Myrthe van den Bogaert
DOOR Aura Xilonen
Sterretjes boven een wereld die het hoofd nog niet kwijt is
21-11-2016

Voor mijn familie en al mijn vrienden

*

Enkele dagen geleden kwam er een einde aan het Crossing Border Festival 2016 maar de muziek en de woorden klinken nog door in mijn hoofd. De nasmaak van de straten en de drukte. De vriendelijkheid en het fijne gezelschap van de kalme en grappige Nederlanders. Hun intelligentie en goede wil tegenover de medemens. Ik besefte dat poëzie om de hoek kan opbloeien, tussen de bomen en de stranden, waar we naartoe zijn geweest, en de wind die ons haar laat dansen. En het kompas van de wolken en de regen. En de zee, die zich uitstrekt, en de kanalen, die zich vertakken. En de koude bankjes en de kerken. De kaarsen.

*

Den Haag.

*

Ik wil de tijd stoppen, maar de uren tikken verder en ik probeer ze te onthouden en te vereeuwigen op de lege bladzijden van mijn reisdagboek. Onbeschaamd gaat de tijd maar verder, waarbij zijn gesmolten ziel tussen de seconden glijdt die nooit meer terug zullen komen.

*

Nog maar een paar dagen en dan keer ik terug naar mijn mooie maar tragische land, Mexico, en ik ben nog altijd betoverd door Nederland. En ook al heb ik de griep flink te pakken, ik kijk naar de regen door de ramen van dit prachtige Vertalershuis in Amsterdam en glimlach. Mijn wasem daalt neer op het glas en met mijn lippen teken ik een vochtig hartje. Het is alweer een tijdje geleden dat ik Den Haag heb verlaten om hier te verblijven, omgeven door mijn vrienden Peter Bergsma, Myrthe en Maud.

*

In Amsterdam bereikt mij het nieuws dat Trump de Amerikaanse verkiezingen gewonnen heeft en we voelen allemaal dat de wereld iets verloren heeft, misschien de naïviteit dat er een betere wereld gebouwd kon worden. Het lijkt er namelijk op dat de dwazen, zij die met hun onderbuik in plaats van hun hersenen stemmen, barbarij gebruiken als onderhandelingstroef. Het gevoel is wijdverbreid: ‘Arme wereld! Wat erg! Nu is het aan de aloude arme, weerloze en verlaten mensen om de rijken een handje te helpen. We leven in een omgekeerde wereld. Eén groot drama!’

*

Niet alles is verloren. Ik hoorde dat er in de Verenigde Staten veel manifestaties hebben plaatsgevonden tegen de haat van Donald Trump, allemaal onder dezelfde universele vlag van gerechtigheid en waardigheid. Wij zullen nooit de moed verliezen en daarom, in deze korte, super korte tijd op aarde, draag ik de allerbelangrijkste wijsheden uit mijn jeugd met me mee:

Altijd een oogje in het zeil houden om onrechtvaardigheden te voorkomen.
Altijd je mening laten horen.
Nooit een ander pijn doen.
Bejaarden en kinderen beschermen.
Geen enkele vorm van geweld permitteren.
Goed voor onszelf en de natuur zorgen.
Een schoon geweten behouden.
Boos worden om barbarij en vergrijp.
Met man en macht en zonder angst strijden om de hoop hoog te houden.
Vaker fietsen.

*
De wereld draait, en soms laten zijn schommelingen ons vallen, maar nooit pakt hij de humor af waarmee wij hetgeen ons pijn doet prikkelen. Ik vind dat de internetmemes een tak van de circuskunst moeten zijn, bedoeld om de hypocrisie van mensen te deuken.
*

Vandaag 9 november is het drie jaar geleden dat mijn opa is overleden. Misschien vaart hij wel ergens in de Noordzee rond, waar ik vanaf de waterkant een schelpje in het o zo koude water heb gegooid en zijn naam heb uitgesproken. Mijn lieve oma vroeg me: ‘Steek een kaarsje voor hem op, meisje, misschien in een theater, want je gekke opa was een musicus en dichter in hart en nieren.’ En een troubadour, zoals de vogels die schitteren bij het krieken van de dag. ‘Opa, weet je wel hoe erg ik je mis?’ Het bankje is koud dus ga ik een kerk binnen om te schuilen voor de regen.

