Anne Roetman
Epiloog
DOOR Ben Brooks
30-11-2011

Goedemorgen, het is woensdagochtend. Ik ben net wakker. Ik ben nog bezig de slaap uit mijn ogen te wrijven. Ik heb een Spaanse recensie van mijn boek gelezen nadat ik hem even door Google Translate had gehaald. In een zin stond “hij meent dat homo zijn racistisch is.” Homo zijn is racistisch. Dat is een computervertaling die ik denk ik niet kan ontrafelen. Alleen een vertaler die Spaans en Engels spreekt zou dat kunnen. Ik heb geprobeerd een goede vergelijking te bedenken om het voor mezelf wat duidelijker te maken. Verder dan dit kom ik niet:

Ik stel me een rij kleine huizen voor. Ieder huis heeft een andere kleur. Iedere kleur is een andere taal. Ieder huis is gebouwd als een interpretatie van het eerste. Het eerste is mijn huis en het is blauw. Kom binnen, het is er warm en ik heb een hond. De hond heet Edwardo. Edwardo heeft verder weinig te maken met de vergelijking, maar hij is goed gezelschap dus wees lief voor hem.

Onder alle huizen loopt een lange kelder. In ieder huis is er aan elke kant van de kelder een deur. In de kelderruimte tussen ieder huis is het een kluwen van wel duizend bollen touw. Alle huizen zijn gemaakt van touw.

Dat ging niet zo goed. Het is nu nog ingewikkelder. Ik wilde enkel even nadenken over de aspecten van het schrijven waar alleen vertalers over te weten komen. De vrouwspersoon die de Spaanse recensie heeft geschreven weet niet dat er “homo zijn is racistisch” staat en ik weet niet wat ze er aanvankelijk mee bedoeld heeft.

Niet weten wat mensen aanvankelijk bedoelen is eng. Er kunnen dan nare dingen gebeuren. Misschien dat de grijpgrage man in de kebabzaak alleen “er zit viezigheid op je gezicht en ik ga het er even afhalen” wou zeggen. Als dat het geval was, dan spijt het me. (Dat was het zeker weten niet.)

Ik ben nu weer terug in Londen. Mensen zijn nog steeds tegen dingen aan het protesteren. Mensen zijn boos op dingen. Mensen geloven in dingen. Mensen zitten onder hun ontbijt te twitteren dat ze de regering haten. Ik haat geloof ik niemand. Ik heb het warm en ik heb geen honger en ik luister naar Eminem. Alles is goed. Toch zou ik graag terug naar Den Haag gaan. Hier zijn mijn tips voor de organisatie:

– zorg dat het een maand duurt
– zorg dat de deadline voor deze columns verandert in “wanneer de
hemel zwart kleurt”

Alles was leuk en iedereen was aardig voor elkaar.

Dag mensen.

p.s. Na mijn laatste column kreeg ik van een aardige man die ik op de eerste avond ontmoet had een tweet met “het verhaal over de marihuana op dat eiland is waar…;)”. Dat had ik blijkbaar even niet goed.

Alle vertalingen van Anne Roetman
Epiloog
30-11-11

Goedemorgen, het is woensdagochtend. Ik ben net wakker. Ik ben nog bezig de slaap uit mijn ogen te wrijven. Ik heb een Spaanse recensie van mijn boek gelezen nadat ik hem even door Google Translate had gehaald. In een zin stond “hij meent dat homo zijn racistisch is.” Homo zijn is racistisch. Dat is een computervertaling die ik denk ik niet kan ontrafelen. Alleen een vertaler die Spaans en Engels spreekt zou dat kunnen. Ik heb geprobeerd een goede vergelijking te bedenken om het voor mezelf wat duidelijker te maken. Verder dan dit kom ik niet:

Ik stel me een rij kleine huizen voor. Ieder huis heeft een andere kleur. Iedere kleur is een andere taal. Ieder huis is gebouwd als een interpretatie van het eerste. Het eerste is mijn huis en het is blauw. Kom binnen, het is er warm en ik heb een hond. De hond heet Edwardo. Edwardo heeft verder weinig te maken met de vergelijking, maar hij is goed gezelschap dus wees lief voor hem.

Onder alle huizen loopt een lange kelder. In ieder huis is er aan elke kant van de kelder een deur. In de kelderruimte tussen ieder huis is het een kluwen van wel duizend bollen touw. Alle huizen zijn gemaakt van touw.

Dat ging niet zo goed. Het is nu nog ingewikkelder. Ik wilde enkel even nadenken over de aspecten van het schrijven waar alleen vertalers over te weten komen. De vrouwspersoon die de Spaanse recensie heeft geschreven weet niet dat er “homo zijn is racistisch” staat en ik weet niet wat ze er aanvankelijk mee bedoeld heeft.

