Elies Smeyers

‘Ik probeer zelfmoord te plegen op de eerste dag van maart, een zondag.’
Vanaf de eerste zin dompelt Caldwells kortverhaal ons onder in de leefwereld van een dertienjarig meisje dat genoeg heeft van het leven en de saaie dagelijkse sleur. Met een handjevol paracetamolpillen en wat kinderaspirines waarvan de datum al lang verlopen was, probeert ze een einde te maken aan haar bestaan. Wanneer haar wanhoopsdaad echter niet tot het verwachte resultaat leidt, geeft dat haar het gevoel dat ze een tweede kans krijgt; de dingen lijken nu minder uit te maken en daarom worden ze des te draaglijker. Maar haar gevoel van opluchting is slechts van korte duur wanneer ze tot het besef komt dat het meerdere dagen kan duren vooraleer de overdosis haar dodelijke uitwerking heeft.

‘De tijd doden’ confronteert ons met de broosheid van het leven en maakt ons tegelijkertijd bewust van de impact van subtiele taalnuances. Het kortverhaal laat ons de kracht van woorden zien en de invloed die verbloemend taalgebruik kan hebben op de manier waarop we de werkelijkheid ervaren. Bovendien onthult het verhaal hoe het hardnekkig onderdrukken van taboes hen letterlijk onuitspreekbaar maakt. Het subtiele woordspel van de titel bevat deze verschillende betekenislagen: aan de ene kant zit er het thema van sterfelijkheid in vervat en verwijst de titel naar de betekenisverschillen tussen de woorden sterven, doden, vermoorden, etc. Aan de andere kant refereert ‘De tijd doden’ naar het feit dat de protagonist wanhopig tracht de ‘tijd te doden’ tijdens de onzekere dagen die op haar zelfmoordpoging volgen.
Ook al valt de ernst van het onderwerp niet te ontkennen, toch weet Caldwell perfect het evenwicht te bewaren dankzij de kinderlijke onschuld van de naïeve maar gevatte dertienjarige verteller.

Caldwell, Lucy. ‘Killing Time.’ http://www.commonwealthwriters.org/killing-time-lucy-caldwell/