Gisteravond moest ik een van die prachtige, blauwe, typisch Nederlandse open o’s gebruiken om tijdens een voordracht de titel van mijn roman (Het hoorcollege) uit te kunnen spreken. Ik ben ervan overtuigd dat als je aan de kleur blauw denkt wanneer je je mond opendoet om de o te zeggen, de donkere klinker de smaak van een e krijgt: het gehemelte kromt zich eroverheen en de mond sluit zich als een kus over gespannen lippen. Volgens mij bevindt de auditieve kleur van het Nederlands zich ergens tussen die blauwe o’s en een a die een enkele golfbeweging maakt. Medeklinkers lijken niet meer dan een excuus om de magische stappen tussen de blauwe o’s en die a te rechtvaardigen. Het is geen statische, overeind gehouden, Duitse a. Misschien is het een a met een Latijns accent, die in die taal lijkt op een streepje boven de klinker en meestal aanhoudt tot in de volgende lettergreep. Wanneer ik iemand Nederlands hoor praten, klinkt het mij heel Aziatisch in de oren. Misschien gebruiken ze het gehemelte zoals Aziaten dat doen. Ik heb begrepen dat het meest kenmerkende aspect van het Nederlands de geweldige, dierlijke h’s zijn. Maar juist de o’s en a’s brengen een speciaal gevoel teweeg.
Gisteren las ik op het festival een stukje uit de roman in het Spaans voor en had ik mijn iPhone aangesloten om een liedje van Dick el Demasiado (pseudoniem van Dick Verdult) te laten horen. De geschiedenis van Dick Verdult in Buenos Aires, in Nederland, wereldwijd, is vreemd te noemen. Het verhaal wil dat Dick, kort nadat hij in Buenos Aires aangekomen en gesetteld was, ten prooi was gevallen aan een gifsumak die via zijn oren zijn lichaam binnengedrong. De gifsumak is een inheemse variant van de klimop die voorkomt in de buitenwijken van Buenos Aires en cumbia wordt genoemd, hoewel de oorsprong volgens ingewijden veel minder vriendelijk is. In Buenos Aires heeft Verdult een cultstatus verworven. Na zijn aankomst creëerde hij een genre dat nog niet bestond, de cumbia lunática. Zijn experimentele cumbiamuziek verspreidde zich vervolgens als een virus en besmette de verfijnde, hoogopgeleide delen van de stad. In Buenos Aires trad Dick op met Argentijnse legendes als Nico van Obi One Kenobi en Los Psíquicos Litoraleños (Helderzienden van de Kust). Nico maakte een soortgelijke ontwikkeling door, hoewel hij niet van Nederland naar Buenos Aires ging, maar van Buenos Aires naar Curuzú Cuatiá. Beiden gingen ze diep de jungle in. In Curuzú ontdekte Nico de chamamé; in Buenos Aires, in de ‘Republiek van La Boca’, begaf Dick zich op het pad van metafysische speculaties over het Argentijnse populisme. Momenteel is er in het Van Abbemuseum in Eindhoven een tentoonstelling over Verhult: ‘en op zondag vieren we Vrijdag’. Het thema van de tentoonstelling is de poëzie die onbewust ontstaat uit misverstanden en arrogantie. Er zijn acht zalen en Argentinië is in elke zaal te vinden. Ik ga er woensdag heen: tegen die tijd ben ik weer terug in Amsterdam. Het werk van Dick, met zijn nationale symbolen, wordt trance in zijn muziek. Dick leeft in een wereld van pure metaforen die elkaar besmetten. Hij spreekt niet alleen het meest speelse Argentijns, het lijkt alsof het hele Argentijnse universum samenspant om zijn hoofd binnen te dringen en er stomgeslagen weer uit te komen.