Op een muur tegenover het politiebureau in Zamalek, een nette buurt in Cairo, heeft iemand geschreven:
“Het leven van een moreel individu is gebaseerd op het volgen van
een universele ethiek, maar het leven van schoften is gebaseerd op
het omkeren van dat systeem”
Naast deze zin prijkt een enorme graffiti van het gezicht van een stadslegende: Al-Haram, ‘De Piramide’. Hij rolt een joint met zijn vingers en om zijn hoofd heeft hij een grote aureool, alsof hij een heilige is.
Al-Haram wordt in sommige gebieden gezien als de god van drugsdealers, van bedrog. In sha’bi (arbeiders)buurten worden kleine beeldjes van Al-Haram verkocht met daarop het volgende vers uit de Koran: “We hebben hen gesluierd, zodat zij niet kunnen zien.” Iedereen die zo’n beeldje bij zich draagt wordt dus door de schaduw van Al-Haram beschermd tegen de ogen van politieagenten, morele individuen en de honden van de universele ethiek.
Maar de diep filosofische stelling naast de graffiti is niet een van Al-Harams spreuken. De auteur van het citaat is onbekend…en waarom staat het naast deze tekening?
Dit is gebeurd in de periode na de gebeurtenissen van 25 en 28 januari 2011. De muren van Cairo bezweken bijna onder de – meestal politieke – opschriften en tekeningen. Maar de graffiti van Al-Haram met het raadselachtige citaat vormde nog steeds een diepe breuk met de harmonieuze stemming van revolutionair patriottisme die het land op dat moment in zijn greep had.
***
Er is meer dan één wereld.
Elk probleem kun je vanuit verschillende gezichtspunten bekijken, heeft meer dan één laag. In het systeem van de universele ethiek is men bezig met democratie, revolutie, de waardigheid van een profeet, blaffende honden, schulden en leningen en staten die hun faillissement verklaren, worstelingen die op een scherm en in het nieuws plaatsvinden. Maar wij, hier, in de wereld van de schoften, weten dat het waanvoorstellingen zijn, een leugenachtige weergave van het leven.
Wanneer zij het, in het systeem van de universele ethiek, hebben over het belang van muziek en literatuur in de ‘dialoog van beschavingen’, beseffen wij dat je literatuur en muziek niet hoeft bij te sturen om ze die richting op te laten stromen.
De afgelopen jaren is de muziek van schoften in Egypte steeds populairder geworden. Dit nieuwe genre, mahaganat (letterlijk: ‘straatfestivals’) genaamd, combineert hiphopritmes met elektronische geluiden en de stemmen van hun schofterige sterren. De liedjes worden opgenomen in huizen, in geïmproviseerde hutten, in donkere steegjes – en de teksten overschrijden alle gebruikelijke systematische en ethische grenzen.
Zonder bijgestuurd te hoeven worden, ontdekte ik laatst enorme overeenkomsten tussen deze muziek, die geboren werd in de sha’bi stegen van Cairo, en een muzieksoort afkomstig van bendes uit Brazilië die daar razend populair is.
Welke grenzen moeten er dan overschreden worden?
De echte grenzen liggen niet tussen twee talen of landen met verschillende visumprocedures. De echte grenzen liggen tussen twee systemen:
Het eerste, universeel en ethisch, schrijft een stereotype beeld van de mens voor – als individu en als volk – en claimt dan dat ze allemaal menselijk zijn, met gelijke rechten. Via ‘liefde voor het algemeen belang’ komen zij tot een ‘dialoog’, die gegrond is op eigendomsrecht en competitie.
Het tweede is de wereld van de schoften, waar het individu binnen hem/haarzelf al volledig is en zijn vrijheid en lust voor avontuur gebruikt om het leven te verkennen vanuit het tegenovergestelde van dat universele systeem– niet met het doel om het af te breken of in te doen storten, maar vanwege dat kleine heimelijke genoegen.
Maar dat heimelijke genoegen is niet alles. Het heeft nog een andere kant: als een van de inwoners van de wereld van de schoften zegt: “In deze staat is geen veiligheid, je leven is als een pokerspel, met zijn ups en downs. Als je de wind je heen en weer laat wiegen, als je achter je brood of de geur van gevaar aan rent, als je de hele nacht ronddoolt zonder even met je hoofd tegen een muur te kunnen leunen of je voeten op de grond te kunnen laten rusten, als tijd – voor jou – een meevaller is, en plaats een buitenkans…op dat moment, precies dat moment, weet je dat je een schoft geworden bent.
Maar vergeet niet: voor een pokerspel is moed nodig
Het soort moed dat stand houdt in een minderheid.
Het soort moed dat onontbeerlijk is voor vrijheid.