Den Haag, november, zon, regen, zon. Ik kijk om me heen, kom niet ver. Op een straatnaambord ontdek ik een kleine ooievaar, waarvan ik een foto maak die ik toevoeg aan mijn Instagram Story. Ik ga verder, weer een straatnaambord, weer een ooievaar. Is dat streetart? Bij ons in Berlijn staan er vaak poppetjes van kurk bovenop straatnaamborden. Ze heten Street Yogi en zijn het werk van de yoga-instructeur Josef Foos. Maar de ooievaar is niet gemaakt van kurk en satéprikkers, maar van messing.
Ik check in bij het hotel. De man achter de receptie begroet me uitbundig en ratelt zijn welkomstpraatje met de etenstijden en andere informatie. Allemaal in het Nederlands. Ik kan het niet verstaan, maar ik glimlach en knik en pak mijn sleutelkaart aan. Ik kan me voorstellen wat hij zegt, omdat de praatjes in mooie, dure hotels altijd zo ongeveer hetzelfde zijn. Ik zeg in het Nederlands “dank je wel” en neem de lift naar de vierde verdieping om de rest van de dag te slapen, ‘s nachts een beetje te lezen en dan de volgende dag weer tot in de middag te slapen.
Crossing Border, auteurs van over de hele wereld. Tegenwoordig is het van-over-de-hele-wereld-effect des te groter, omdat er auteurs worden uitgenodigd die meer dan één wereld meebrengen. We verzamelen in de lobby. Het moment van de eerste indruk. De meesten van ons komen duidelijk ergens anders vandaan dan waar ze vandaan komen. Afkomst noemen we dat. Of verleden. Of racisme, want wat maakt het uit? En toch vragen we het aan elkaar. Waar kom je vandaan? Wat betekent die vraag? Welk Waar? Er zijn zo veel Waars. Ik zeg Berlijn. Omdat dat klopt en omdat ik dat graag zeg. Het zegt iets positiefs over mij. Het laat zien dat ik urban ben en dat ik het van-over-de-hele-wereld-effect uitstraal. Later op de avond wordt er dieper ingegaan op het Waar. Het wordt gecombineerd met hoe-lang-al en waar-daarvoor-vandaan. Iedere nieuwe ontmoeting is een reis naar het verleden, of ik het nou wil of niet. En jij? Dat vraag ik uit pure wraak. Het interesseert me niet. Ik vind wat mensen eten veel interessanter. Dat zegt veel meer over iemand dan waar diegene vandaan komt. Het interesseert me ook waar mensen heen willen en waarom. Het waarom is altijd het meest interessante.
Waarom staat er een ooievaar op de straatnaamborden? Dat is een symbool. En waarom? Schouderophalen. Ik vraag het aan Google: Ooievaar, Den Haag? Google: schouderophalen. Gewoon een wapendier. Symbool. Veel gemeenten hebben een ooievaar als wapen. Waarom, vraag ik aan Google. Google weet het niet, maar geeft dat niet toe en legt in plaats daarvan uit op welke manieren een ooievaar kan worden afgebeeld op een wapen. Bijvoorbeeld op één poot, met een kikker of een sleutel in zijn snavel. Waarom, Google, waarom? Nou, zegt Google, over het algemeen staat de ooievaar voor welvaart, gezondheid en discretie. Aha. Misschien heeft die laatste deugd er wel voor gezorgd dat ik geen verhaal kan vinden over die ooievaar. Google probeert me af te leiden, vindt het vervelend dat ze iets niet weet en zou dat ook nooit toegeven. Ooievaars zijn voorboden van de lente, wist je dat? Nee, zeg ik, maar alle trekvogels zijn toch voorboden van de lente wanneer ze terugkomen? Zouden zij ook de vraag krijgen waar ze vandaan komen? De hele lente en de hele zomer lang, net zo lang totdat ze er genoeg van hebben en weer wegvliegen?