I am in Tucson, Arizona, on the border, schrijft een vriendin. Ik ben in Bremen, schrijf ik, voor het raam sinds de vroege ochtend slechts grauw schemerlicht; het is niet ver naar de zee, en niet veel meer dan honderd kilometer liggen er tussen deze stad en de dichtste grens.
Je hebt gelijk, het is tijd om de lampen te monteren, schrijft een vriend uit Zwitserland. Hij heeft het over de winter die voor de deur staat, maar ook over iets anders: over grenzen overschrijden, vlakten oversteken, over het voorgestelde referendum van de rechtse Zwitserse Volkspartij, die migranten voortaan nog ongecompliceerder het land uit wil zetten.
In de krant een commentaarstuk van een Nederlandse socioloog over Geert Wilders en zijn vrienden, over grenzen en willekeur.
En mijn vriendin in Tucson, die is soms urenlang in de woestijn onderweg, op zoek naar hen die op weg van Mexico naar Arizona bij het overschrijden van de grenzen verdwenen zijn.
Hier in Zwitserland heeft het debat opnieuw een scherpe, maar gevoelsmatig nog steeds somnambule wending genomen, in de zin dat intussen een meerderheid lijkt te geloven dat dat onderscheid tussen Zwitsers en buitenlanders effectief bestaat, en wel voor het leven, schrijft mijn vriend uit Zwitserland, en mensenrechtenactiviste Anni Lanz schrijft over migratie als een vorm van weerstand van de armen tegen ongelijke machts- en bezitsverhoudingen, ze heeft het over een oorlog tegen de armen, en ik schrik ervan hoe ik hier tegenover deze woorden zit op een onopvallende zaterdagmiddag, hoewel of omdat ze zo waar en toepasselijk zijn.
Ik daarentegen overschrijd de grenzen onbekommerd, ben geboren in Zwitserland en zonder veel omhaal geëmigreerd, weggetrokken naar het buurland, met onbezwaard vertrouwen ging ik er wonen, plaatste een tafel in een keuken, mijn bed in een ander land. Enkele dagen geleden ontving ik de tickets voor de reis naar Den Haag. Voor mij is eenvoudig wat zo moeilijk is voor anderen, als waren we in oorlog, en zij een gevaar voor de openbare veiligheid.
En waar speelt nu de muziek? Moeten we onze trompetten eigenlijk wel uitpakken? Onze bassen, onze potloden, notitieblaadjes en computers? In Arizona hebben er groepen hun optredens afgelast, schiet me te binnen, toen in april de staat de verstrengde immigratieregels aannam, de zogeheten Arizona State Bill 1070 – Sonic Youth, Conor Oberst, The Coup.
Maar af en toe kunnen muziek en literatuur misschien toch een paar gaten in het hekwerk vinden: Dat zou goed zijn!, denk ik: Ha! Opdat de muziek zich niet laat tegenhouden en de woorden worden doorgegeven, via de fluisterkrant, per blikken telefoon, op alle mogelijke manieren. Is de plaats van de muziek niet precies daar waar ze plaatsvindt? En woorden vertalen – ze omzetten van de ene taal in de andere, de vlakte in je hoofd en op papier oversteken, de grenzen overschrijden – is dan in het beste geval misschien reflecteren over wat land is, wat je uitgangspunt, het is een lang gerokken wandeling weg van de natie, in plaats daarvan door tierige bossen, het is het plots heldere uitzicht van op een heuvel ver boven de kruingrens, het is nadenken over de grens als constructie, piekeren over moedertaal en het zogenaamde vaderland, het onmiddellijke besef dat je je op een plaats bevindt tegelijk met vele anderen: Je hebt gelijk, het is tijd om de lampen te monteren, in de verre uithoeken van de vlakte, boven de schrijftafels, overal.