Niet weten wat mensen aanvankelijk bedoelen is eng. Er kunnen dan nare dingen gebeuren. Misschien dat de grijpgrage man in de kebabzaak alleen “er zit viezigheid op je gezicht en ik ga het er even afhalen” wou zeggen. Als dat het geval was, dan spijt het me. (Dat was het zeker weten niet.)

Ik ben nu weer terug in Londen. Mensen zijn nog steeds tegen dingen aan het protesteren. Mensen zijn boos op dingen. Mensen geloven in dingen. Mensen zitten onder hun ontbijt te twitteren dat ze de regering haten. Ik haat geloof ik niemand. Ik heb het warm en ik heb geen honger en ik luister naar Eminem. Alles is goed. Toch zou ik graag terug naar Den Haag gaan. Hier zijn mijn tips voor de organisatie:

– zorg dat het een maand duurt
– zorg dat de deadline voor deze columns verandert in “wanneer de
hemel zwart kleurt”

Alles was leuk en iedereen was aardig voor elkaar.

Dag mensen.

p.s. Na mijn laatste column kreeg ik van een aardige man die ik op de eerste avond ontmoet had een tweet met “het verhaal over de marihuana op dat eiland is waar…;)”. Dat had ik blijkbaar even niet goed.

Column 4
20-11-11

Ik kon gister niet slapen omdat het leek alsof verschillende mensen in mijn maag de flamenco dansten. Toen Anne en ik op moesten om voor te lezen en wat vragen te beantwoorden, trilde ik een beetje en ik vroeg mezelf ‘alsjeblieft, ga nou niet overgeven’. Het is acht uur ’s morgens. Ik heb in bed gelegen en naar mijn handen gestaard. Ze zijn heel klein. Buiten is de mist dik genoeg om gebouwen te verbergen. Dag, gebouwen. Ik speel Het In Ieder Geval-spel om mezelf wat op te beuren. Het werkt niet. Hier:
– in ieder geval is geen van mijn ledematen geamputeerd
– in ieder geval ben ik niet dood (misschien toch)
– in ieder geval bestaat Michael Cera
– in ieder geval ben ik geen ‘hondendief’ van beroep

Ik besluit naar buiten te gaan, op zoek naar wat fruit. Niets is open en het irriteert me tot ik me realiseer dat het alleen maar komt doordat het zondag is. Overal is mist. Ik loop door wolken en heb het niet koud omdat ik doe alsof ik een oven ben. Vul me vol met aardappelen en vlees alsjeblieft.
Er staat een kletsnat, wit bankje bij de kunstvijver buiten het Binnenhof. Ik veeg er met mijn T-shirt overheen en ga zitten. Ploegen zwarte vogels kaatsen op en onder het wateroppervlak. Ik doe mijn capuchon op en zucht en huiver. Den Haag was leuk. Mijn lichaam voelt als een grote, lege, mensvormige zak. Ik stel me voor hoe ik me opvouw tot ik verdwijn. Ik stel me voor hoe ik in het water val en verdrink en mijn lichaam dan langzaam wordt opgegeten door de grootste vogels totdat ik enkel nog een skelet ben dat door iemand gevonden wordt en zal dienen als decoratie in het nieuwe huis.

Gisteravond vertelde iemand me een verhaal over het kunsteiland in het midden van de kunstvijver. Hij zei dat er ooit een dronken man naar het eiland was geroeid en er een paar marihuanaplanten had neergezet. De planten begonnen te groeien en niemand kon er bij komen dus werden ze groter en groter. Uiteindelijk hebben ze alle planten op het eiland in een groot vuur verbrand. Nu staat er enkel een groepje zielige bomen.
Ik vraag me af of dit verhaal wel waar is.
Ik denk dat het eigenlijk helemaal niet waar is.
Dat geeft niet. Ik hou van verzonnen verhalen.

Column 3
19-11-11

Hallo mensen, het is weer ochtend. Het voelt alsof er getennist wordt in mijn hoofd. Stop met tennissen alsjeblieft. Ga dat even ergens anders doen. Vecht tot jullie er dood bij neervallen.

Dat is pas vechten. Gister vertelde een man me dat hij tien jaar in de gevangenis had gezeten omdat hij gevochten had. Ik weet niet of je de waarheid spreekt, dacht ik. Hij moest steeds lachen. Ik hoop dat het niet waar is, dacht ik. Ik wil dat je bent wie ik graag wil dat je bent, dacht ik. Hoe vaak zullen mensen zoiets denken? Hoe vaak luisteren mensen niet naar anderen en pikken er dan alleen uit wat ze willen geloven? Hier zijn wat dingen die ik wilde geloven, maar wat me niet lukte:
– die man probeert me niet te verkrachten
– ik hoef niet naar de wc
– deze mensen vinden me niet verschrikkelijk
– deze mensen zullen niet het podium oprennen en me genadeloos aftuigen totdat ik stop met voorlezen uit mijn boek

Het werkte allemaal niet. Maar het weerhoudt je er niet van toch zo te denken. Als ik een sigaret wil denk ik altijd ‘je wilt geen sigaret’, zelfs nog op het moment dat ik naar buiten loop om er een op te steken. Ik houd mezelf voor de gek. Lekker theatraal, baby.

