Annemarie van Limpt
Epiloog
DOOR Joe Dunthorne
10-12-2010

Het is niet eenvoudig een epiloog te schrijven voor een festival dat je niet hebt kunnen bijwonen. En het is waarschijnlijk niet zo’n goed idee om in detail te treden over de dysenterie die me thuis heeft gehouden. Ik zou je kunnen vertellen over het moment waarvan ik vermoed dat de parasiet mijn lichaam is binnengekomen (toen ik in India kraanwater dronk dat werd verkocht in flesjes) of over mijn tijd in het ‘Hospital for Tropical Diseases’ in Londen. Ik moest plaatsnemen in een wachtkamer die volledig werd bevolkt door jonge, gebruinde, knappe mensen die net waren teruggekeerd van hun wereldreis. Wat kon er in vredesnaam met deze prachtexemplaren aan de hand zijn? Het probleem was dat we niet alleen waren in de wachtkamer. In ieder van ons bevond zich ten minste één ander levend organisme (in het geval van mijn vriendin twee) dat binnenin ons een nestje had gebouwd. Natuurlijk leven we altijd met parasieten, maar pas wanneer je een nieuwe hebt binnengelaten besef je dat je lichaam een ecosysteem is. Soms zijn de gasten welkom, zoals de vogeltjes die het eten tussen de tanden van een nijlpaard uit pikken, maar soms ook niet.

Een festival is een ecosysteem. Een weekendlang zijn we niet enkel individuen, maar ook onderdeel van een groter besef van de ‘vibe’ van het festival. Menigtes zijn uniek en onvoorspelbaar. Een negatief element kan zich vermenigvuldigen en gaan overheersen, of de kop in worden gedrukt. Op het Latitude Festival – dat vermaard is vanwege de relaxte, veilige sfeer – hebben afgelopen zomer twee verkrachtingen plaatsgevonden. Niemand wist de vriendelijke sfeer te rijmen met deze wandaden. Plotseling leek iedereen verdacht, was alle vertrouwen zo goed als verdwenen en aan het einde van het weekend heerste er een onuitgesproken, sombere stemming. Glastonbury staat bekend om z’n unieke ‘vibe’ en wat mij betreft is die écht wat het zo uniek maakt – een ongrijpbaar gevoel dat door de menigte stroomt en zorgt dat mensen zich meer openstellen en attenter zijn.

Van wat ik heb gehoord, moet Crossing Border een knaller zijn geweest. En ondanks dat ik me erg had verheugd op allerlei artiesten die ik niet heb gezien, ben ik wel beter. Toch mis ik zo nu en dan mijn parasiet. We deelden goede en slechte tijden en uiteindelijk heb ik een punt achter onze relatie moeten zetten. Een week lang elke dag zes grote pillen.

Alle vertalingen van Annemarie van Limpt
Epiloog
10-12-10

Het is niet eenvoudig een epiloog te schrijven voor een festival dat je niet hebt kunnen bijwonen. En het is waarschijnlijk niet zo’n goed idee om in detail te treden over de dysenterie die me thuis heeft gehouden. Ik zou je kunnen vertellen over het moment waarvan ik vermoed dat de parasiet mijn lichaam is binnengekomen (toen ik in India kraanwater dronk dat werd verkocht in flesjes) of over mijn tijd in het ‘Hospital for Tropical Diseases’ in Londen. Ik moest plaatsnemen in een wachtkamer die volledig werd bevolkt door jonge, gebruinde, knappe mensen die net waren teruggekeerd van hun wereldreis. Wat kon er in vredesnaam met deze prachtexemplaren aan de hand zijn? Het probleem was dat we niet alleen waren in de wachtkamer. In ieder van ons bevond zich ten minste één ander levend organisme (in het geval van mijn vriendin twee) dat binnenin ons een nestje had gebouwd. Natuurlijk leven we altijd met parasieten, maar pas wanneer je een nieuwe hebt binnengelaten besef je dat je lichaam een ecosysteem is. Soms zijn de gasten welkom, zoals de vogeltjes die het eten tussen de tanden van een nijlpaard uit pikken, maar soms ook niet.

Een festival is een ecosysteem. Een weekendlang zijn we niet enkel individuen, maar ook onderdeel van een groter besef van de ‘vibe’ van het festival. Menigtes zijn uniek en onvoorspelbaar. Een negatief element kan zich vermenigvuldigen en gaan overheersen, of de kop in worden gedrukt. Op het Latitude Festival – dat vermaard is vanwege de relaxte, veilige sfeer – hebben afgelopen zomer twee verkrachtingen plaatsgevonden. Niemand wist de vriendelijke sfeer te rijmen met deze wandaden. Plotseling leek iedereen verdacht, was alle vertrouwen zo goed als verdwenen en aan het einde van het weekend heerste er een onuitgesproken, sombere stemming. Glastonbury staat bekend om z’n unieke ‘vibe’ en wat mij betreft is die écht wat het zo uniek maakt – een ongrijpbaar gevoel dat door de menigte stroomt en zorgt dat mensen zich meer openstellen en attenter zijn.

