Wat een weekend. We hebben een jaar achter de rug waarin goede mensen verschrikkelijke dingen zijn overkomen, dus het is fijn om te zien dat de balans nu naar de andere kant doorslaat. Ik ben geen Biden-supporter en de Amerikaanse politiek behelst meer dan ‘Trumpiaanse slechtheid’, maar toch… ik wilde zeggen: ‘moge hij de wind altijd in de rug hebben’, maar naar aanleiding van een vraag die Madelon stelde, zocht ik dat op en besefte ik dat dit helemaal geen uitdrukking is waarmee je iemand kwaad toewenst, zoals ik als kind altijd dacht. Om de een of andere reden stelde ik me voor dat de wind die persoon dan van iedereen wegblies, wat me in dit geval een betere uitkomst zou lijken. (In het westen van Ierland staan nota bene windmolens die van Trump zijn. Ik hoop dat ze omvallen en dat hij eronder staat wanneer het gebeurt.)
Ik hoop dat het festival mensen gisteren een uitweg bood om de spanning in de aanloop naar de uitslag een beetje te ontvluchten. Gisteravond presenteerde Crossing Border de winnaars van de Europese Literatuurprijs, een prijs voor de beste hedendaagse Europese roman die in het voorgaande jaar in Nederlandse vertaling is verschenen. Om het tienjarig bestaan van de prijs te vieren, waren er in 2020 twee jury’s, een panel dat grotendeels uit studenten bestond, dat Frère d’âme (Meer dan een broer) van David Diop bekroonde, en een panel met auteur Abdelkader Benali aan het hoofd, dat Spring (Lente) van Ali Smith koos. De prijs wordt ook aan de vertalers uitgereikt: Martine Woudt, Karina van Santen en Martine Vosmaer. Uit de verschillende uitkomsten blijkt hoe sterk prijsuitreikingen worden beïnvloed door geluk. Voor elke grote winst die het nieuws haalt, is er waarschijnlijk iemand die het net niet geworden is, en zijn er anderen die het naar eigen inschatting, of die van hun moeder, net niet geworden zijn.
Madelon, die deze blogposts in het Nederlands vertaalt, was geïnteresseerd in de verschillende omslagen van mijn debuutroman in diverse landen, dus ik had me voorgenomen om wat algemener uit te leggen waarom die van land tot land verschillen, mochten anderen zich dat ook afvragen. Uitgevers hebben mijn roman met verschillende omslagen uitgebracht, zowel in het Engels als in vertaling. Ze baseren die keuze op hun eigen identiteit als imprint en op de specifieke behoeften van hun markt. Als een van mijn uitgevers voorbereidingen treft om het boek te laten drukken, krijgt een grafisch vormgever een instructie voor het omslag; niets al te specifieks, vaak wordt er eerder een bepaalde sfeer geschetst dan dat er gezegd wordt: ‘Zet dit erop’. De vormgever komt met een eerste ontwerp en als de uitgever tevreden is, wordt het ontwerp nog ter goedkeuring naar mij en mijn agent gestuurd. Als ik iets echt lelijk vind kan ik dat aangeven, maar tot nu toe ben ik blij met al mijn omslagen. Dat is altijd een hele opluchting want voor Ieren is ergens nee tegen moeten zeggen de pijnlijkste kwestie van het menselijk bestaan. Op de schaal van stressvolle ingrepen valt het ergens tussen je blindedarm laten verwijderen en een openbuikoperatie ondergaan.
Afgezien van mijn vetorecht bemoei ik me niet zo met omslagen of andere marketingaspecten, want het gaat daarbij meer om het uitdragen van de visie van de uitgever dan om de persoonlijke voorkeuren van de auteur. In mijn geval hebben een paar landen vergelijkbare omslagen gekozen; voor de Nederlandse vertaling wordt bijvoorbeeld een variatie op mijn Amerikaanse omslag gebruikt, terwijl ze in Spanje de Britse hebben aangepast. Elk taalgebied heeft een uniek uitgeeflandschap waarvan de uitgever het beste op de hoogte is, en binnen dat landschap heeft elke uitgever zijn eigen ethos. Dat heeft allemaal invloed op het omslag waar we uiteindelijk op uitkomen.
Dat was het eigenlijk voor nu; verder bestond mijn weekend vooral uit twee soorten schermtijd: werk inhalen en het tegenovergestelde van doemscrollen, hoe dat ook mag heten. Endorfinescrollen? Ik ben blij dat Trump heeft verloren.