Als je moeder wordt, onderga je verscheidene metamorfosen, lichamelijk natuurlijk, maar ook psychisch. Je stuit op grenzen waarvan je het bestaan nog niet eens vermoedde. Zo is er een grens waarop ik weliswaar bedacht was, maar waarvan de hevigheid me toch heeft overrompeld: de metamorfose van de werkende vrouw. Het begint met redacteurs die zinnen zeggen zoals: ‘We hebben achter jouw naam voorlopig een vraagteken gezet, nu je zwanger bent.’, dan zijn er moderatoren die tijdens lezingen vaststellen dat je natuurlijk niet meer schrijft omdat je thuis een klein kind hebt rondlopen. Organisatoren die zich zinnen laten ontvallen zoals: ‘Nou ja, bij dit evenement draait het om het netwerken, daar hoef je niet naartoe te gaan, loop liever een blokje om met de kinderwagen.’ Gebeurt dat ook bij mannen? Vermoedelijk niet. Ik zal voor mijn volgende aantekening een representatieve rondvraag doen bij de vaders op dit festival, maar ik denk dat mensen het in hun geval eerder lief en schattig vinden dat ze voor de kleintjes zorgen. Sommigen laten zich er dan zelfs toe verleiden om het kind over zijn hoofdje te aaien. Gelukkig zien de meesten nu af van snoepjes.
Een literatuurfestival is natuurlijk een extreme situatie: je mag eindelijk die kinderwagen voortduwen en misschien kom je er nog een tegen – en zoals altijd zijn er goede festivals waar je met een kind hartelijk ontvangen wordt en als schrijfster wordt waargenomen, waar de aanwezigheid van het kind niets te maken heeft met het geslacht van de ouder. Dan zijn er natuurlijk de minder geslaagde gevallen, festivals waar je het liefst weer meteen zou vertrekken en waar je zeker niet naartoe was gegaan als je op voorhand had geweten dat je hoe dan ook aan geen enkel avondeten of geen enkel evenement zou deelnemen, omdat je volgens de organisatoren de groepsdynamiek verstoort. De nieuwe Canadese premier zegt dat we in 2015 leven, ik voel me net als in de jaren vijftig. Ik weet niet waar dat idee vandaan komt dat je bij een bevalling hersencellen verliest. Ik weet niet waarom er nog steeds wordt geprobeerd om vrouwen bij de hand te nemen als het om het thema moederschap gaat, of ze nou geen kinderen hebben of willen, of wél kinderen hebben en dan werken of juist niet. En of ze werken en hoeveel wordt ook nog gemakkelijk in plaats van de vrouw beslist, net zoals ze geen inspraak heeft in de kinderbijslag en de duur van de moederschapszorg.
Een ding is zeker, je wordt raar bekeken: als je kinderen hebt omdat het dan lijkt alsof je je sociaal en professioneel in Siberië terugtrekt, en als je geen kinderen hebt, omdat je je dan sociaal en ethisch in Siberië isoleert. Het moederschap wordt als een algemeen goed beschouwd, iedereen praat erover mee, iedereen weet het beter, alleen de moeder zelf niet. Maar zij heeft nu een moederinstinct en mag een lichtblauw of oudroze beertje uitzoeken. Hoewel ik niets tegen beren heb, zelfs als ze lichtblauw of oudroze zijn. Als het gaat om problemen met de structuur van de arbeids- en kunstmarkt, zwijgen de meeste berenliefhebbers. In Duitsland is het de gewoonte om geen vrouwen tussen vijfentwintig en vijfendertig in dienst te nemen, omdat ze kinderen zouden kunnen krijgen. Uit voorzichtigheid worden ze ook slechter betaald. Je weet maar nooit. En toch, het is 2015: niet de vrouwen moeten weer veranderen, maar hun arbeidsvoorwaarden. Die gelden voor iedereen.