Een vertaling is een dialoog, wordt wel gezegd, maar voorafgaand aan de dialoog moet je kunnen luisteren. Vertalen is in staat zijn te vertrouwen op de woorden van een ander, bijna altijd een onbekende, en diegene volledig te doorgronden tot in de fijnste en onbelangrijkste nuances, door hem te volgen op de golven van zijn gekunsteldheid, zijn stilistische gewoonten en zijn meest geliefde zinswendingen, waarin de echte boodschap van een tekst zich schuilhoudt. Vertalen betekent ook in staat zijn je eigen stem te laten overgaan in die van de ander, hem uit te lenen en zo zuiver mogelijk te laten klinken, zodat hij die van de auteur op een natuurlijke en ongeforceerde manier overlapt, terwijl je het beste maakt van zowel de sterke als de zwakke kanten, van taalkundige hobbels en gewaagd woordgebruik. Als het goed is, betekent het ook verliefd worden op de vertaalde tekst, en die een actieve rol te laten spelen in een concrete en hartstochtelijke dialoog met de auteur.
Hier denk ik aan als ik denk aan vertalen. Als ik er in abstracte termen en filosofische begrippen over nadenk, lijkt het me altijd het meest diepzinnige en respectvolle middel om datgene te leren kennen wat anders is. Alsof de bemiddeling van een geschreven tekst helpt een stap achteruit te doen en zo die afstand te scheppen tot het studieobject die nodig is om erop te focussen en het in zijn geheel te zien. Alsof het simpelweg plaatsen van een tekst tussen twee personen hen de mogelijkheid geeft tot een eerlijkere en autenthiekere dialoog, waarvoor je in de eerste plaats een inspanning moet leveren – die van luisteren en begrijpen.
Over het algemeen denk ik in dit soort heel conceptuele en abstracte termen als ik filosofeer over vertalen. Maar nu het mijzelf overkomt? Nu het mijn eigen woorden zijn die aan dit proces worden onderworpen?
Allereerst roept het gevoelens van nieuwsgierigheid en enthousiasme bij me op. Ik denk dat het een vervreemdend en als zodanig interessant en verrijkend effect zal hebben om de betekenis van mijn eigen geschreven woorden voorgedragen te horen worden door een stem met een intonatie die ik niet begrijp, en vertegenwoordigd te zien door reeksen letters die ik niet eens kan lezen.
Vervolgens probeer ik er in de meest concrete vorm over na te denken, want ook al is vertalen vaak het onderwerp van beschouwing en genuanceerde theorievorming, het blijft uiteindelijk ook iets heel praktisch, lijkt me, bijna iets fysieks misschien: een intiem contact tussen twee stemmen, die elkaar verkennen en zich in elkaar verplaatsen tot ze verstrikt raken, tot de vertaalde tekst niet langer het werk is van een enkele auteur, maar van twee. Zo denk ik er graag over, als een soort ballet van twee dansers die het ritme onder de knie moeten krijgen, en moeten leren zich aan elkaar aan te passen en aan elkaars armen toe te vertrouwen, terwijl ze zich nu eens verzetten en dan weer laten meeslepen.
En dan denk ik aan het vertaalmoment zelf, dat een schitterende gelegenheid zal zijn, niet alleen om een andere taal en een andere stem te ontmoeten, maar ook om door een andere bril naar mijn eigen schrijven te kijken, vanuit een bevoorrechte positie. En ik denk dat het vreemd, soms ook lastig maar heel vaak leuk zal zijn, om een onbekende bezig te zien met woorden en zinnen die gevoelsmatig zo van mijzelf zijn.
Dit proces zal me bewuster maken, daarvan ben ik overtuigd, en me zeer waarschijnlijk verborgen kronkels in mijn eigen tekst laten ontdekken. Wie weet immers hoeveel onbegrip en obstakels tijdens zo’n project kunnen ontstaan, hoeveel kwesties en vragen mijn opvattingen over schrijven volledig kunnen veranderen?
Kortom, het zal in de eerste plaats een ontmoeting zijn en in zo’n geval vraag je je van te voren altijd af: zullen we elkaar werkelijk begrijpen? En zullen we elkaar aardig vinden?
Liesbeth Dillo
ON BEING TRANSLATED
BY Federica Manzon
13-11-2008