*

Ik heb in het Nederlands voorgelezen en stoute woorden in het Frans geleerd. Ik heb met mijn ‘vertaalvriendinnen’ gewerkt, mijn spiegels wat betreft de duidelijkheid van mijn verzinsels.

*

Ik wandel door Amsterdam. Sinterklaas vaart de stad binnen en er worden liedjes gezongen. Ik denk aan alle maaltijden, de diners, het voedsel dat me staande houdt. Ik bekijk de prijskaartjes van kledingstukken en ik vind het allemaal super duur. Waar ik vandaag kom heerst er armoede en lijdt men honger. Ik bekijk de prijzen en tel mijn geld. Nee, vandaag ga ik overal maar te voet naartoe. Hier is alles toch dichtbij, zelfs als ik er drie dagen over die.

*

Ik ben gelukkig in Amsterdam, Utrecht en het mooie dorpje van Myrthe. Haar ouders zijn geweldig, helemaal fantastisch. Ik word ziek en ze zorgen voor me alsof ik hun dochter ben. Ik heb ze in mijn hart gesloten.

*
Snotterend door de kriebelhoest en mijn prikkelende neus open ik mijn mail en Clara Stern, mijn beschermengel in Mexico, schrijft dat mijn boek ook in het Pools uitgegeven gaat worden. Ik ben blij. In andere mailtjes word ik gevraagd mee te werken aan een tijdschrift en een artikel te schrijven voor de pers in de Verenigde Staten. Ook wordt mijn terugkeer in maart naar Nederland en België georganiseerd, na mijn bezoek aan Parijs en Arles in januari. Ik mag ook naar Perugia en Milaan komen. In augustus sta ik op een festival in Polen. Ik schreef het al in mijn eerste blog: nooit had ik gedacht dat ik door te schrijven de hele wereld zou kunnen afreizen en zoveel zou mogen ontvangen van zoveel mensen.

*

Bedankt voor de uitnodiging, het verblijf en de vriendschappen…

‘Tot ziens en veel geluk!!!’

18 november 2016. Amsterdam.
@AuraXilonen

Alle vertalingen van Myrthe van den Bogaert
21-11-16

Voor mijn familie en al mijn vrienden

*

Enkele dagen geleden kwam er een einde aan het Crossing Border Festival 2016 maar de muziek en de woorden klinken nog door in mijn hoofd. De nasmaak van de straten en de drukte. De vriendelijkheid en het fijne gezelschap van de kalme en grappige Nederlanders. Hun intelligentie en goede wil tegenover de medemens. Ik besefte dat poëzie om de hoek kan opbloeien, tussen de bomen en de stranden, waar we naartoe zijn geweest, en de wind die ons haar laat dansen. En het kompas van de wolken en de regen. En de zee, die zich uitstrekt, en de kanalen, die zich vertakken. En de koude bankjes en de kerken. De kaarsen.

*

Den Haag.

*

Ik wil de tijd stoppen, maar de uren tikken verder en ik probeer ze te onthouden en te vereeuwigen op de lege bladzijden van mijn reisdagboek. Onbeschaamd gaat de tijd maar verder, waarbij zijn gesmolten ziel tussen de seconden glijdt die nooit meer terug zullen komen.

*

Nog maar een paar dagen en dan keer ik terug naar mijn mooie maar tragische land, Mexico, en ik ben nog altijd betoverd door Nederland. En ook al heb ik de griep flink te pakken, ik kijk naar de regen door de ramen van dit prachtige Vertalershuis in Amsterdam en glimlach. Mijn wasem daalt neer op het glas en met mijn lippen teken ik een vochtig hartje. Het is alweer een tijdje geleden dat ik Den Haag heb verlaten om hier te verblijven, omgeven door mijn vrienden Peter Bergsma, Myrthe en Maud.

