Emilia Menkveld
Stuur me maar veel leven
28-07-2015

Mandami tanta vita van Paolo Di Paolo – vertaald door Emilia Menkveld

I advance for as long as forever is.
Dylan Thomas, Twenty-four Years

 Afgaan op een eerste indruk kan misleidend zijn. Hoe dan ook, in zijn geval was er meteen antipathie geweest. Instinctief, bijna overweldigend. Net als de andere aanwezigen had hij zich omgedraaid vanwege het voortdurende geroezemoes achter in de zaal. Het college over Dante was al een uur bezig, de verveling nam toe, gelijk met het aantal verzen. Fier rechtop, zijn ogen strak op het boek gericht, vervolgde de professor – die het silhouet had van een hop, met een smal hoofd en een kuif van wit haar – onverzettelijk op zachte toon zijn uitleg bij de tekst, wedijverend in eentonigheid met de klaterende regen. Toen viel er waarschijnlijk een boek op de grond: door het lawaai werden de stem en een onbegrijpelijke terzine uit de Louteringsberg ineens afgekapt. Eindelijk richtte de hop zijn kleine kraaloogjes op, en zag hij hen.

Een groepje van drie of vier studenten op de achterste rijen – ze zaten al een hele tijd onderling te praten – was aan het gniffelen. Heren, alstublieft, zei de hop nadrukkelijk, terwijl hij schokkerig zijn nek draaide, eerst naar rechts en toen naar links, of ze zo vriendelijk wilden zijn de zaal te verlaten als het college hen toch niet interesseerde. Op dat moment kwam de spichtigste van het stel – die een stuk langer was dan de rest en een bos lichte krullen had – met een ruk overeind, raapte het boek op dat hij net had laten vallen en stopte het in een toch al uitgelubberde zak van zijn jasje. Hij droeg een voorgeknoopte stropdas om zijn nek en had celluloid manchetknopen, op zijn neus prijkte een rond brilletje dat glinsterde in het grijze licht. Om zijn lippen speelde een schalkse, bijna spottende glimlach.

Geachte professor, zei hij, eigenlijk is dit een daad van protest tegen uw persoon, alsmede een poging om uw toehoorders wakker te houden. Veel mensen hielden hun hand voor de mond om hun lachen te verbergen. Een eindeloze minuut verstreek in stilte. De professor keek recht voor zich uit, als verstijfd. Hij deed zijn mond open zonder dat er geluid uit kwam. Daarna waren zijn eerste woorden: Als in verbijstring. Begon hij zijn antwoord op het protest met die constatering?

In de zaal heerste nog steeds een absolute stilte, waaraan zelfs de regen zich leek te hebben overgegeven. Als in verbijstring, herhaalde de hop, maar het was gewoon het vervolg van Dantes onderbroken terzine: Als in verbijstring staren naar de lieden,/ weleer in Sennaär met hem hovaardig. Hovaardig, zei hij? Puur toeval. Bij de volgende terzine had de groep onruststokers de zaal al verlaten.

Moraldo was onder de indruk. Het gezicht van die jongeman had hem geïrriteerd en tegelijkertijd – hij zou het schoorvoetend toegeven, met een zuinig mondje – nieuwsgierig gemaakt. Zeker, die knul was onsympathiek, daar hoefde je niet omheen te draaien. Overtuigd van zichzelf, laatdunkend: een bleek jongetje dat te hard was gegroeid, met een zenuwachtige manier van bewegen en een uitpuilende adamsappel. Later zou Moraldo erachter komen dat die jongeman en zijn kliekje van de rechtenfaculteit kwamen en soms als toehoorders aanschoven bij de letterenfaculteit. Hij, de leider, had onlangs een tamelijk serieus blaadje opgericht: hij had een paar exemplaren laten liggen op de achterste banken. Ze waren druk bezig met bijeenkomsten, boeken, politieke discussies. Hij en zijn vrienden werden door sommige mensen de Academie der Fanatici genoemd.