Soms ben ik extrovert en soms ben ik introvert. Als ik geluk heb, komt mijn gemoedstoestand overeen met wat de wereld op dat moment van me vraagt. Momenteel heb ik dat geluk niet, want ik zit overduidelijk in een introverte fase, midden op een festival waarbij het draait om uitwisseling, het in je opnemen van nieuwe ideeën en energie en het delen van je eigen ideeën en energie.
Om drie uur ‘s middags begint The Addict. Op dit evenement kan een aantal voordrachten van auteurs worden bijgewoond, verder is het een forum van de internationale literatuurwereld. Het is dus drie uur ‘s middags, ik sta in de verkeerde stand en er is witte wijn. Ja, om drie uur! Ik neem een wijntje in de hoop dat ik er een beetje extroverter van word. Dan nog een en nog een en dan is het al zes uur, tijd voor het Chronicles-diner. Hoe was de voordracht? Wie heb ik allemaal gesproken? Ik weet niet alles meer. Ik ben moe, ongelooflijk moe. Ik moet me even terugtrekken, voordat mijn hoofd implodeert.
Het is acht uur ‘s avonds. Ik ga terug naar mijn hotelkamer, laat mijn kleren en de daaraan hangende dag van me af vallen en stap onder de douche. Het geluid van het water overstemt de herrie in mijn hoofd, overstemt het gelach, de vele vragen, mijn gedachten. Ik droog me af, poets de uitgelopen mascara onder mijn ogen weg. De vermoeidheid bestuurt mijn lichaam en leidt me naar mijn bed. Een uurtje maar, zeg ik terwijl ik op de matras word geduwd. Een uurtje maar, misschien twee. Dan ga ik terug naar het festival. In ieder geval naar de afterparty. Zeker weten!
De vermoeidheid legt haar handen over mijn ogen. Ik voel hoe mijn bewustzijn zich losmaakt van mijn lichaam. Hoe goed ik deze gemoedstoestand ook ken, er blijft altijd een stukje verzet en angst aan verbonden. Mijn bewustzijn neemt steeds meer afstand. Het is nog maar met een heel dun draadje met mijn lichaam verbonden. Dat draadje kan ik straks volgen om mijn lichaam terug te vinden en wakker te worden.
Als kind weigerde ik bijna altijd om te gaan slapen en zelfs nu nog protesteert het kind in mij. Destijds was ik echt bang om te gaan slapen, omdat slapen voor mij hetzelfde voelde als sterven. In slaap vallen is iets onbegrijpelijks, iets dat je niet kunt controleren. We geven ons lichaam over aan de wereld zonder dat we het kunnen beschermen wanneer er gevaar dreigt. Slapen betekent loslaten en vertrouwen. Jaren later las ik in de Griekse mythologie over Nyx, de nachtgodin die uit de Chaos is ontstaan, en haar kinderen, de tweelingbroers Slaap en Dood. Op dat moment begreep ik dat er iets universeels achter mijn persoonlijke ervaring schuil moest gaan.
We brengen jaren van ons leven slapend door en daarvan weer een groot deel in een droomwereld. Ik beleef mijn dromen meestal heel bewust en het voelt alsof ik in twee van elkaar gescheiden werelden leef, de echte wereld en de droomwereld. Maar wat is echt? Er bestaat immers geen natuurkundig bewijs voor het bestaan van onze materiele wereld. Bestaat alles alleen in ons bewustzijn? Is alleen dat wat echt aanvoelt echt?
In de ‘droomwereld’ was mijn bewustzijn bij het feest. In de ‘echte wereld’ bleef mijn lichaam in bed liggen. Was ik nou op het feest of niet?