Op dit moment geniet ik nog van de laatste zonnige dagen in Berlijn en vraag ik me iedere dag af wanneer de herfst zal overgaan in de winter. Elke dag wordt het kouder en daarbij speelt in Berlijn de laatste tijd beslist ook de sociale kilte mee. Duitsland zou liever niet delen en al helemaal niet met nieuwkomers. Dat wordt hun en ons inmiddels op iedere straathoek en in elke krantenkop duidelijk gemaakt.
Des te meer kijk ik uit naar het komende festival. Het biedt een prachtige gelegenheid om veel vrienden weer te zien en nieuwe te maken, om naar spannende lezingen en concerten te gaan. De verwachtingen zijn natuurlijk erg hooggespannen, maar dat is iets positiefs. De kans dat je teleurgesteld wordt, is dan ook erg klein. Het festival heeft zeker ook iets weg van een schoolreisje, veel vrienden, uitstekende lezingen, bands die ik altijd al wilde zien en de grote voorpret van een tiener. Ja, ik verheug me er ook al op om weer naar Nederland te reizen, vorig jaar kreeg ik de kans om een maand lang in Amsterdam door te brengen, op uitnodiging van het Nederlands Letterenfonds, en dat was ongelofelijk. Een van de mooiste lentes van mijn leven, een waarin de zomer nog voor de deur stond en nog beter beloofde te worden. Niet enkel de schitterende woning middenin de stad, maar ook de fantastische begeleiding door Orli Austen, door mijn vertaalster Josephine Rijnaarts en door mijn Nederlandse uitgever De Bezige Bij maakten die maand voor mij tot een unieke ervaring. Het is alleen jammer dat het na het weekend alweer voorbij zal zijn. Het goede is dat we allemaal boordevol ervaringen naar huis zullen terugkeren.
Hoewel het al te koud is, zit ik op mijn balkon en kijk ik naar bakkerij Teehaus Baku. Maar met Bakoe of zelfs Azerbeidzjan heeft de winkel nauwelijks iets te maken: er wordt enkel Turks brood en banket verkocht, dat elke morgen om vijf uur door een bestelwagen met het opschrift Backservice Hass geleverd wordt, en wat krakelingen. Zelfs de broodjes kun je op één hand natellen. Toen ik een keer vroeg naar pachlava, de Azerbeidzjaanse specialiteit bij uitstek, keek de verkoopster me verbijsterd aan. Waarschijnlijk vond ze mij een onverbeterlijke optimiste. In Amsterdam lag er in een rustige zijstraat niet ver van mijn tijdelijke woning een piepkleine bakkerij, die behalve een soort chocoladekoekjes, waarvan de smaak echt verrukkelijk was, niets maakte. Ook bakkerij Damaskus, een paar huizen verwijderd van onze woning in Berlijn, werd veranderd in een privéwoonkamer zonder dat iemand het bordje had weggehaald dat de aandacht vestigde op zoetigheden en bakkerijproducten. Ironisch genoeg hadden die verwijzingen niet duidelijker kunnen zijn: Bakoe, de stad van mijn kinderjaren, die nog bestaat, maar niet meer zo, zoals ik haar ken en Damascus, de stad van mijn man, die allang ontoegankelijk is. In onze straat is veel toch maar schijn.
Maar mijn dochter, voor wie de reis naar Den Haag trouwens de eerste reis naar het buitenland zal zijn, is in deze wijk geboren. Nog steeds is er voor haar geen verleden dat in een andere taal en op een ander continent heeft plaatsgevonden. De groente was steeds een beetje flauw van smaak, zoals Duitse groente dat nu eenmaal is en ook de hemel was meestal somber en grijs. Ze zal zich er niet over verbazen dat het bordeel hiernaast discreet klanten probeert te winnen en dat de etalage van de Thailandse massagestudio laat weten dat er binnen niet aan erotiek wordt gedaan. Veel van onze buren zitten ’s avonds buiten voor een Roemeense delicatessenzaak, bijten zonnebloempitten stuk en genieten van erg netjes geklede, allerliefste kinderen. Daartussendoor razen Amerikaanse kunstenaressen op racefietsen naar hun projecten. Wat waarschijnlijk de beste manier is om je in deze stad voort te bewegen, alleen ben ik spijtig genoeg heel on-Nederlands bang om te fietsen in grote steden. Het verkeer in onze straat wordt slechts door één verkeersmiddel gedomineerd, lijn M41. Die bus is de hel, hij rijdt erg onregelmatig, is daardoor natuurlijk ook altijd overvol, heeft de onmenselijkste en onvriendelijkste buschauffeurs van de hele republiek en een wanhopig clientèle. Maar weldra zal ik in lijn M41 stappen, mijn koffer tussen de knieën van andere reizigers klemmen en naar het vliegveld rijden.