*

In Amsterdam bereikt mij het nieuws dat Trump de Amerikaanse verkiezingen gewonnen heeft en we voelen allemaal dat de wereld iets verloren heeft, misschien de naïviteit dat er een betere wereld gebouwd kon worden. Het lijkt er namelijk op dat de dwazen, zij die met hun onderbuik in plaats van hun hersenen stemmen, barbarij gebruiken als onderhandelingstroef. Het gevoel is wijdverbreid: ‘Arme wereld! Wat erg! Nu is het aan de aloude arme, weerloze en verlaten mensen om de rijken een handje te helpen. We leven in een omgekeerde wereld. Eén groot drama!’

*

Niet alles is verloren. Ik hoorde dat er in de Verenigde Staten veel manifestaties hebben plaatsgevonden tegen de haat van Donald Trump, allemaal onder dezelfde universele vlag van gerechtigheid en waardigheid. Wij zullen nooit de moed verliezen en daarom, in deze korte, super korte tijd op aarde, draag ik de allerbelangrijkste wijsheden uit mijn jeugd met me mee:

Altijd een oogje in het zeil houden om onrechtvaardigheden te voorkomen.
Altijd je mening laten horen.
Nooit een ander pijn doen.
Bejaarden en kinderen beschermen.
Geen enkele vorm van geweld permitteren.
Goed voor onszelf en de natuur zorgen.
Een schoon geweten behouden.
Boos worden om barbarij en vergrijp.
Met man en macht en zonder angst strijden om de hoop hoog te houden.
Vaker fietsen.

*
De wereld draait, en soms laten zijn schommelingen ons vallen, maar nooit pakt hij de humor af waarmee wij hetgeen ons pijn doet prikkelen. Ik vind dat de internetmemes een tak van de circuskunst moeten zijn, bedoeld om de hypocrisie van mensen te deuken.
*

Vandaag 9 november is het drie jaar geleden dat mijn opa is overleden. Misschien vaart hij wel ergens in de Noordzee rond, waar ik vanaf de waterkant een schelpje in het o zo koude water heb gegooid en zijn naam heb uitgesproken. Mijn lieve oma vroeg me: ‘Steek een kaarsje voor hem op, meisje, misschien in een theater, want je gekke opa was een musicus en dichter in hart en nieren.’ En een troubadour, zoals de vogels die schitteren bij het krieken van de dag. ‘Opa, weet je wel hoe erg ik je mis?’ Het bankje is koud dus ga ik een kerk binnen om te schuilen voor de regen.

*

Ik heb in het Nederlands voorgelezen en stoute woorden in het Frans geleerd. Ik heb met mijn ‘vertaalvriendinnen’ gewerkt, mijn spiegels wat betreft de duidelijkheid van mijn verzinsels.

*

Ik wandel door Amsterdam. Sinterklaas vaart de stad binnen en er worden liedjes gezongen. Ik denk aan alle maaltijden, de diners, het voedsel dat me staande houdt. Ik bekijk de prijskaartjes van kledingstukken en ik vind het allemaal super duur. Waar ik vandaag kom heerst er armoede en lijdt men honger. Ik bekijk de prijzen en tel mijn geld. Nee, vandaag ga ik overal maar te voet naartoe. Hier is alles toch dichtbij, zelfs als ik er drie dagen over die.

*

Ik ben gelukkig in Amsterdam, Utrecht en het mooie dorpje van Myrthe. Haar ouders zijn geweldig, helemaal fantastisch. Ik word ziek en ze zorgen voor me alsof ik hun dochter ben. Ik heb ze in mijn hart gesloten.

