Jeltje Snel
Nemecia
08-08-2016

Mijn eerste herinnering aan mijn nichtje Nemecia is dat we samen in een bonenveld lopen. Ik heb net gehuild en mijn adem gaat nog steeds hortend en stotend. Zij houdt me stevig bij de hand en zegt vrolijk, ‘Wacht maar, Maria, wacht maar tot je het ziet.’ Ik weet niet meer waarom ik van streek was of wat mijn nichtje mij die dag liet zien. Ik herinner me alleen maar dat mijn verdriet wegebde en plaatsmaakte voor een zacht bruisende golf van verwachting en dat de schoenen van Nemecia hakken hadden. Zij moest op haar tenen lopen om te zorgen dat ze niet in de grond zakten.

Nemecia was de dochter van mijn moeders zuster. Ze kwam nog voor mijn geboorte bij mijn ouders wonen omdat mijn tante Benigna niet voor haar kon zorgen. Later, toen tante Benigna was hersteld en naar Los Angeles verhuisde, woonde Nemecia al zo lang bij ons dat zij gewoon bleef. In ons stadje in New Mexico was dit in die tussenoorlogse jaren niet ongebruikelijk; als er iemand stierf of het zwaar kreeg of gewoon te veel kinderen had waren er altijd wel tantes of zussen of grootmoeders met ruimte voor nog een kind.

De dag nadat ik werd geboren nam mijn oudtante Paulita Nemecia mee naar de slaapkamer van mijn moeder om mij te bekijken. Nemecia hield de porseleinen babypop vast die ooit van tante Benigna was geweest. Toen het dekentje van mijn gezicht werd gehaald zodat Nemecia mij kon zien, smeet ze haar pop kapot op de houten vloer. De stukken werden allemaal teruggevonden; mijn vader lijmde ze aan elkaar en veegde met zijn zakdoek weg wat tussen de barsten doorsijpelde. De lijm droogde bruin op of misschien was het wit en verkleurde het alleen met de jaren tot bruin. De pop zat op het bureau in onze slaapkamer, met haar ronde gezichtje rustig lachend onder het bruine craquelé, haar handen keurig gevouwen op het witte kant, een vreemd en angstaanjagend mengsel van jong en oud.

Nemecia had een tragische en glamour-achtige uitstraling, die ze zorgvuldig ontwikkelde. Ze zette haar ogen zwart aan met een kohlpotlood, had een halssnoer van glazen kralen en droeg echt zijden kousen, cadeautjes van haar moeder uit Californië. Van haar zakgeld kocht ze allerlei bladen en prikte de foto’s van sterren uit de stomme film rondom de spiegel van onze ladekast. Ik geloof niet dat ze ooit naar de film ging – tenminste niet zolang ze bij ons woonde, want de dichtstbijzijnde bioscoop was helemaal in Albuquerque en mijn ouders hadden films beslist niet geschikt gevonden voor jonge meisjes. Toch oefende Nemecia de oogopslag en tuitende lippen van Mary Pickford en Greta Garbo in onze kleine slaapkamerspiegel.

Als ik aan Nemecia denk zoals ze toen was, zie ik haar al etend voor me. Mijn nichtje was altijd gulzig. Ze hunkerde naar van alles en ook naar voedsel. Ze nam muizenhapjes en slikte alles zo netjes door als een kat. Ze was nooit verzadigd en al dat voedsel had geen effect op haar slanke figuur.

Ze maakte grapjes terwijl ze portie na portie opschepte om ons af te leiden, zodat wij er geen erg in hadden hoeveel tortilla’s of hoeveel kommen groene chili ze had gegeten. Als mijn vader of broertjes haar plaagden met haar eetlust werd ze vuurrood. Mijn moeder suste mijn vader en zei dat ze in de groei zat.

‘s Nachts stal ze voedsel uit de bijkeuken, een handjevol pruimen, wat gedroogd rundvlees of stukjes ham. Haar stiekeme gedrag was niet nodig, mijn moeder zou haar graag eten hebben gegeven tot ze vol was. Maar ’s ochtends lag alles weer op zijn plaats, het vetvrije papier weer netjes om de kaas gevouwen en de deksels vastgedraaid op de potten. Ze was zo bedreven in het afsnijden en oplepelen dat haar diefstallen niet werden opgemerkt. Soms werd ik wakker doordat zij op mijn bed kroop en een tortilla met honing tegen mijn lippen drukte. ‘Hier,’ fluisterde ze dan en zelfs al was ik nog vol van het avondeten en sliep ik nog half, dan nam ik toch een hapje, omdat zij me nodig had bij haar misdrijf.

Ik kreeg een hekel aan voedsel doordat ik haar zag eten. De snelle, efficiënte hapjes, het bewegen van haar kaken, de manier waarop voedsel door haar keel naar beneden gleed – ik werd misselijk bij de gedachte aan hoeveel haar lichaam kon verstouwen. Haar verfijnde manieren en het elegante neigen van haar hoofd bij elke hapje dat ze nam, maakte het op de een of andere manier erger. Maar al was ik een kleine eter, al stond mijn afhankelijkheid van voedsel me tegen, het maakte niets uit, want Nemecia at mijn portie toch wel op en niets werd ooit verspild.