Van wat ik heb gehoord, moet Crossing Border een knaller zijn geweest. En ondanks dat ik me erg had verheugd op allerlei artiesten die ik niet heb gezien, ben ik wel beter. Toch mis ik zo nu en dan mijn parasiet. We deelden goede en slechte tijden en uiteindelijk heb ik een punt achter onze relatie moeten zetten. Een week lang elke dag zes grote pillen.

Proloog
10-11-10

Er zijn ruwweg twee soorten festivals, het ene is een feest der muziek en het andere een feest der literatuur. De muziekedities zijn die waar je bijvoorbeeld je handen kunt warmen aan een brandstapel van vlammende mobiele wc’s (Leeds Festival, 1998; dansend naast de oproerpolitie) of de waarheid kunt ontdekken over wiskundige structuren in de natuur (Aphex Twin, Reading Festival, 1999). Bij de literatuuredities heb je meer kans je favoriete schrijver (die naamloos zal blijven, Haye-on-Wye Literary Festival, 2002) dusdanig dronken te zien dat hij met zijn hoofd op de toog in slaap was gevallen, of te luisteren naar je favoriete dichter (eveneens naamloos, Haye-on-Wye, 2002) die zich mompelend door jouw lievelingsgedichten werkt. Nu ik het zo stel, zijn ze niet eens zo verschillend. Beide festivalsoorten maken je los van je dagelijkse beslommeringen.

Het is daarom een machtig mooi idee dat Crossing Border muziek en schrijven bijeenbrengt. Er bestaat een prachtig festival in Laugharne in Wales, een dorpje  waar het ‘schrijfschuurtje’ van Dylan Thomas stond, dat voor mij het perfecte voorbeeld is van de potentie van de combinatie woorden en muziek. De meeste voordrachten en optredens vinden plaats in of rondom de drie pubs in het dorp. Het valt niet te voorspellen of je bij de urinoirs schouder aan schouder zult staan met DBC Pierre, een bandlid van The Clash of de stervleugelspeler van de Laugharne Rugby Club. Er heerst totale gelijkheid. Er heerst totale chaos. Des te beter.

Het Latitude Festival in Suffolk in het zuiden van Engeland kent een wat chiquere aanpak. De muziekpodia zijn aan de ene kant van het veld en de kunst en literatuur zijn aan de andere kant. Ik kan me herinneren dat ik keek naar Patti Smith die voorlas in de poëzietent (waar honderden mensen zich naar binnen hadden gewurmd om te luisteren) en vervolgens de heuvel op liep om haar liedjes te zien zingen in de spelonkachtige en stampvolle muziekarena.

Er zijn veel dingen waar ik zin in heb als ik naar het programma van Crossing Border kijk. John Cooper Clarke, punkdichter en godfather van de stand-up poëzie. Edwyn Collins, een geweldige muzikant wiens recente opwindende optredens verbluffend te noemen zijn ondanks zijn wonderbaarlijke herstel van een hersenbloeding. Dan is er nog David Vann die met ‘Legend of a Suicide’ een van mijn favoriete boeken van dit jaar heeft geschreven. Jamie Lidell komt, een artiest die zo soulvol zingt, zo virtuoos en authentiek Motown, dat het moeilijk voor te stellen is dat het om een sullig blank kereltje gaat  dat debuteerde in de electrowereld. En we hebben Roddy Doyle – een fantastische romanschrijver, maar wat mij betreft nog beter in korte verhalen. Ik kan niet wachten om hem te zien.

Nu heb ik er echt zin in.

Aangezien ik sinds een paar jaar deel uitmaak van een performance poëziegezelschap, Aisle 16, ben ik van een toevallige festivalganger verworden tot een hardcore bikkel die tien festivals per zomer op rubberlaarzen lauw bier drinkt. Ik zet een tent op in minder dan vijf minuten. Ik weet een waterdichte broek op waarde te schatten. Ik kan door een opeengepakte menigte zigzaggen met zowel beleefdheid als vaart. Toch is het werkelijk goede nieuws dat we – tijdens Crossing Border – in een hotel logeren. Ik zal niet wakker worden in een korst van m’n eigen zweet, verschrompeld door uitdroging, naar lucht happend terwijl de zon door het tentzeil brandt. Dat is een feestje waard.