Claudia Visser
Weathering
12-05-2016

De bittere gedachten leken op een ballon die steeds groter werd en niet wilde klappen. Pepper bleef er maar mee bezig, het knaagde aan haar, ze moest er aldoor aan denken.
Ze ging naar buiten en keek naar de vogel. Iets had hem naar de rand van het grasveld gesleept. Eén oogje stond open. Nog steeds die diepe kleuren. Het leek wel alsof de vogel er nog hetzelfde uitzag als voor de kat hem had gevangen. Ze hurkte neer en raakte hem aan. Hij was zo stijf als oud twijngaren. De wind was scherp en frommelde aan de veren, maakte haar vingers net zo stijf als de vogel.
‘Het verbaast me dat hij nog niet door een dier is meegenomen,’ zei de oude vrouw. Pepper had haar niet eens horen aankomen.
‘De kat heeft hem doodgemaakt,’ zei Pepper. Ze zoog aan de krassen op haar hand, ruw en pijnlijk van Captains klauwen.
‘Wat had je dan gedacht? Alle katten zijn zulke gemeneriken.’
Pepper wreef een van de gekuifde veren glad. ‘Hij mocht dat juist niet zijn,’ zei ze. Hij had haar kat moeten zijn. Ze had hem geprobeerd te aaien en iets in zijn oor te fluisteren en ze had zijn bak zo goed gevuld dat die overliep.
De vrouw bekeek de vogel aandachtig. ‘Een buizerd zal er wel mee vandoor gaan.’
‘Een buizerd?’ vroeg Pepper. ‘Een buizerd?’ Haar ogen traanden en haar neus liep van de snijdende kou. ‘Een buizerd?’ vroeg ze nog eens en liet een harde, schorre lach horen waar ze zelf ook van schrok.
‘Wat is er met jou aan de hand?’ vroeg de vrouw. Ze deed een stap naar voren en stukjes ijs brokkelden van haar laarzen. Ze zag er verwaaid en verward uit en uit haar mouw viel een nat zakdoekje dat de rivier in werd geblazen.
Pepper zei niets. Ze pakte de vogel met beide handen op en hield hem vast.
‘Mijn hemel,’ riep de vrouw uit. ‘Als het er zo voor staat, moet je hem misschien maar begraven ook.’
Pepper hield de vogel voorzichtig vast. Hij was helemaal koud. ‘Ik denk dat u gelijk hebt,’ zei ze. Ze liep naar de schuur, vond daar een spa en zeulde hem mee terug. Hij was zwaar en het steenkoude metaal sloeg tegen haar hielen.
‘Ik zou maar geen moeite doen als ik jou was,’ zei de vrouw.
Pepper tilde de spa omhoog en probeerde die de grond in te duwen. Maar de grond was hard en koud en zat vol keien. Ze schraapte over de bovenlaag maar het lukte haar niet de spa erin te steken. ‘Het gaat verdikkeme gewoon niet,’ zei ze.
‘Je voet erop zetten en duwen,’ zei de vrouw. De koude lucht had van haar haren een zilverig web gemaakt en in haar wenkbrauwen zaten druppeltjes.
‘Dat doe ik ook,’ reageerde Pepper. Haar vingers waren rood en paars. Ze schraapte nog eens en het klonk als tandengeknars. Ze hief de spa omhoog en stootte ermee naar beneden, voelde een scherpe steek in haar schouder en weer hief ze hem omhoog en stootte naar beneden en trapte erop met haar voet, maar haar voet gleed eraf en ze knalde met haar knie tegen de spa. De spa viel neer.
Een kleine poos bleef ze ernaar staan kijken.
‘Het zou voor de buizerd een fijne maaltijd zijn, wat extra’s voor de winter,’ zei de vrouw. ‘En dan zijn er meer lijsters in het voorjaar – ze bouwen hun nest in die heg.’
‘In het voorjaar ben ik hier niet meer,’ zei Pepper terwijl ze wegstampte en de modderige spa en de vogel op het gras achterliet.

En iedere dag was het huis er slechter aan toe. IJs aan de binnenkant van het raam als gebobbeld glas.