Het blijft toch een gek gezicht om Kula Shaker te zien optreden in een ruimte
waar normaal alleen toneelstukken worden bijgewoond. Van uitzinnig dansen op
de muziek was geen sprake omdat het publiek klem zat tussen de banken. Slechts
een beetje met je hoofd meedeinen op het ritme van de muziek en aanmoedigend
schreeuwen als de band een nieuw nummer inzette; tot meer beweging was
men niet in staat. Maar goed, misschien was dat ook wel beter, want zo had men
wel meer oor voor de muziek en het optreden van de band. En die was goed,
uitstekend zelfs. Rock & Roll met hoofdletters.
In een andere zaal, eerder op de avond, verzorgde het Amsterdamse
studentenblad Propria Cures een avondvullend programma met auteurs als Cindy
Hoetmer, Hans Hogenkamp, Janneke van der Horst en vele anderen. Het was
mooi om die mensen aan het werk te zien, zeker voor mensen die geen genoeg
kunnen krijgen van oud-Hollandse literaire satire waarbij het vooral de bedoeling
is om anderen met zoveel mogelijk oneigenlijke middelen te kakken te zetten.
Van die taak kweten ze zich uitstekend.
Satire is misschien wel een van de belangrijkste literaire vormen. Van Don
Quichotte tot Glamorama en terug naar Boze Geesten, satire, goeie satire,
doorstaat veel vaker de tand des tijd omdat er niets zo bevrijdend is als het belang
dat de mens aan zichzelf hecht wordt gerelativeerd.
Vandaag treedt Salman Rushdie op. Er valt veel goeds en veel slechts over
zijn werk te vertellen. Het goede is uiteraard het sterk satirische element
in zijn vroege werk, waarmee hij zich de woede op de hals haalde van onze
moslimbroeders. Het is jammer dat hij de kunst om goede satire te bedrijven
een beetje lijkt te zijn verloren. Hij is vaker op de opiniepagina’s van kranten te
vinden waar hij bloedserieuze stukken schrijft over het falen van de Nederlandse
overheid inzake de beveiliging van Ayaan Hirsi Ali. Op zulke momenten zou
je wensen dat bepaalde schrijvers een verbod krijgen om zich nog langer in
het publieke debat te mengen. Het is vaak een jammerlijke verkwisting van
hun talent. Zoals bij Rushdie een beetje het geval is. Welk boek heeft hij nou
in de afgelopen tien jaar geschreven dat de moeite van het onthouden waard
is gebleken? Als hij al die kracht die hij verkwist aan spierballenvertoon in de
kranten eens zou aanwenden om weer eens een boek te schrijven? Met zijn
fenomenaal talent voor het bedrijven van goede satire zou hij meer kunnen
zeggen dan al die krantenartikelen bij elkaar.