*
Snotterend door de kriebelhoest en mijn prikkelende neus open ik mijn mail en Clara Stern, mijn beschermengel in Mexico, schrijft dat mijn boek ook in het Pools uitgegeven gaat worden. Ik ben blij. In andere mailtjes word ik gevraagd mee te werken aan een tijdschrift en een artikel te schrijven voor de pers in de Verenigde Staten. Ook wordt mijn terugkeer in maart naar Nederland en België georganiseerd, na mijn bezoek aan Parijs en Arles in januari. Ik mag ook naar Perugia en Milaan komen. In augustus sta ik op een festival in Polen. Ik schreef het al in mijn eerste blog: nooit had ik gedacht dat ik door te schrijven de hele wereld zou kunnen afreizen en zoveel zou mogen ontvangen van zoveel mensen.

*

Bedankt voor de uitnodiging, het verblijf en de vriendschappen…

‘Tot ziens en veel geluk!!!’

18 november 2016. Amsterdam.
@AuraXilonen

08-11-16

Voor Lize, Rowan, Eline en Siham. Bedankt voor het delen en vormgeven van het ongrijpbare.

Mijn interview met Jelko Arts begon als volgt: ‘Ik hoorde dat je uit Mexico komt en hier de jongste bent, wat is jouw relatie met andere Mexicaanse schrijvers?’ Ik antwoordde dat ik ze allemaal heel oud vond en dus eigenlijk geen idee had. Daarna was het de beurt aan Lize Spit, ik vind haar Engelse accent zo leuk. Ze was super grappig. Volgens mij zei ze dat sommige mensen haar roman behoorlijk “Vlaams” vonden. Vervolgens kwam Rowan Hisayo Buchanan, zij komt op mij heel bescheiden over. Wanneer ze iemand bedankt sluit ze altijd haar ogen en daarnaast heeft ze een ontzettend zacht en lief stemmetje. Ik weet nog dat ze zei dat er in haar roman een man aan het woord was en dat we ons dus maar een zwaardere stem moesten indenken. Als vierde was Eline Lund, ze zit altijd kaarsrecht en is heel elegant. Ze is wat serieuzer dan de rest, maar we kunnen goed met elkaar opschieten, zo serieus is ze eigenlijk niet. Haar roman gaat over de diepe gedachten van een meisje dat naar een nieuwe stad verhuist: ze zou moeten werken maar doet uiteindelijk niets. Het is haar tweede roman. Tot slot mocht Siham Amghar het podium op, een meisje dat strijdt voor de rechten van vrouwen. Ze is de enige dichteres in ons groepje en haar vertaalster wist niet eens dat ze poëzie naar het Engels moest vertalen, wat ons allemaal nogal nieuwsgierig maakte. Haar vertaling was goed, maar wel iets minder muzikaal dan het origineel geloof ik. Ik had geen idee waar het gedicht over ging, maar Myrthe vertelde me dat het heel erg mooi was, heel volwassen.

Terwijl zij voorlazen en met hun nieuwe, zelfgecreëerde werelden de wereld overnamen, keek ik verbijsterd naar ze, in hun verhalen gezogen, hangend aan hun lippen als een mot rond een lichtbron. Ik besefte dat dit tijdperk van ons is, ons vrouwen. (Natuurlijk vecht ik niet tegen mannen, maar als ze me dwarszitten wanneer ik in mijn recht sta, sla ik ze toch echt een blauw oog. We zijn allemaal gelijk in onze verschillen, mannen én vrouwen, als twee planeten in hetzelfde zonnestelsel die door de zwaartekracht naar elkaar toe en uit elkaar worden gedreven).

Ik ben niet melodramatisch of sentimenteel, vrijwel nooit geweest. Toch voelde ik me de volgende dag, na ons laatste gezamenlijke ontbijt in het hotel, nadat we afscheid van elkaar namen omdat ieder zijn eigen weg moest gaan en na de laatste stevige omhelzingen, heel weemoedig.

Daarom denk ik dat afscheid altijd op de allerlaatste plek zou moet komen, helemaal onderaan op de laatste pagina van een boek. Haast een onzichtbaar ‘doei’, net als het afscheid van geliefden of zelfmoordenaars. Zij weten immers dat ze elkaar nooit meer zullen zien en dat ze nooit meer dezelfde zullen zijn.

