Ik hoorde onlangs de schrijver A.F.Th op televisie pleiten voor een herziening
van de omgangsvormen tussen schrijvers. Zulks deed hij naar aanleiding van
de scheldkanonnades die een andere schrijver, Arnon Grunberg, op hem losliet.
Iedereen is er stellig van overtuigd dat het een hoop gedoe om niets was. Twee
schrijvers die elkaar op schrift te lijf gaan, met nauwelijks een literaire inzet.
Flauw en kinderachtig. Ja, dat was het zeker, maar hun boekenverkoop zal het
geen kwaad hebben gedaan. Beide vechtersbazen leken heel goed te weten dat ze
met dit gescheld nog een lange tijd de aandacht op zichzelf vast konden houden.
Hun verontwaardiging was uiteraard gespeeld. Het is gewoon een vast onderdeel
van “the art of making stennis”.
In het interview dat A.F.Th gisteren op Crossing Border gaf, werd er nog heel kort
gerefereerd aan de polemiek en aan A.F.Th’s verzoek om tijdens de uitreiking
van AKO-Literatuurprijs in een aparte ruimte te dineren. Met zichtbaar veel
genoegen werd die geschiedenis weer eens opgediept. Het publiek smulde er
natuurlijk van, want wat kan nou nog leuker zijn dan twee schrijvers rollebollend
over straat te zien gaan? Dat brengt mij bij het volgende punt: zou het geen
idee zijn om op Crossing Border een literaire equivalent op te zetten van MTV’s
Celebrity Death Match?
Ik stel het me zo voor dat een commissie van literaire critici schrijvers aan elkaar
koppelt die een hekel aan elkaar hebben. Arnon Grunberg vs. A.F.Th. Arie Storm
vs. Abdelkader Benali. Gerbrand Bakker vs. Joost Zwagerman. Of nee wacht,
Joost Zwagerman, daar heeft iedereen een hekel aan. Om hem zal geloot moeten
worden.
Crossing Border kan de gevechten aankondigen als zuivere polemieken. Literaire
grootheden gaan eindelijk de lijfelijke confrontatie met elkaar. Na elkaar voor
rotte vis uitgescholden te hebben, gaat men elkaar te lijf met een wapen naar
keuze. Ze slaan net zo lang op elkaar in totdat een van hun sterft. Wie het
gevecht overleeft, zal zich met recht de meerdere van de ander mogen noemen.
Geen woorden, geen argumenten, geen zouteloze boutades, maar echte klappen
en stompen. Dat is wat men tegenwoordig wil. Iemand beweerde ergens in een
of ander tv-programma dat de literaire polemiek na W.F. Hermans doodgebloed
is. Dat is niet waar, deze tijd vraagt alleen om een andere soort polemiek. Een
waarbij de vuistslag luider spreekt dan alle geschreven woorden bij elkaar.