Gisteravond heb ik de beloning voor het terugbrengen van mijn notitieblaadjes in een Tesco-tasje gestopt en volgens plan buiten bij de deur van Stage 1 gezet. Ik wilde net weggaan om naar een paar bands te kijken – Emmy the Great en daarna misschien de Fleet Foxes – maar toen werd ik nieuwsgierig en besloot ik bij de ingang te blijven rondhangen om bij het tasje te posten.
Ik kocht dus twee biertjes en deed net alsof ik stond te wachten op iemand die even naar het toilet was. Af en toe trok ik een levensecht ‘misnoegd’ gezicht, wierp een blik op mijn mobieltje om te zien hoe laat het was en keek zuchtend naar het plafond. Maar geen zorgen: ik verloor het Tesco-tasje geen moment uit het oog.
Om ongeveer kwart voor negen kwam er een oude heer aanlopen die er zachtjes tegenaan schopte. Hij keek over zijn schouder, boog zich toen heel langzaam voorover, deed het tasje open en keek erin.
Dat is hem, dacht ik en ik wilde al naar hem toe te gaan, hem een klap op zijn rug en een heel stevige hand geven, toen hij overeind kwam en schuifelend tussen het publiek verdween.
Kort daarna kwam er een tweeslachtig peutertje op de tas af, die zijn/haar hele hoofd erin stopte totdat de moeder doorhad wat het kind aan het doen was en hem/haar overeind rukte en een tik op zijn/haar handje gaf. Ik denk dat het tweeslachtige peutertje er misschien met een flesje douchegel in zijn/haar mond vandoor is gegaan, maar ik geloof toch niet dat dit mijn anonieme weldoener was.
Ondertussen had ik de biertjes allebei op en moest ik zelf naar de wc. Ik ben misschien twee minuutjes weg geweest, hooguit drie, maar toen ik terugkwam, was de tas weg.
Tja, dacht ik, zul je altijd zien, en met een gevoel van anticlimax liep ik naar de Fleet Foxes.
Vanavond sta ik op hetzelfde podium – het hoofdpodium – om een hoofdstuk uit mijn nog-nergens-gepubliceerde roman te lezen. Ik krijg tien minuten, vlak voor het optreden van Liam Finn en ik ben ervan doordrongen dat niemand een flauw idee heeft wie ik ben. Op het ogenblik is het ergste wat ik me kan voorstellen een soort pijnlijke, verveelde stilte met af en toe wat afkeurend gebrom of een publiek dat me bekogelt met glazen flesjes urine.
Ik kwam er vanochtend achter dat An, mijn vertaler, een belangrijk familiefeest ergens anders in Nederland heeft en ik vind het lullig dat ze vanavond weg moet bij dat feest om aan deze waardeloze column te werken en daarom heb ik besloten het haar wat makkelijker te maken en de rest zelf te vertalen met behulp van zo’n vertaalwebsite:
Hallo An, was werkelijk goed om u en het werk met u te ontmoeten. Dank aan alle dingen die wij en besprekingen die wij op het Overschrijden van Grens hebben gezien bijwoonden, ik heb een veel betere inzicht in en een eerbied nu voor de rol van de vertaler – het werkelijk klink als heel wat hard werk – en ik wens u alle beste in de toekomst.
(Als je het bovenstaande niet begrijpt, kun je het misschien op babelfish.yahoo.com – de site die ik heb gebruikt – weer terug veranderen in het Engels. Of misschien vertaalt An het in de Nederlandse versie wel naar het Engels…)
An de Greef
TJA, ACH
BY Chris Killen
22-11-2008