Daarnaast moet afscheid als laatste komen omdat het altijd iets verdrietigs is, tenminste voor mij. Want afscheid nemen betekent mensen loslaten van wie we alleen nog maar kleine deeltjes in onze herinnering zullen meedragen. In de herinnering die groter en weer kleiner wordt en die ooit, net als onze lichamen, in rook zal opgaan. In de herinnering van het moment, van dingen die zojuist net gebeurd en waarvan we diep in ons hart weten dat we die niet nog eens zullen meemaken.

Ik durf te wedden dat we nooit opnieuw samen zullen zijn, op dezelfde plek, op dezelfde tijd. Het maakt me verdrietig, net zoals de melancholische regen wanneer die maar niet ophoudt, en ik voel dat de tijd niet langer van mij is. Dat doet pijn, omdat het voor mij liefde op het eerste gezicht was en ik nu naar Amsterdam moet vertrekken. Ik ben gaan houden van alle mensen die ik tijdens het CBF heb leren kennen; liefde is nu eenmaal eigenwijs en houdt geen rekening met onze wensen, onze impulsen, onze plek in het universum.

Even terzijde: Voor het interview had ik een etentje met Koen en Giovanna, mijn Nederlandse en Italiaanse uitgevers. Ze waren super aardig voor me. Bedankt voor de jas en voor de omslag van de Italiaanse vertaling, ‘Campione Gringo’. Ooit zal ik vertellen wat zij me vertelden en hoe geweldig het was. Voor nu klopt mijn hart wel honderdduizend keer per uur.:)
@Aura Xilonen

05-11-16

Voor DBC Pierre en met liefde voor mijn dierbare vertalers Myrthe van den Bogaert, Noel Hernández, Lisa Thunnissen, Andrea Rosenberg, Julia Chardovoine, Susanne Lang en Bruno Arpaia.

Patty Jansen introduceerde me bij het publiek in het Humanity House van het CBF. Ze las mijn biografie voor en ik liep IN M’N UPPIE naar de stoel (er stonden drie stoelen, maar Patty en Eline kwamen niet bij me zitten, wat heel raar was). Ik nam plaats en zei in het Engels: ‘Hoi, jullie mogen me wel Xilo noemen, ik ga het begin van mijn boek voorlezen en hoop dat jullie het leuk vinden, ook al begrijpen jullie er vast niets van,’ en toen werd er gelachen.

(Toen ik terugliep naar het hotel, dacht ik aan het praatje van DBC Pierre. Hij vertelde dat zijn eerste schrijfpogingen verschrikkelijk waren, omdat hij altijd met de lezer en zijn wensen bezig was. Pas toen hij daarmee ophield kon hij fatsoenlijke, sterke en authentieke boeken schrijven. Ik vroeg me af: waarom simpel en gewoontjes schrijven als toch bijna niemand ons leest, zou het niet beter zijn om moeilijk en ingewikkeld te schrijven, om te zorgen dat degenen die literaire gemakzucht zoeken en verheerlijken ons nooit lezen? Anders gezegd: hebben wij hen nodig, om beter te schrijven?

In de wereld worden er bar weinig boeken gelezen en toch schrijven en lezen we meer dan ooit tevoren door de uitvinding van social media (ik vind dat literatuur een lange adem moet hebben, terwijl alles wat online geschreven en gelezen wordt amper zuchtjes zijn, net zwermende vliegjes rond een gezang van zwanen). Ik heb het hier over het lezen van hele boeken, op internet klikken we na drie of vier pagina’s namelijk alweer op een nieuwe link en komen we in heel andere onderwerpen terecht.

