Aan alles komt een eind, vrienden.
Aan alles komt een eind en we nemen afscheid in stijl, verkwisten het laatste beetje energie dat ons nog rest, ons volstrekt bewust van het symbolische karakter van eindes. In teksten en in het leven werken het begin en het einde op dezelfde manier. Als je iets schrijft ben je in het begin nog niet opgewarmd, zoek je naar de beat van de zinnen, onzekerheid en paniek, verwachting en doodsangst alom. Daarom raden veel schrijvers aan om het begin opnieuw te schrijven als het boek eenmaal af is. Het einde daarentegen is de climax van een reis, om te slagen moet het de emotionele lading van al het voorgaande omvatten en afronden. Bij eindes komt een haast ethische verantwoordelijkheid kijken. Oké, misschien blaas ik de zaken ietwat op. Ik ben nog steeds onder invloed van een lange, surreële nacht.
De avond verliep als volgt. Na een diner dat nog haast overdag plaatsvond (ik stel me voor, dat als ik ooit naar dit land zou verhuizen, ik de meeste moeite zou hebben met wennen aan het tijdstip van het avondeten), begaven we ons naar de zaal waar we moesten optreden. Schrijver en vertaler werden in duo op het cirkelvormige podium geroepen, als een oud stel dat zich publiekelijk blootgeeft en hun levenslange liefdegeschiedenis uit de doeken doet. Ik hoorde mijn medechroniqueurs grappen maken, hun werkwijze uitleggen en het ontstaanstraject van hun boek navertellen. Daarna was het mijn beurt om een fragment uit mijn eigen boek in het Spaans voor te lezen en een scherm toonde diezelfde woorden maar dan in het Nederlands. Het was vreemd, doordat ik me ervan bewust was dat niemand in deze ruimte Spaans sprak, voelde ik een straffeloosheid en een vrijheid die mij onbekend zijn. Het Spaans was plotseling mijn eigen privétaal, een dialect dat op die plek en in die ruimte voor heel even alleen van mij was. Voor de mensen die daar zaten moet het zijn geweest alsof ze iemand een lied horen zingen waarvan de woorden hen niets zeggen: zo was mijn boek enkel nog een melodie in de Haagse nacht. Het kan slechter aflopen met een tekst.
Toen het afgelopen was, gingen we naar buiten. De koude en prachtige stad waaraan ik gewend ben geraakt en die ik al bij voorbaat mis, was er nog steeds: de ijzeren lijnen in het plaveisel die de route van de stille, rode trams aangeven; het silhouet van een enorme kerk dat afsteekt tegen de hemel; Filmhuis Den Haag; het theater waar we het festival hebben doorgebracht; de moderne, glazen gebouwen naast de kleine winkeltjes, een rommelige combinatie van nieuw en oud, het Europa van vroeger en de stad van de toekomst. We gingen voor no één keer, één laatste keer, het theater in en het was een en al chaos en afterparty, drankjes die van hand naar hand gaan, woorden in duizend talen die door elkaar heen vloeien, een glas dat valt op de grond, een verloren lach, iemand die zijn jas aantrekt en naar buiten gaat om te roken in het donker.
En zoals het liedje van een dierbare Argentijnse zanger gaat: als ik je over tien jaar weer ergens tegenkom, vergeet dan niet dat ik iemand anders ben maar haast dezelfde.