’s morgens weer wakker maken.
Het lijkt misschien alsof ik veel klaag, maar ik heb wel het gevoel dat Den Haag een geweldige stad is. Gisteren heb ik het rustig aan gedaan vanwege mijn gebrek aan slaap en daardoor niets live gezien. Desondanks vind ik de sfeer van het festival relaxed en comfortabel. Nou, dan ga ik nu mijn dochter instoppen en naar het festival.