Toen ik de Premio Mauricio Achar won, loofden ze mijn roman om ‘het experimenteren met taal’. Maar vandaag, net na middernacht, kreeg ik een link toegestuurd naar een site waar over mijn boek Campeón Gabacho gesproken werd. Er werd gezegd dat de grote criticus van mijn boek nog niet geboren is, omdat zijn klassieke, ouderwetse en verouderde generatie niet meer in staat is on mijn literatuur te begrijpen, alleen de jongeren zouden dat kunnen. Klopt. In mijn roman bekritiseer ik de ouderwetse romans; ze zijn saai, levenloos en zitten vol dode wormen, en de keurige, onbezielde woorden zijn dezelfde als die van een hele generatie auteurs die van gemakzucht hun manier van schrijven maken. Ze kiezen nooit eens voor andere woorden, omdat die niet verkopen. Net als DBC Pierre in zijn jonge jaren denken ze aan de markt en aan wat de lezer wil. Op die manier verandert kunst in handwerk en steken schrijvers niet boven de grijze middelmaat uit. Vandaag besef ik dat de meerderheid van de volwassenen in mijn land zich niet durft te wagen aan moeilijke dingen en zichzelf niet in het diepe durft te gooien om hun eigen stijl te verzinnen. Ze zijn bang om naar de wereld te schreeuwen, ‘omdat dat ongepast is.’ Wat geprezen en opgehemeld wordt, is de kunst die in de canon is opgenomen, die mooie, verteerbare kunst, die goed verkoopt ondanks dat ze over de dood en vernieling gaat. DBC Pierre zei het duidelijker deze ochtend: In het Verenigd Koninkrijk willen ze geen boeken waarin niets gebeurt, dat verkoopt slecht.

De markt heeft het voor het zeggen.

Hoe moeilijk en ingewikkeld mijn woordenwereld ook is, de rechten van mijn roman zijn vrijwel meteen aan vijf landen verkocht: Nederland, Italië, Frankrijk, Engeland en Duitsland. Het blijft me verbazen en tegelijkertijd word ik overspoeld door oneindige dankbaarheid. Het taalgebruik in mijn roman is echt niet makkelijk. Het was bloed, zweet en tranen voor al mijn vertalers, maar ik heb er alle vertrouwen in dat ze er iets moois van maken).

Toen ik mijn stukje had voorgelezen, klapte iedereen (denk ik, Nederlanders zijn heel beschaafd). Ik wist niet of ze mijn woorden begrepen hadden. Toen ik opstond feliciteerde Lisa (zij vertaalt mijn boek naar het Nederlands) mij en zei ze dat ze het fragment heel leuk vond, vooral de stem van de negerin. Ik was tevreden, nu wel, en ondanks dat ik rondloop met een mogelijke verkoudheid had ik heel veel zin om kletsnat te worden in de regen… en naar zee te gaan.

(Even terzijde: Club Seven is net een grot, maar met gekke muziek en iedereen danst super goed. Een van de vertaalsters grapte: ‘Blijf nog even, ik wilde je salsa zien dansen, hahaha,’ en ik zei: ‘ik kan niet salsadansen, hahahaha.’ Ze weet niet dat ik niet in het openbaar dans, en de salsa… die eet ik alleen op mijn taco al pastor). 🙂

04-11-16

@TarjetaVisi, @PremiaPro en @Crossingborder, voor de muziek, de fietsen en de boot.

