Heleen Oomen
Voor het donker
DOOR Diego Zúñiga
20-10-2017

Alles wat ik van Nederland weet, heb ik te danken aan mijn vriend Gonzalo, die een Duitse achternaam heeft, maar de enige is die ik ken die er ooit heeft gewoond, in een hippiedorp genaamd Nijmegen – de oudste stad van Nederland, heeft hij me eens verteld – waar hij lesgaf aan de universiteit. Of misschien stond die universiteit ergens anders, in een andere stad, of in een ander land, nu ik erover nadenk, want Gonzalo heeft een boek geschreven over een jonge Chileen die in Nederland woont, maar in België doceert, en die roman – ik zeg roman, maar in feite is het een beeldschoon, niet te classificeren boek – speelt zich af tijdens een treinreis, een reis van België naar Nederland dus.

En het was Gonzalo die me een tijd geleden zei dat ik Rudy Kousbroek eens moest lezen, want hij had gehoord dat een kleine uitgeverij in Argentinië een bloemlezing van zijn columns had uitgebracht. Uit het weinige dat ik op internet over hem kon vinden – want tot het verschijnen van dit boek was hij nog nooit in het Spaans vertaald – rees het beeld van een man die bijna zijn hele leven buiten Nederland had gewoond, maar desalniettemin tot de beste moderne essayisten van het land werd gerekend. Het boek heette in het Spaans El secreto del pasado en was een verzameling van zijn ‘fotosynthesen’, columns die hij in de laatste jaren van zijn leven had geschreven, en die bestonden uit een foto en een korte tekst die naar aanleiding van die foto was ontstaan, of de foto aanvulde, of gewoonweg tot iets heel anders maakte. Een dynamiek die Kousbroek in staat stelde het verleden op elegante, ontroerende wijze te onderzoeken, zoals in dat essay over de dood van de kat van een vriendin. Hartverscheurend.

Zal ik op mijn komende reis boeken van Kousbroek tegenkomen? Een exemplaar van Opgespoorde wonderen, waarin hij al zijn laatste essays heeft gebundeld? Wat zal er in de boekwinkels liggen?

Goed, het heeft weinig zin om boeken te kopen in een taal die je niet kent, maar aan de reis ontkom ik niet. Dat is wat steden zijn: een som van romans die we nooit zullen lezen, waar we nooit iets van zullen begrijpen. Een handvol gedichten die ons leven misschien hadden veranderd als we ze eerder hadden ontdekt, toen we piepjong waren, maar die we nu onleesbaar zouden vinden.

Als ik het programma van het festival doorneem, zie ik tot mijn verrassing dat Rebecca Solnit komt, die een schitterend boek heeft geschreven – Wanderlust – over de kunst van het wandelen. Misschien zal ik bij aankomst in Amsterdam onmiddellijk alles zo plannen dat ik naar Rebecca Solnit kan gaan luisteren, waarbij ik me voorstel dat ik haar op zeker moment – vlak voor het donker misschien – tegenkom op een wandeling door een park, stilletjes, ver weg van alles en iedereen, op zoek naar iets onontrafelbaars. Een verborgen geschiedenis. Een onmogelijk verhaal. Maar het zal er niet van komen. Ik weet niet eens of er veel parken zijn in Amsterdam. Gonzalo heeft er nooit een woord over gezegd. En op dit uur midden in de nacht, nu ik hier zit te schrijven, kan ik het hem ook niet vragen, want hij ligt vast thuis te slapen.

Misschien moet ik ook maar eens gaan slapen. Binnenkort zal ik wel wakker worden in Amsterdam en ontdekken hoe het is om door dat park te lopen, vlak voor het donker.

Alle vertalingen van Heleen Oomen
Voor het donker
20-10-17

Alles wat ik van Nederland weet, heb ik te danken aan mijn vriend Gonzalo, die een Duitse achternaam heeft, maar de enige is die ik ken die er ooit heeft gewoond, in een hippiedorp genaamd Nijmegen – de oudste stad van Nederland, heeft hij me eens verteld – waar hij lesgaf aan de universiteit. Of misschien stond die universiteit ergens anders, in een andere stad, of in een ander land, nu ik erover nadenk, want Gonzalo heeft een boek geschreven over een jonge Chileen die in Nederland woont, maar in België doceert, en die roman – ik zeg roman, maar in feite is het een beeldschoon, niet te classificeren boek – speelt zich af tijdens een treinreis, een reis van België naar Nederland dus.

En het was Gonzalo die me een tijd geleden zei dat ik Rudy Kousbroek eens moest lezen, want hij had gehoord dat een kleine uitgeverij in Argentinië een bloemlezing van zijn columns had uitgebracht. Uit het weinige dat ik op internet over hem kon vinden – want tot het verschijnen van dit boek was hij nog nooit in het Spaans vertaald – rees het beeld van een man die bijna zijn hele leven buiten Nederland had gewoond, maar desalniettemin tot de beste moderne essayisten van het land werd gerekend. Het boek heette in het Spaans El secreto del pasado en was een verzameling van zijn ‘fotosynthesen’, columns die hij in de laatste jaren van zijn leven had geschreven, en die bestonden uit een foto en een korte tekst die naar aanleiding van die foto was ontstaan, of de foto aanvulde, of gewoonweg tot iets heel anders maakte. Een dynamiek die Kousbroek in staat stelde het verleden op elegante, ontroerende wijze te onderzoeken, zoals in dat essay over de dood van de kat van een vriendin. Hartverscheurend.

Zal ik op mijn komende reis boeken van Kousbroek tegenkomen? Een exemplaar van Opgespoorde wonderen, waarin hij al zijn laatste essays heeft gebundeld? Wat zal er in de boekwinkels liggen?

Goed, het heeft weinig zin om boeken te kopen in een taal die je niet kent, maar aan de reis ontkom ik niet. Dat is wat steden zijn: een som van romans die we nooit zullen lezen, waar we nooit iets van zullen begrijpen. Een handvol gedichten die ons leven misschien hadden veranderd als we ze eerder hadden ontdekt, toen we piepjong waren, maar die we nu onleesbaar zouden vinden.

Als ik het programma van het festival doorneem, zie ik tot mijn verrassing dat Rebecca Solnit komt, die een schitterend boek heeft geschreven – Wanderlust – over de kunst van het wandelen. Misschien zal ik bij aankomst in Amsterdam onmiddellijk alles zo plannen dat ik naar Rebecca Solnit kan gaan luisteren, waarbij ik me voorstel dat ik haar op zeker moment – vlak voor het donker misschien – tegenkom op een wandeling door een park, stilletjes, ver weg van alles en iedereen, op zoek naar iets onontrafelbaars. Een verborgen geschiedenis. Een onmogelijk verhaal. Maar het zal er niet van komen. Ik weet niet eens of er veel parken zijn in Amsterdam. Gonzalo heeft er nooit een woord over gezegd. En op dit uur midden in de nacht, nu ik hier zit te schrijven, kan ik het hem ook niet vragen, want hij ligt vast thuis te slapen.

Misschien moet ik ook maar eens gaan slapen. Binnenkort zal ik wel wakker worden in Amsterdam en ontdekken hoe het is om door dat park te lopen, vlak voor het donker.