Mijn naam is Bunny Steiff – van knuffelfabrikant Steiff. Ik weet niet hoeveel tijd mij nog rest voor ik uit elkaar val of door de vissen wordt opgevreten, nog afgezien van de vraag of het stuk karton de inkt waarmee ik dit neerpen wel zal vasthouden en men mijn zinnen zal kunnen ontcijferen – als deze boodschap überhaupt al wordt gevonden … maar laat ik om duidelijk te maken hoe ik in deze onaangename situatie verzeild ben geraakt beginnen bij het begin. Ik aanschouwde het licht van hal E in de speelgoedfabriek Steiff te Giengen op 22 augustus 2009. Mijn romp vulde men met wol en pluche, met de hand werden daaraan, met steken die geen pijn deden, mijn armen en benen genaaid, tenslotte werd mijn kop vastgehecht. Mijn maten waren 20 x 12 cm (incl. oren). Ik was af. Maar om me ook officieel een pluchen konijn van Steiff te mogen noemen, moest ik daarna nog de beroemde Steiff-tests doorstaan. Alleen zij maken van pluchen dieren Steiff-dieren. Mijn vacht van alpaca, mohair en pluche werd aan de Steiff-brandtest onderworpen; Steiff-medewerkers drukten met hun duimen in mijn glazen ogen en smeten me uit alle macht op de grond om er zeker van te zijn dat ik ook op lange termijn de dagelijkse omgang met kleine kinderen zou kunnen verdragen. Ik slaagde met glans en kreeg datgene waarnaar alle pluchen beesten verlangen: de gouden knoop in mijn lange opstaande konijnenoor met het logo van mijn maker en die ene zin die voor ons knuffels alles betekent: “Voor kinderen is alleen het beste goed genoeg.”
Samen met meer dan 100 pluchen soortgenoten werd ik wat later per vrachtwagen naar die plaatsen gebracht die wij knuffels het vagevuur noemen: speelgoedwinkels. Hoe lang staan wij daar soms op de schappen! En hoe onzeker is toch ons bestaan! Want hoe zal het kind dat ons cadeau krijgt ons behandelen? Want dat is wat we zijn: cadeaus. We brengen blijdschap en plezier. Gelukkig heeft Steiff er als bedrijf voor gezorgd dat hun creaties niet mogen worden aangeboden in van die onzalige glazen toestellen op tochtige perrons of in koopcentrumportieken waarin jongelui en dronkaards met een grijparm naar slordig door elkaar gehutselde doosjes snoep, knuffelbeesten of gouden ringen kunnen hengelen. Kortweg: míjn lotsbestemming zou een souvenirafdeling in de luchthaven van München worden, en niet een kind dat me met een blije glimlach in zijn armpjes sloot, maar een al wat oudere schrijver die me wellicht kocht in een sentimentele bui. In het vliegtuig legde hij me zelfs op zijn schoot terwijl hij in een reisgids las. Hij vertelde me over een stad in de buurt van Den Haag waar de huizen 30 cm hoog zijn en men met slechts enkele passen de hele wereld kan doorkruisen. En dat er daar veel kinderen zijn. Misschien was deze plaats, Madurodam, wel speciaal voor knuffels gemaakt, dacht ik, en misschien zou ik daar op een dag ook wel willen wonen. Vooral toen mijn eigenaar me vertelde dat de stad in 1950 was gebouwd door een ouderpaar dat hun zoon had verloren in een concentratiekamp niet ver van München. Madurodam is de wereld zoals die zou moeten zijn. Een nog ongeschonden wereld. Maar in de huizen van Madurodam passen enkel wij knuffels (en baby’s misschien). De wereld van de mensen echter staat vol concentratiekampen. Deze indruk werd bevestigd toen mijn eigenaar mij ‘s avonds meenam naar een evenement waar een Rus en een Italiaan in het Engels spraken over de menselijke begerigheid en hoe graag de mensen elkaar omwille daarvan ombrengen. Ik heb vaak medelijden met de mensen en ben blij dat ik een knuffel ben – een knuffelkonijn van de firma Steiff.
Maar toen, tegen elven, na de manifestatie, gebeurde het ongeluk. Door een onoplettendheid van mijn eigenaar, die, melancholisch geworden, bij het Mauritshuis in een zwarte vijver staarde, gleed ik ongemerkt uit zijn tas en rolde over de grond het water in. Terwijl ik onstuitbaar zonk, keek ik in de angstig opengesperde ogen van mijn eigenaar.
Ik heb besloten in de luttele uren die me nog resten voor mijn wel vuur-, maar niet waterbestendige vacht uiteenvalt met een oude balpen die op de bodem van de vijver lag stukje bij beetje mijn levensverhaal op een weggeworpen stuk karton neer te schrijven. Ik kan al voelen hoe de gouden knoop in mijn oor langzaam loskomt. Wat was ik nu graag in Madurodam! Ik [onleesbaar] niet in deze wereld blijven [onleesbaar] Toch [hier breken de aantekeningen af]