Het festival is twee dagen bezig en het onheil heeft al toegeslagen.
Niet te geloven.
Het onvoorstelbare heeft plaatsgevonden: ik heb net ontdekt dat ik een van de blaadjes uit mijn ‘notitieboekje’ kwijt ben.
Mijn ‘notitieboekje’ bestaat uit drie memoblokjes met losse Mercure Hotel blaadjes. Het heeft geen voor- of achterkant en voor de oppervlakkige beschouwer ziet het er waarschijnlijk uit als een paar verfomfaaide willekeurige kassabonnetjes of een stukje wc-papier dat aan een schoen is blijven hangen. Maar het is nu donderdag en dit is de eerste ‘officiële column’ die ik zou moeten schrijven sinds ik dinsdag ben aangekomen en pagina 5-6 van mijn belangrijke notitieboekje is weg. Wat moet ik nu?
Op het ogenblik springt het van:
‘Heb internet aangesloten op mijn hotelkamer – op Facebook gekeken en me afgevraagd of ik de mensen die ik net in het echt heb ontmoet zal opzoeken om ‘vrienden’ met ze te worden.
Realiseerde me ook dat mijn overhemd raar ruikt…’ [p.4]
over op:
‘… een beetje een ‘rokersclubje’ – maak me zorgen dat de ‘beste’ gesprekken allemaal buiten mij om in het Nederlands plaatsvinden.’ [p.7]
Ik heb dan ook besloten een beloning uit te loven voor pagina 5-6 waarin waarschijnlijk allerlei verhelderende aantekeningen staan over alles wat ik heb gedaan sinds ik bij Crossing Border ben aangekomen: indrukken van het kleine akoestische optreden waar we dinsdagavond in de Border Kitchen naartoe zijn geweest, de filmpremière (Diary of a Times Square Thief) op woensdag, en van de andere schrijvers en de vertalers die ik heb ontmoet.
Yep. Hoe langer ik erover nadenk hoe meer ik eigenlijk besef dat ál het goede materiaal op pagina 5-6 moet staan: de schokkende onthullingen die de carrière van de andere schrijvers en de vertalers om zeep kunnen helpen, en de antwoorden op interessante vragen als ‘is een roman nog steeds jóúw werk als hij eenmaal vertaald is?’
Jongens toch. Het enige wat ik nog heb is het andere, doodgewone materiaal: de ongemakkelijke taxirit van het vliegveld, die een uur duurde terwijl niemand iets zei, mijn gedub over ‘fooi of geen fooi’, het aansluiten van mijn laptop en het bekijken van Facebook op mijn hotelkamer, en totale verwarring over hoe ik het op de een of andere manier voor elkaar heb gekregen een hele koffer ongewassen kleren in te pakken.
Wat vreselijk.
Als iemand dus een verfrommeld papiertje vindt met een officiële rode ‘M’ rechtsboven en zwarte krabbels – misschien zie je een oude man zijn neus erin snuiten tijdens de pauze tussen twee optredens of misschien heeft een kind er al bijna een vliegtuigje van gevouwen – dan beloon ik je graag met… eh… een paar officiële Mercure Hotel snoepjes (citroensmaak), een bijna leeg blikje ‘Sourcy’ koolzuurhoudend mineraalwater, drie flesjes ‘Tonus hair and body gel’ (eentje half leeg) en een bordje dat je aan je deur kunt hangen en waarop staat: ‘Graag de kamer schoonmaken’, in vier talen.
O ja, ik zit in kamer 301.
(Als je de beloning maar niks vindt, schuif het dan maar gewoon onder de deur door.)
An de Greef
VERMIST: EEN VELLETJE PAPIER
BY Chris Killen
20-11-2008