Ik las Mauro Libertella’s laatste blog voor de vorige festival-editie en dacht: bingo! Ik wil ook een afscheidsbrief schrijven aan mijn nieuwe vrienden. Zeggen dat ik me voorstel dat ze weer thuis zijn of dat ze samen zitten te vertalen in Amsterdam. Dat ik me hun stad probeer voor te stellen en hun winter en hun familie, en wil weten hoe het met ze gaat, of ze een goede terugreis hebben gehad.
Maar dan bedenk ik dat de helft van jullie dit blog niet kunnen lezen, omdat jullie geen Spaans of Nederlands spreken, net zoals ikzelf de helft van jullie blogs niet heb kunnen lezen. Het mooiste aan The Chronicles is, volgens mij, het samenvloeien van talen, de mogelijkheid om naar het ritme van ieders taal te luisteren en te zien hoe ook die transformeert, hoe de partituren van onze talen met andere instrumenten worden gespeeld. Want als we woorden niet begrijpen is er altijd nog hun ritme, hun muziek op zich, zonder de afleiding van betekenissen. Dat is prachtig, maar eerlijk gezegd ook frustrerend, want ik zou willen dat iedereen deze afscheidsbrief kon lezen en ik wil die van jullie ook kunnen lezen.
Maar het maakt niet uit, daar gaat het niet om. Ik schrijf de helft van de tijd aan doden, afwezigen en personages die niet bestaan. Daar ben ik aan gewend. Dus hier komt het:
Hoe gaat het, vrienden? Is jullie week goed begonnen? Ik heb nog niet zoveel te vertellen. Mijn vliegtuig landde vroeg in de ochtend en eenmaal thuis hield ik mezelf bezig, tot mijn man uit Chili terugkwam en mijn zoontje wakker werd. Ik waste me grondig – want de vrouw die naast me zat in het vliegtuig had de longen uit haar lijf gehoest – en pakte mijn koffer uit. Rond zessen werd ik met een grote glimlach verwelkomd door een nog half slapende Silvestre. Hij vertelde me over vissen in een meer, die misschien in zijn droom waren voorgekomen. Toen hij helemaal wakker was, vroeg hij: ‘En mijn speelgoed?’ Dus gaf ik hem zijn cadeautjes, behalve het setje poppen dat ik jammer genoeg – zoals gewoonlijk – in het hotel was vergeten. We speelden de hele dag.
Gisteren en vandaag heb ik het rustig aan kunnen doen en daar heb ik echt van genoten. Het einde van het jaar, het einde van het decennium komt als een gigantische wervelstorm op me af geraasd, maar die paar dagen zonder verplichtingen, waarop ik tijd heb om te lezen en te schrijven, zijn balsem op de wonde.
Laat nog eens van jullie horen, vrienden. Geef af en toe een teken van leven. Kom bij me op bezoek in Mexico. En mochten jullie nog eens in Den Haag zijn, red dan alsjeblieft de kabouter en matroos die misschien nog in een hoekje van kamer 307 van het hotel liggen.
Veel liefs,
Jazmina