Ik ben in Den Haag voor het Crossing Border Festival en heb het stervenskoud. Het is veel te koud om na te denken en ’s ochtends word ik bijna aangereden door een fiets, ik had wel dood kunnen zijn* (iedereen rijdt kriskras door elkaar, het is net een thermonucleaire versmelting van fietsen, waarbij iedereen zomaar oversteekt om de atomen van het landschap en zijn ijzige kou te splijten). ’s Avonds, tijdens het etentje, leerde ik Myrthe en Noel persoonlijk kennen, mijn fantastische vertalers. Ook leerde ik mijn geweldige gastvrouwen kennen, Elinor en Rivkah. Iedereen aan tafel is hartstikke jong (auteurs, vertalers en gastvrouwen), alsof we nog nat achter de oren zijn. In het begin kijken we allemaal de kat uit de boom, misschien hebben we meer vertrouwen nodig of juist een paar glazen wijn om met z’n allen in lachen uit te barsten. Ik stikte bijvoorbeeld van het lachen toen Myrthe me vertelde dat ze voor alle dieren bang is, zelfs voor een vis: ze steekt haar vinger niet in de kom, omdat ze bang is dat hij omhoog springt en haar bijt, hap hap hap. Ze vertelde dat ze vroeger viool wilde spelen maar dat haar vader dat niet zo zag zitten, want dat zou zeven jaar kattengejank betekenen, dus besloten ze dat ze beter piano kon leren spelen (beetje vreemd, omdat haar vader drumt en een drumstel altijd lawaai maakt, hoe pianissimo je ook wilt spelen). We hebben het ook over politiek gehad en hoe gevaarlijk een kandidaat als Donald Trump is, en we zijn het erover eens dat de verkiezingen in de VS heel erg belangrijk zijn voor de wereld en ik denk in het bijzonder voor mijn land, zoals het spreekwoord luidt: ‘Arm Mexico, zo ver van God en zo dicht bij de Verenigde Staten!’ In Mexico zeggen ze dat als de VS niest, Mexico sterft aan een longontsteking. Het zorgwekkendste is nog wel dat de deze verkiezingen doordrenkt zijn van rassenhaat. Hitler uitte zijn haat en stuurde vervolgens miljoenen mensen de dood in. En als gevolg van de bombardementen in Syrië slaan vele duizenden migranten op de vlucht. We kunnen ons allemaal nog wel die ene foto van het aangespoelde, verdronken jongetje herinneren, die foto laat de verminderde solidariteit tussen mensen zien. Onlangs heeft Groot-Brittannië gestemd voor een vertrek uit de EU. Ik heb gelezen dat de voorstanders van de Brexit diegenen zijn die koste wat kost hun land willen behoeden voor de migranten die, in hun ogen, onder andere de baantjes van de Britse jongeren inpikken. Ik ben jong, en jong en dom zijn nog nooit synoniemen van elkaar geweest. Daarom baart het me zorgen dat de hele wereld wordt overspoeld door de haatcampagne die vooral gericht is op de meest onbeschermde en weerloze mensen. Ik gruw van de haat van Trump als hij zegt: ‘Mexico stuurt alleen maar drugs en verkrachters naar Amerika.’ NEE! De wereld moet niet gemaakt zijn naar het evenbeeld van tirannen, en in plaats van muren moeten we bruggen bouwen om elkaar te begrijpen. De dialoog hoort het eerste en enige uitgangspunt te zijn als we willen dat grenzen geen dodelijke afgronden, maar bruggen van hoop zijn. En vandaag, op deze koude, Hollandse ochtend, vraag ik mezelf af: zou kunst misschien de échte brug zijn om grenzen te vervagen, om ze over te steken, om naar alle havens te varen zonder schipbreuk te lijden als menselijk ras? Zou de wereldpolitiek niet gedomineerd moeten worden door kunst en cultuur, zou dat niet het allerhoogste ideaal zijn? Zou de wereld niet prachtig zijn als er gitaren en liedjes klinken in plaats van geweren en politieke speeches? Voorlopig is dit festival de beste boot waarin ik ben beland en vandaag, met gitaren, fietsen, drums, violen, piano’s, woorden en kou, zullen we ongetwijfeld veel beter varen.

*Wat niet betekent dat ik de fietsen stom vind, integendeel, ik hou van de Nederlandse straten bomvol fietsers, ze zijn tenminste niet, zoals in mijn land, volgepropt met auto’s en in smog gehuld.