O, en ik heb helemaal niet zo vaak als ik wil mijn armen gespreid en ‘Den Haag, baby’ geschreeuwd. Misschien doe ik dat vandaag wel. Oké, wacht. Ik ga uit mijn ramen hangen en dat schreeuwen. Ik daag mezelf uit.

Ik heb het gedaan. Ik ben de beste. Buiten zijn een heleboel mensen aan het skateboarden. Sinds ik hier ben, zit ik al de hele tijd naar ze te kijken. Ze zitten op de trappen en praten met elkaar en moeten steeds lachen. Daarnet nog keek iemand naar me toen ik aan het schreeuwen was. We waren heel ver van elkaar vandaan, maar onze blikken troffen elkaar. Dit is wat ik dacht: je zult nooit een belangrijke rol in mijn leven spelen en ik nooit in dat van jou maar nu zijn we allebei hier dus laten we elkaar aankijken en iets proberen te begrijpen van hoe we allebei los van elkaar ons leven leiden op deze aarde waar we hamburgers eten en lofzangen aanheffen en een baan krijgen als ‘politieagent’.

Ik wou dat iedere keer dat ik naar iemand keek, ik direct alles over het leven van diegene zou weten. Ik wou dat we niet altijd dingen hoefden uit te leggen als ‘ik kom uit Bulgarije en ik heb sociologie gestudeerd aan de universiteit’. Laten we allemaal leven in elkaars hart.

Gister zei iemand manatee en dat was grappig.

Manatee.

We gingen naar de ‘afterparty’ en de DJ was erg slecht en de enige drankjes die je kon bestellen waren ‘wijn’ en ‘bier’ en ‘al gemixte bacardi-cola in blikjes’. Het was leuk. Ik glimlachte naar mensen en liep wat rond. Ik heb veel met Adam Levin gepraat en ik vind hem een van de beste schrijvers  op de hele wereld en ik denk dat de manier waarop ik praatte overeenkwam met de manier waarop een twaalfjarig meisje zou praten met Justin Bieber. Sorry, Adam. Het is spannend en koud hier. Iedereen is iedereen.

Column 2
18-11-11

Haruki Murakami is misschien wel mijn favoriete auteur. Als ik denk aan mensen die zijn boeken vertalen voel ik me als een kalme, warme oceaan. Iemand vertalen die je na aan het hart ligt zou betekenen dat je andere mensen een geschenk geeft. Vrolijk Kerstfeest, andere mensen. Ineens vroeg ik me af hoe het is om dingen te moeten vertalen waar je minder mee hebt, die je misschien zelfs totaal tegenstaan. Komt de ‘vreugde’ voort uit het interpreteren van een tekst omdat hij goed is, of geeft het vertalen zelf de voldoening? Ik vraag me af of dit zo duidelijk overkomt. Het is moeilijk om er iets over te zeggen. Wat is het leukst, koken of eten? Je moet eten, maar je hoeft niet per se te koken. Er kan altijd wel iemand voor je koken, maar niemand kan voor je eten.

Steeds wanneer ik gisteravond iets zei vroegen mensen: ‘Wat?’ Dan zei ik: ‘Laat maar’, want ik wilde hun tijd niet verdoen. Ik wilde niet dat ze extra moeite moesten doen om mij iets doms te horen zeggen. Kook dit eten dat ik je geef maar niet, het zal niet smaken. Het is kool. Wanneer je weet dat iemand je gaat vertalen, moet je wel iets zeggen dat echt de moeite van het vertalen waard is. Je knaagt hier aan het leven van een mens. Doe het alleen als er een goede reden voor is.

Maar dat is voor mij moeilijk te zeggen. Misschien geeft vertalen sommige mensen sowieso wel voldoening, ongeacht de tekst. Nu moet ik denken aan mensen die dingen zeggen als ‘het gaat om de reis, niet om de bestemming’. Hallo, mensen die dat zeggen. Ik geloof jullie niet. Stel dat je weet dat je bestemming verschrikkelijk is? Stel dat je reist in een grote, roestige, ijzeren container? Stel dat het naar urine stinkt? Stel dat je de hele tijd een hysterisch huilend kind hoort?

