Mijn laatste epistel! Ik heb deze week hetzelfde gedaan als altijd – schrijven, interviews geven, administratie – dus dacht ik, laat ik wat ideeën over kunst neerpennen. (De natuurlijke toevlucht.)
Via fictie doe je indirect ervaringen op, dus het is een relatief goedkoop en praktisch antwoord op apocalyptisch denken. Als het einde nabij is, bieden romans nieuwe werkelijkheden, vluchtig en af te danken, als een proefpakket met gratis samples. We verstuiven de diffuse extracten uit boeken totdat ze ons vullen. De tekst zet ons daartoe aan, omdat geschreven zinnen hooguit kunnen zinspelen op beelden en concepten die lezers in hun verbeelding voltooien. Aan de hand van fictie leiden we geen andere levens, maar borduren we daar met ons eigen leven op voort.
Mensen komen echter ook bij elkaar om kunst te bespreken. Verveelvoudigen ze levens door zowel zichzelf als de bestaansvormen die ze zelf uit de tekst tot leven hebben gewekt, uit te wisselen? Of is gemeenschappelijkheid een inkrimping, aangezien al die ruimtes in één ruimte worden gedrukt? Misschien wijst de uiteindelijke compressie uit dat het onmogelijk is om meer ervaringen te hebben dan een ander die net zo lang heeft geleefd als jij. Ogenschijnlijk is het ene leven enerverender dan het andere, maar niemand neemt alles vanaf het eerste ogenblik in zich op, dus al die snelle indrukken komen uiteindelijk neer op evenveel zintuiglijke prikkels als je zou krijgen wanneer je een paar dingen door en door zou kennen. Fictie is een weldoordachte bewerking. Het verschil tussen een boek lezen en naar een muur staren is niet dat het boek je meer laat zien, maar dat de dingen die het boek je laat zien wellicht meer de moeite waard zijn. (Niet altijd. De kwaliteit van boeken wisselt, net als die van muren.)
Maar mensen waarderen verschillende dingen, en ‘waarderen’ kan hier breed worden opgevat – ik geniet vaak van boeken die een licht werpen op dingen die ik betreur – dus bezorgdheid over de positie van kritiek is existentieel. We zijn bang om tijd te verspillen aan de belabberde aanbeveling van een ander en – wanneer we het oneens zijn – voor het huiveringwekkende besef dat er geen fundamentele waarheid of maatstaf bestaat, misschien niet eens binnen onszelf. We wijken af, zowel van elkaar als van onszelf. Afhankelijk van de manier waarop we bij een tekst zijn uitgekomen, lezen we hem anders. Discussie plaatst die verschillen tegenover elkaar; we proberen ons standpunt te stutten en soms lukt dat, maar we lopen evengoed de kans om sterker te gaan twijfelen.
Die lastige subjectiviteit komt ook tot uitdrukking in taal. De begrippen ‘overgewaardeerd’ en ‘ondergewaardeerd’ gaan deels over de toekenning van middelen, maar impliceren toch zeker ook dat de spreker intrinsiek verontwaardigd is omdat te veel of te weinig mensen iets goed zouden vinden. Zou er in een socialistische samenleving ooit iemand drammen dat kunst ‘overgewaardeerd’ of ‘ondergewaardeerd’ is? Ik zeg van niet, al was het maar omdat het een uitstekend argument voor socialisme is.
Dit zijn allemaal dingen die ik nog intensiever zou hebben overwogen als ik Crossing Border fysiek had kunnen bijwonen, alleen al door erin ondergedompeld te worden. Maar ook door online deel te nemen en het hele jaar door met digitale evenementen mee te doen heeft de gemeenschappelijke leeservaring me beziggehouden.
Maar goed! Om het wat minder abstract af te ronden: ik ben het festival dankbaar voor de uitnodiging, Elinor voor het coördineren van dit project en Madelon voor de vertalingen. Petje af dat het ondanks de moeilijke omstandigheden toch is gelukt en alvast veel succes voor volgend jaar!