De schaamte is listig binnen komen rollen. Hij is enigszins vertraagd, maar gaat daarom niet minder grondig te werk. Ik schaam me overal voor: mijn gezicht, mijn stem, het geld dat ik uitgeef en het geld dat ik niet uitgeef. Ik schaam me als ik denk aan het inpakken van mijn koffer – zaterdagavond puilt hij vast en zeker uit – en ik schaam me voor de manier waarop ik eerst een glas water leegdrink, het nog eens vul, het voor de helft opdrink en dan de rest door de wastafel spoel. Ik schaam me dat ik hier ben vanwege een boek dat ik meer dan drie jaar geleden heb geschreven en waarvan ik bijna niet meer weet waar het over gaat. Vervloekt zij heel de duivelse machinerie die in gang wordt gezet als iemand je schrijver begint te noemen en je er zelf in begint te geloven. Nu zit ik ook nog in een café te hoesten als een imbeciel! Voor dat soort dingen ben ik helemaal niet knap genoeg meer. Bovendien had ik mijn zoon moeten bellen om hem gelukkig Halloween te wensen, net zoals ik mijn dochtertje uit bed had moeten tillen, haar op haar neusje had moeten kussen en haar volle luier verschonen, om haar vervolgens haar eerste flesje te geven. O, wat mis ik die wonderbaarlijke kruidige geur van haar plas! In plaats daarvan krijg ik de koude vruchtensalade van de schaamte geserveerd, en een regen die gestaag mijn bolle ogen en mijn eenzaamheid kietelt. Nog niet eens zoiets prozaïsch als een afspraak met de pedicure wil vandaag lukken. Ik kwam op de afgesproken tijd aan bij een donkere, gesloten salon. Toen ik het nummer belde dat op de website stond, kon ik de telefoon achter de dichte glazen deur horen overgaan. ‘Je hebt Amberskin bereikt. We zijn er momenteel niet.’ Ik sprak een moedeloos maar niet verwijtend bericht in en droop af. Hoe toepasselijk dat ik vannacht een koortslip heb gekregen. In mijn mondhoek bloeit een roos van vlees. Om de een of andere reden blijf ik maar het gevoel houden dat het verkeer in deze stad niet echt is, dat het een soort speelgoedverkeer is. Ik ben er niet bang genoeg voor, ik beeld me zelfs in dat de stroom zal afbuigen, verdampen of voelen als een zachte zwanenvleugel, mocht hij me toch raken. Ondanks alles lukt het me om aan deze tafel bij dit raam drie gedichten af te maken:
Bepalingen
Ik heb over je gedroomd vannacht.
Je verliet me voor een percussionist
genaamd Veronica
verliet me zonder eerst
van mij te zijn geweest.
Dat kon je zomaar in mijn droom
net zoals alle ramen in het huis
openstonden naar de regen die
geluidloos viel
Het was een mooie en verdrietige droom
waarin we allemaal jonger waren
dan we eigenlijk zijn
je bepaalt niet zelf
van wie je houdt
in een droom en vannacht hield ik
van jou.
Mijn liefde strekte zich
moeizaam uit tot in de ochtend
totdat hij iets omgooide en
mijn dochter wakker werd
ze lijkt als twee druppels water
op haar vader
Ons kind zou
groot en lelijk worden
met twee harde ogen,
lange ernstige wangen.
Daar stond ik geen moment
bij stil toen ik je vannacht
vrolijk lachend aantrof
in Veronica’s armen.
Nu weet ik dat het zo beter is.
Wij twee mogen elkaar nooit krijgen.
Verjaardagsbrief
Geduldig breng ik
al zijn gebreken in kaart
na bijna vijf jaar is er een patroon
ontstaan en ik
kan de flexibele formules gebruiken
om hem te bespotten,
ik weet precies waar
en wanneer hij de mist in gaat.
Er is iets mis
met zijn handen
ondanks hun grootte en hun
sierlijkheid heeft hij er eigenlijk
maar weinig aan
zijn vingers kunnen geen knopen leggen
of gordijnkoorden repareren, als
er midden in de nacht een knapt en ik
wakker word van het geluid, maar verder niemand:
Blijf je me nou echt voor altijd kwellen door viool uit te spreken met zo’n vulgaire F?
Ik weet dat ik degene ben die ziek is
en ik wacht maar tot de liefde
terugkeert in mijn stramme leden
zoals je kunt wachten op een jaargetijde
of op de brief die mijn vriend me stuurde
voor mijn verjaardag.
Het is zes dagen geleden
vandaag en in de brievenbus
tref ik iedere ochtend dezelfde berg
ingezakte reclamefolders aan.
Thuisblijver
Ik bekijk mezelf te vaak in de spiegel
waar mijn dochter bij is
en laat haar zo zien
hoe je binnen de lijntjes blijft
een eerloze gewoonte,
en met de jaren
steeds deprimerender.
‘Ik had misschien meer foto’s
van mezelf moeten maken,’
fluisterde mijn moeder
alsof het al te laat was.
Maar als er te veel tijd
tussen gaat zitten
voel ik me een gevangene
van hun ogen, meegesleurd
door hun eindeloze
kijk! kijk! kijk!
dat is een mens
en dat een glimmende eend, een boom met longvormige bladeren
een gat in de straat vol werklui en popmuziek
– tot ik buiten adem ben en
vol verlangen
naar mijn eigen
geheime gezicht.
Het is nog steeds de vraag
op wie van mijn kinderen ik het meest lijk.