24-10-16

Toen ik mijn roman Campeón Gabacho schreef, had ik nooit verwacht dat ik een tijdje later geïnterviewd zou worden op radio en tv, laat staan dat ik lezingen en praatjes zou moeten houden voor publiek en op universiteiten, of dat ik mijn boek zou moeten presenteren op literaire beurzen. Al helemaal niet verwacht dat ik op mijn twintigste naar een ander land zou reizen om chroniqueur te zijn bij een muziek- en literatuurfestival. En dat allemaal doordat ik altijd verlegen ben geweest, al van jongs af aan, en dacht dat ik met schrijven net zoveel zou kunnen zeggen als met praten. Ik weet dat schrijven een lastiger en ingewikkelder proces is dan praten, omdat we onze woorden wanneer we praten kunnen terugnemen en de wind ze uiteindelijk toch meeneemt.
Zo dacht ik in mijn geheime wereld: op feestjes bleef ik zitten om niet te hoeven dansen in het openbaar. Maar toen ik de uitnodiging voor The Chronicles van het Crossing Border Festival ontving, ging mijn bloed sneller stromen van geluk en verbazing. Ik had nooit gedacht dat ik nog een keer de Atlantische Oceaan zou oversteken. Zelfs niet in mijn allerstoutste dromen. Niet alleen ging mijn bloed sneller stromen, ik werd ook meteen bevangen door een vreselijk gevoel van angst: moet ik me voorbereiden op het schrijven van interessante, geleerde, super opschepperige en echt inhoudelijke dingen, of moet ik reizen zoals ik al vele keren in mijn leven heb gereisd, onopvallend, als een schim, als een schaduw?
Misschien gaat mijn eerste gepubliceerde roman daarom wel over een migrant, een marginaal wezen, iemand die uit zijn geboorteland is verdreven en op zoek gaat, waar dan ook, naar zijn droom, een beter leven.
Met dat in mijn achterhoofd verzamelde ik al mijn moed en beantwoordde de uitnodiging met een ‘Ja, ik kom naar het Crossing Border Festival’, terwijl er diep vanbinnen een andere vraag zeurde: wat voor angst voelt iemand die naar een ander land reist waar hij de taal, de gewoonten en de cultuur niet kent?
Ik stofte mijn oude paspoort af en belde het Ministerie van Buitenlandse Zaken:
‘Jongedame, je kunt over een maand langskomen.’
‘Prima.’
Een maand en een ontzettend lange rij later, snauwde een knorrige ambtenaar me toe:
‘Je paspoort is ingetrokken, je zult de hele procedure van voren af aan moeten beginnen aangezien we niet weten wie je bent.’
Toen ik klein was, nam mijn moeder mijn broer en mij mee naar Duitsland, waar we bijna twee jaar als illegale migranten moesten blijven. We waren de vliegtickets kwijtgeraakt en hadden helaas niet genoeg geld om naar Mexico terug te keren. Vervolgens, toen we eindelijk naar ons vaderland werden teruggestuurd, kreeg ik in Duitsland een paspoort mee dat niet was opgenomen in het computersysteem van het Mexicaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, waardoor ik vier maanden van technische strubbeling beleefde waarin ik niet wist wie ik in godsnaam was.
Een migrant die legaal naar een ander land wil reizen, komt voor alle mogelijke obstakels te staan: geld, kosten en papierwerk, maar ook drukfouten en het verlies van levensuren, en zelfs wanneer je lacht op je paspoortfoto krijg je al op je donder: ‘Niet lachen,’ zeggen ze kwaad. Legaal naar een ander land gaan is een nachtmerrie wat procedures betreft, met name voor mensen die het niet zo breed hebben. Voor de allerarmsten is reizen een onbegonnen zaak. Mij hebben ze vier maanden in het ongewisse gelaten.
Naar een ander land gaan zonder iets te kennen, zoals miljoenen migranten ter wereld dat doen, is door de ogen van schimmen kijken. Helemaal nu de verkiezingen in de VS voor de deur staan, met de ultraxenofobe kandidaat Donald Trump die de Latijns-Amerikaanse migranten afschildert als criminelen en met zijn haat alle hoop op het bouwen van bruggen om grenzen over te steken de grond in boort.