In de Lange Houtstraat laat mijnheer Andriessen zijn golden retriever Spot uit. Tussen de zwarte bomen fonkelt het geeloranje licht van de straatlantaarns. Het is mistig. Sporadisch getoeter, gelach uit de kroegen. Spot hurkt om een boodschap te doen.
Intussen
speelt Annie Clark, die zich St. Vincent noemt, een riff op haar elektrische gitaar; ze drukt met haar rechtervoet op een knop, de riff wordt geloopt – daarbij zingt zij en start met haar vrije hand de gereedstaande orgelsample, die crescendo het nummer binnensluipt; ze zet de drumcomputer aan. De song roept een dromerige sfeer op. De gitaarsound is hard, Clarks stem krachtig, maar de harmonieën en de klank van het orgel zijn zacht als suikerspin. Clark speelt in zaal “Waterloo”.
Intussen
een paar honderd kilometer verderop, op het voormalige slagveld van Waterloo, resulteert de wrijving van de luchtmassa’s tegen de balustrade van het boven een van de belangrijkste historische Europese strijdtonelen uittorende panoramaterras in een fluitend geluid. Een roodborstje steekt zijn kopje eerst omhoog en daarna terug in zijn verenkleed. Overdag hebben weer honderden toeristenschoenen de botten van de Franse en Pruisische soldaten enkele millimeters dieper de grond in gedrukt.
Intussen
kijkt het zogeheten meisje met de parel in het Mauritshuis met lichtjes geopende lippen door het donker van zaal 16 naar de overkant, naar de kerktoren van Delft in het schilderij van de schilder van wie ook zij een creatie is. Om de drie seconden knippert aan het plafond het rode lichtje van het alarmsysteem.
Intusssen
probeer ik me aan een term van de Amerikaanse hedendaagse auteur John Barth te herinneren, cosmopsis denk ik, maar klopt dat wel?, die naar een toestand van volstrekte verlamming bij een confrontatie met een groot aantal keuzemogelijkheden verwijst, of korter, naar pathologische besluiteloosheid – ik zou na de volgende song van St. Vincent de Waterloo kunnen verlaten en naar God Help the Girl in de Buchanan kunnen gaan of naar The Low Anthem in de Royal of naar buiten de Lange Houtstraat in of verder naar St. Vincent luisteren, die me vreemd genoeg aan mijn kennis Céline herinnert – is het mogelijk dat Céline een Amerikaanse tweelingzus heeft over wie ze mij totnogtoe niets heeft verteld? – of misschien is het gewoon Céline zelf, die een dubbelleven leidt? Ik probeer mij van deze kinderachtige gedachten af te leiden door te proberen me verder te herinneren of Barths term nu cosmopsis of cosmosis was.
Intussen
staat de 18-jarige Sara van den Berg besluiteloos in een aangepaste kamermeisjesoutfit (een korte roze mini-jurk, een scheef opgezet roze hoedje) voor de zogenaamde Book ‘n’ Bar in de foyer van de Koninklijke Schouwburg. Het idee van de marketingafdeling van boekhandel Paagman was om op het Crossing Border Festival hun waar op een ‘ongewone’ manier te presenteren, ‘hip en sexy’, wat tot de keuze van deze outfit leidde, die naast drie andere promohostesses vanavond ook Sara van den Berg heeft aangetrokken. Op een over haar schouders hangend tablet biedt ze boeken aan. Tijdens de optredens is er nauwelijks iemand in de foyer. Sara van den Berg weet niet goed of het wel een goede beslissing was om deze promojob te aanvaarden en zo in een vanuit feministisch perspectief beschouwd bedenkelijke positie te zijn verzeild geraakt.
Intussen
heeft Spot zijn zaakjes op orde. Vrolijk kwispelend volgt hij zijn baasje, dat tijdens het vaak haast eindeloze wachten op Spot een paar passen verder is gelopen.
20 november 2009, 21:02