Stap uit die ijzeren container. De reis is niet altijd leuk en je hoeft hem ook niet altijd te maken. Ik zou hard wegrennen. Zo hard als mijn kleine voeten me kunnen dragen. Dat zal dan wel betekenen dat ik een heel slechte vertaler zou zijn. Ik zou kieskeurig zijn. Soms wil je gewoon handgebaren of harde, nietszeggende geluiden maken. Gisternacht, zo rond vier uur, ging ik mijn hotelkamer uit om te kijken of ik ergens nog wat kon eten. De vriendelijke man bij de receptie stuurde me een bepaalde kant op. Een man die in het eettentje werkte, kwam steeds dichter bij me staan en wreef over mijn kaak. Ik zei nee en haalde zijn hand weg. Hij zei wat woorden die ik niet begreep. Hij pakte mijn schouders beet en bracht zijn gezicht heel dicht bij dat van mij. Ik schreeuwde en duwde hem van me af  en rende weg. Hij bleef woorden zeggen die ik niet begreep. Misschien legde hij wel uit waarom hij deed wat hij deed. Ik was te bang om te luisteren. Tot kijk, ijzeren container.

Proloog
07-11-11

‘Waldeinsamkeit’ is een Duits woord voor ‘eenzaamheid in het bos’. Toen ik laatst in Duitsland was, vroeg ik een paar mensen ernaar. Ze zeiden dat het niet bestond. Ik zei van wel. ‘Wij zijn Duitsers,’, zeiden ze. ‘Het bestaat niet.’ Ik begon te vloeken in mijn hoofd omdat ik het woord gebruikt had in een boek en voelde me dom. Het woord bestaat wel. Het is gemunt door de romantische dichter Ludwig Tieck. Ik zeg het zelf wel eens als ik niet kan slapen. Het is een bruikbaar woord.
Er zijn een heleboel andere bruikbare, onvertaalbare woorden. ‘Frotteur’ is Frans voor ‘een man die in menigten graag zijn kruis tegen vrouwen aanwrijft’. Ik doe niet anders. Ik wrijf langs hun achterwerken en als ze zich omdraaien dan draai ik me ook om en schreeuw naar de persoon achter me ‘niet duwen’. Ik ben nog nooit gearresteerd.
En ‘Mamihlapinatapai’ is een Yaghan woord dat beschrijft wat er gebeurt ‘wanneer twee mensen elkaar op een veelbetekenende manier aankijken en beiden een gesprek willen beginnen maar geen van hen het initiatief wil nemen’. Dat is een mooie. Erg romantisch. Het gebeurt wel eens bij mij en sexy vrouwen wanneer ik ze aan het Frotteuren ben in de trein. Het woord zegt dat door in de kleine dingen moed te tonen, Grote Goede Dingen kunnen gebeuren. Misschien dat Grote Goede Dingen daarom niet zo vaak gebeuren.
Ik heb ook een partij Oudengelse woorden gevonden die misschien niet gigantisch bruikbaar lijken, maar in ieder geval fijn voelen om te zeggen. ‘Kench’ betekent ‘luid lachen’ en ‘Jollux’ betekent ‘dik persoon’. Hardop uitspreken voelt als timmeren met je mond. Kench. Jollux. Ik kenchte om de jollux.
Maar je moet wel ‘stealth’ zijn als je een jollux kencht, tenzij de jollux een ‘bancer’ is. Deze komen allebei uit The Instructions van Adam Levin (die op Crossing Border komt. Ik plas altijd een beetje als ik me voorstel dat ik hem zie). ‘Stealth’ betekent gewoon ‘iets doen in het geheim’ (oké, geen nieuw woord, maar op een nieuwe manier gebruikt), en ‘bancer’ betekent volgens mij ‘debiel’.
De zin van het opnoemen van al deze woorden is dat ik ze boeiend vind en dat ik ze ga gebruiken. Ik ga daar op Crossing Border mee beginnen, als ik me in staat voel een beetje moed te tonen. Er is een reden waarom we niet gewoon hompen vlees en gekookte groenten eten. Het is saai. Altijd dezelfde woorden gebruiken is ook saai. Woorden zijn leuk en gruwelijk. Er zijn er zoveel. Het vinden van oude, verloren of ongebruikte woorden en ze gebruiken wanneer je kunt, klinkt als iets positiefs. Als het adopteren van een zwerfkat of het verzorgen van een vergeten graf.
Ik herlees dit nu. Een heleboel woorden zijn rood onderstreept. Ik weet niet goed of het nu gemeen of juist aardig is een stuk vol onvertaalbare woorden aan een vertaler te geven. Dat doe ik echter wel. Het spijt me. Dit is te gek.

ps. ‘Absenen mistatengwar’ betekent ‘sorry voor de typefouten’ in de taal van Tolkiens Quendi Elven. Dat vond ik op de website van een online rollenspel. Ik vraag me af hoe vaak dat op een dag gezegd wordt.