Ik probeer zelfmoord te plegen op de eerste dag van maart, een zondag. Ik heb het niet gepland. Op de één of andere manier sta ik ineens zomaar in de badkamer met bonzend hart naar het waterachtige licht door de geribbelde vensterruiten te kijken, ik weet dat ik het ga doen, en opeens lijkt het allemaal te kloppen.
Voor The Chronicles Projects presenteren jonge, nog onbekende vertalers korte verhalen of delen van romans van jonge nog onbekende auteurs. De vertalers zijn aankomende professionals, talentvolle afgestudeerden en studenten literair vertalen. Zij debuteren hier. Ook de auteurs zijn ontdekkingen. De vertalers zijn zelf op zoek gegaan naar auteurs en romans die hen aanspreken en die nog niet eerder zijn vertaald in het Nederlands. The Chronicles Projects vormt een inspirerende opmaat naar The Chronicles Live, het project rondom jonge festivalchroniqueurs en hun vertalers dat plaatsvindt tijdens Crossing Border in november.
Eind september 2008 ontving ik een e-mail van ene ELMONSTRO met als onderwerp ‘Hallo, Alina! Charkov hier!’ ELMONSTRO bleek in het echt Kiril te heten en te schrijven voor de Charkov-editie van de krant Komsomolskaja Prawda, wat hij voor me vertaalde als ‘De ware Komsomol’. Hij had ontdekt dat ik in Charkov was geboren en wilde me interviewen over mijn nieuwe album, een verzameling covers van de Sovjetpunkzanger Yanka Dyagileva. ‘Als jij wil,’ schreef Kiril, ‘onthul dan alle nieuws over jouw creatie aan ons.’
Grootvader vertelde dat hij bijna was gestikt toen hij voor het eerst naar Silezië werd gebracht. De veewagons waarin hij en de andere boeren helemaal vanuit Oost-Polen naar het westen werden vervoerd, waren van boven tot onder met planken dichtgetimmerd.
Toen Ada stierf waren de kleren nog niet droog. Het elastiek van de broek was nog vochtig, de sokken opgezwollen
Oorlog is herhaling. Geweren die je herlaadt en die je leegschiet. Lijk na lijk komt onder kleine kruizen terecht. Alfonse Maubard is een invalide.
Het begon met twee naar elkaar uitgestoken handen. Ik was een jaar of zes. De eerste blijvende herinnering van mijn leven: de hand van mijn vader, eeltig, zwart, ruw, stoffig en gehard door het werk in de velden
We waren kinderen uit de middenklasse van een gemiddeld Westers land, twee generaties na een gewonnen oorlog, één generatie na een geflopte revolutie. We waren niet rijk en niet arm, we wensten de aristocratie niet terug, we streefden geen enkele utopie na en de democratie kon ons niet meer schelen. Onze ouders hadden gewerkt, maar nooit ergens anders dan op kantoor, op school, bij de post, in het ziekenhuis of bij de overheid. Onze vaders droegen geen kiel en geen stropdas, onze moeders geen schort en geen mantelpak. We waren grootgebracht en opgevoed met boeken, films, liedjes – met de belofte dat we individuen zouden worden.
Schubben zijn ontzettend lastig: wat een priegelwerkje. Ik prik steeds gaatjes in mijn vinger met het gekke pennetje dat ik van oom Ben mag lenen. Het lijkt op iets wat de tandarts gebruikt, dus ik heb oom Ben er nog niet naar gevraagd. Misschien is het wel beter als ik niet weet waar het eigenlijk voor bedoeld is.
In hun online fotoalbum kon je ze nog het beste bewonderen. Het was nooit de bedoeling geweest ze daadwerkelijk aan te raken, ik had ze amper gezien. De meisjes stonden met zijn vijftienen op de foto of voor de afwisseling een keer in hun eentje.
‘Oké, waar hou je van?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Muziek, dansen, katten, de wereld redden, waar hou je van?’
‘Dansen? Peppino, je denkt toch niet dat ik een nicht ben?’
De vetzak smeet bij wijze van antwoord zijn .44 Magnum met korte loop op het smerige bureau, waarna hij met de rug van dezelfde hand de jongen tegenover hem in zijn gezicht sloeg.
Ik was elf jaar oud toen ik wist wat ik het meest wilde in het leven: meer. Deze openbaring deed zich voor op kerstavond 1991 om drie uur ’s nachts. Ik keek op mijn te strakke horloge met tekenfilmfiguur, een kerstcadeautje van mijn broer (gekocht door mijn moeder) van twee jaar geleden en liep toen stilletjes met ingehouden adem aan de zijkant van de treden naar beneden, zodat ze niet kraakten.